Verhalen over de Tweede Wereldoorlog

Zoldernazi Jacques Philippa begon zijn moordlustige loopbaan in Zaandam

De ter dood veroordeelde Jacques Philippa zat na de oorlog 29 jaar ondergedoken op de zolder van zijn ouderlijk huis. Hij haalde daarmee in 1974, toen hij alsnog werd gearresteerd, alle kranten. Het lid van de moordlustige Bloedgroep Norg begon zijn gewelddadige nazistische loopbaan in Zaandam, als hopman bij de NSB.

Over de zware oorlogsmisdadiger Jacobus Petrus Philippa (30-9-1917) is al veel geschreven. Zijn levensloop mag dan ook opmerkelijk genoemd worden. En dat is een understatement. Over zijn tijd in Zaandam was echter vrijwel niets bekend. Hieronder een poging om wat licht te werpen op de eerste stappen die hij daar zette als NSB’er met een bloeddorstige inborst.

Vaandrig

Nadat de in Den Haag geboren Sjaak – in 1941 maakt hij daar het wat deftiger klinkende Jacques van – de hbs heeft afgerond, studeert hij vanaf 1937 aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In zijn boek In dienst van de nazi’s omschrijft auteur Paul van de Water hem in die tijd als een ‘kille, gesloten, afstandelijke, fanatieke en pro-Duitse jongen die geen vrienden had’. Hoe deutschfreundlich hij ook mag zijn, in mei 1940 vecht Philippa op de Grebbeberg als vaandrig tegen de Duitse troepen die Nederland zijn binnengevallen. In tegenstelling tot veel strijdmakkers komt hij er ongedeerd weg. Twee maanden na de capitulatie wordt hij bevorderd tot tweede luitenant, een ‘eer’ die alleen is weggelegd voor beroepsmilitairen die beloven zich niet te zullen verzetten tegen het nieuwe regime.

Philippa in oorlogsuniform.

In de zomer van 1942 meldt Philippa zich bij het Vrijwilligerslegioen Nederland, een onderdeel van de Waffen-SS. Als Unterscharführer volgt hij in het Beierse Bad Tölz een officiersopleiding aan de SS-Junkerschule. Het duurt bijna twee jaar voor hij terugkeert naar Nederland. Hij sluit zich dan aan bij de Drentse Landwacht. Als waarnemend districtscommandeur van deze gewelddadige NSB-groep arresteert en martelt hij er op los. Hij organiseert razzia’s. En hij is actief in de Bloedgroep Norg, een haveloze bende Landwachters die in de voormalige burgemeesterswoning van het dorp Norg opgepakte verzetsstrijders mishandelt en vermoordt.

Doodstraf

Al met al is het voldoende om Jacques Philippa in 1950 de doodstraf op te leggen. Probleem is alleen dat zijn verblijfplaats onbekend is. Hij ‘bevindt zich waarschijnlijk in Spanje’, schrijft de Drentse politiecommissaris R. de Jong in 1948 aan de broer van een van Philippa’s vele slachtoffers. Niemand heeft ook maar het minste vermoeden dat de gezochte collaborateur na de bevrijding van Assen via de Afsluitdijk naar Amsterdam is gevlucht. Daar huurt hij een kamertje tot zijn moeder hem in de zomer van 1945 vraagt om naar huis te komen. Philippa fietst naar Den Haag en richt de zolder van zijn ouderlijke woning aan de Pauwenlaan 95 in als leefvertrek.

Pauwenlaan 95 in Den Haag.

De navolgende 29 jaar komt hij niet of nauwelijks buiten. Hij kweekt kanaries en lost schaakproblemen op. In 1973 overlijdt zijn moeder. Jacques’ zus kan het niet verteren hoe haar bejaarde vader lijdt onder de heimelijke aanwezigheid van zijn zoon. Zij waarschuwt daarom de politie. In de ochtend van donderdag 11 april wordt de ooit gezochte, maar inmiddels door bijna iedereen vergeten oorlogsmisdadiger alsnog aangehouden. Hij is dan 56 jaar oud. Zijn eerder opgelegde straf wordt bij Koninklijk Besluit ingekort tot vier jaar cel. Die zit hij volledig uit. Na zijn vrijlating in het voorjaar van 1978 kan hij maar kort van zijn vrijheid genieten. Op 18 december 1981 wordt hij dood gevonden in de badkamer van zijn woning in Enschede, waar hij dan al zeker twee weken heeft gelegen.

WA’er in Zaandam

Tot zover in grove schetsen Philippa’s levensloop. Tijd om in te zoomen op zijn verblijf in Zaandam. Want daar begint in zekere zin zijn schijnbaar gewetenloze tocht door de nazistische instanties. Dagblad Zaanstreek memoreerde op 20 oktober 2021 dat hij een paar maanden als WA-hopman aan de boorden van de Zaan actief was. Helaas staan er nogal wat fouten in dat artikel. Zo wordt de hoofdpersoon niet in 1940, maar op 21 mei 1941 lid van de NSB. Daarom kan hij niet al in januari 1941 in Zaandam gestationeerd zijn geweest als leider van de Weerafdeling. Pas op 21 augustus van dat jaar schrijft de gemeente Breda hem uit. Rond die tijd komt Philippa naar Zaandam. Dat de politiecommissaris en de burgemeester hem op 27 april 1941 verbieden om nog in Zaandam op te treden, zoals in Dagblad Zaanstreek gemeld, klopt gezien het hierboven genoemde tijdsverloop natuurlijk ook niet. En een knokpartij tussen de WA en plaatselijke bewoners vindt niet plaats in de Zaandamse Spoorbuurt, zoals de dienstdoende verslaggever vermoedt, maar in Koog aan de Zaan.

Julianastraat

Die gebeurtenissen in Koog verdienen een nadere beschouwing, aan de hand van zowel nazistische als antifascistische bronnen. Ze werpen namelijk wat licht op het karakter van – dan nog – Sjaak Philippa en de ongekende ontsporingen waaraan hij zich later schuldig maakt.

Na zijn verhuizing naar de Zaanstreek, in de nazomer van 1941, neemt Philippa een kamer in ‘Het Wapen van Zaandam’, een hartje centrum gelegen hotel. De NSB kan de nieuwkomer goed gebruiken. Iemand die de KMA heeft afgerond en zich in mei 1940 bewees als commandant van een mitrailleurpost hebben ze nog niet in hun gelederen. Na zijn aanmelding als NSB’er – stamboeknummer 140920 – heeft Philippa zich ook gevoegd bij de Weerafdeling, de paramilitaire knokploeg van de NSB. Hij krijgt er de rang van hopman. Aangekomen in Zaandam mag hij meteen in deze officiersfunctie aan de slag. Het van de Vrijmetselaars geroofde gebouw aan de Stationsstraat is enkele maanden eerder geopend als nationaalsocialistisch Kringhuis, de beweging is klaar om de Zaanstreek te veroveren. Een sterke WA is daarbij onontbeerlijk.

Eind september 1941 bericht Philippa als ‘Vendelcommandant’ aan de Heerbanleider Amsterdam over een zangavond in Zaandam. “Op Maandagavond 22 Herfstmaand was het geheele Vendel aangetreden in de zaal van het gebouw Thalia voor zaalwacht en vlaggewacht tijdens het afleggen van de gelofte door de kernleden van Kring 42”, schrijft hij trots. Kring 42 betreft de Zaanse NSB-afdeling. Feestzaal Thalia is eigendom van Jacob IJdenberg. Hij is enkele maanden eerder tot wethouder benoemd in het nazistische stadsbestuur van Zaandam. Philippa’s met ‘Hou Zee!’ ondertekende brief is een van de weinige bewaard gebleven levenstekens uit zijn Zaanse tijd.

Feestgebouw Thalia aan de Prins Hendrikkade in Zaandam (Gemeentearchief Zaanstad).

Veel uitgebreider is de berichtgeving over zijn rol bij een veldslag in Koog aan de Zaan, een paar dagen later. Waarschijnlijk stoort het de Zaandamse nieuwkomer mateloos dat hij elke nacht moet doorbrengen in de Wilhelminastraat. Hij heeft uit naam van de koningin zijn leven gewaagd op de Grebbeberg. Terwijl hij daar vocht, nam zij de benen naar Engeland. En vanaf de overkant van het Kanaal moedigt ze nu haar landgenoten aan om zich niet neer te leggen bij de Duitse hegemonie. Dat Wilhelmina en haar andere gevluchte familieleden nog altijd door middel van straatnamen – waarvan er een dus vlakbij zijn hotelkamer hangt – worden geëerd, zint de NSB’er niet. Daarom bedenkt hij een tegenactie.

NSB’ers – oud en jong – voor hun Kringhuis in de Zaandamse Stationsstraat, 1941 (Gemeentearchief Zaanstad).

In de ochtend van zaterdag 27 september verzamelt Philippa 21 WA-mannen. Generalkommissar für das Sicherheitswesen Hanns Albin Rauter schrijft aan de Reichskommissar für die besetzten Niederländischen Gebiete Arthur Seyss-Inquart dat het de bedoeling was om de straatnaamborden waarop nog levende leden van het koningshuis vermeld staan te vervangen. Die bevinden zich in Zaandam, Wormerveer, Krommenie en Koog aan de Zaan. “Philippa had hiervoor noch van de NSB-partijleiding, noch van de leiding van de WA opdracht ontvangen”, oordeelt Rauter nadien. “Integendeel, hij had de beslissing alleen genomen.” Kort tevoren heeft Seyss-Inquart meegedeeld dat de ‘koninklijke’ straatnaambordjes voorlopig niet te hoeven worden vervangen, maar daar heeft Philippa dus geen boodschap aan.

Hanns Albin Rauter (Bundesarchiv)

In Zaandam komen de WA’ers niet ver met hun plannen. De gealarmeerde politiecommissaris verbiedt de geplande actie. De zwarthemden vertrekken daarom naar Krommenie. Daar maken de bordjes Juliana- en Wilhelminastraat plaats voor de zelfgefabriceerde teksten ‘Mien Tippelstraat’ en ‘Medelijdenstraat’. In Krommenie en in Wormerveer verloopt de omwisseling volgens Rauter ‘vlot’, bij gebrek aan handhavende politie. Drie dagen later doet de NSB-krant Het Nationale Dagblad op de voorpagina enthousiast verslag van de demonstratie. “De Zaankanters hebben met zichtbaar genoegen het werk der zwarte soldaten gadegeslagen, dit bleek uit hun uitlatingen en geheele houding.” Hetzelfde zou gelden voor Koog aan de Zaan: “Door de grootste orde en discipline der WA werd de rust gehandhaafd, waartoe de kalme houding van het publiek veel bijdroeg.” Dat de werkelijkheid anders was, blijkt wel uit getuigenissen van voor- en tegenstanders.

Verslagfragment in Het Nationale Dagblad (30-9-1941).

Kort na de bevrijding verschijnt er een acht pagina’s tellende brochure over de gebeurtenissen in Koog. Die begint met de volgende zinnen: “Op Zaterdag 27 September 1941 was het ’s middags en ’s avonds buitengewoon rumoerig in de anders ook vrij drukke Julianastraat. En, daar was reden voor! Een troep leden van de NSB, z.g. ‘WA-mannen’, volgelingen van Hitler, die er toen van overtuigd waren, dat diens regime van terreur, geweld en dwang voorgoed ingang had gevonden en zou blijven voortbestaan, trok de straat in en rukte, met groot misbaar, de straatnaambordjes van de huizen en stelde daarvoor andere in de plaats, met ’t opschrift ‘Medelijdenstraat’.” Dat deze verwisseling ‘verband [houdt] met het feit dat in deze straat bijna niemand bereid werd gevonden om voor de [nazistische hulporganisatie] “Winterhulp” bij te dragen’, lijkt overigens ontsproten aan de fantasie van de auteur. De monarchie moest uit het publieke domein, waar dan ook. Met de Winterhulp had dat niets van doen.

Politie

Het zit de Weerafdeling niet mee in de Koogse Julianastraat. Ze vinden twee niet van nazi’s gecharmeerde agenten op hun pad. Er ontstaat een worsteling. Rauter: “De tegen de WA optredende Hollandse politiebeambten Klaas van Doeland en Herm Nijzink werden door de WA gedeeltelijk ontwapend. In opdracht van Philippa zijn de twee politiesabels en een pistool na het incident aan de Nederlandse politie teruggegeven.” De schrijver van bovengenoemde brochure: “Zij werden zwaar mishandeld, doch ze kregen de originele straatnaambordjes in handen en slaagden er in hun buit te behouden.”

Vier agenten uit Koog aan de Zaan, 1935. Links Herm Nijzink, rechts Klaas van Doeland (Gemeentearchief Zaanstad).

Het lijkt er even op dat Jacques Philippa de zaken weer onder controle heeft. Rauter: “Nadat de WA naar behoren was afgemarcheerd, verschenen er steeds meer inwoners van de gemeente Koog aan de Zaan en haalden ze vervolgens onder hoerageroep het straatnaambord ‘Mien Tippelstraat’ weg. Datzelfde gebeurde met het bordje ‘Medelijdenstraat’.” Het is inmiddels kwart voor acht ’s avonds. Op dat moment komt het NSDAP-lid Hans Werner aangefietst. De in Zaandam wonende Kolonnenführer is als zodanig herkenbaar aan een partij-insigne op zijn kleding. Het is olie op het vuur. Werner: “De mensenmassa dacht dat ik bij de fascisten hoorde. Ik werd daarom door de menigte aangevallen en geslagen, waardoor ik op de grond viel. Daarop heb ik mijn revolver getrokken en in de lucht geschoten.”

‘Weg of ik schiet’

Zijn al dan niet toevallig aanwezige partijgenoot Menne Bos, een twintigjarige fabrieksarbeider uit Koog aan de Zaan, legt nadien ook een getuigenis af. “Deze persoon werd door de menigte omringd, waarbij hij een revolver uit zijn tas haalde, daarmee dreigde en tegen de mensen zei: ‘Weg of ik schiet.’ Daarbij schoot deze persoon eenmaal in de lucht. De menigte stoof uiteen en een mij onbekende persoon viel de man van achteren aan. De persoon met de revolver schoot daarop achterwaarts over een schouder. Ik hoorde verschillende schoten achter elkaar. Daarna viel die persoon op de grond en schoot in het wilde weg op de mensen.” Desondanks slaagt Bos er in om Hans Werner zijn wapen te ontfutselen. Hij draagt het even later over aan de politie.

De Julianastraat in Koog aan de Zaan (Gemeentearchief Zaanstad).

De brochureschrijver: “Daarna viel de heethoofd ten prooi aan de woedende menigte. Uit den winkel van Albert Heijn werd een stalen stoel weggehaald en daarmee, en ook op andere wijze, werd de mof bewerkt.” Werner wordt getrapt, zijn rechteronderarm met een mes bewerkt, zijn partijplaatje afgerukt. Desondanks lukt de Rijksduitser om te ontkomen. Hij laat vier door zijn kogels getroffen gewonden achter. Achtervolgd door zijn belagers – die onder meer ‘Sla die fascisten en moffen dood’ en ‘Dood aan de NSB’ schreeuwen – bereikt hij het even verderop gelegen café van Hein Stam. “Daar werd hij allesbehalve liefdevol ontvangen!”, aldus de brochureschrijver. “Eenige bezoekers van het café namen hem op en smeten den gehavenden bruut door een der ramen naar buiten.”

Het café van Stam in de Raadhuisstraat (Gemeentearchief Zaanstad).

Werner is opnieuw overgeleverd aan zijn vijanden. Uit de brochure: “De toegestroomde menigte ontving den geweldenaar met open armen. Hij werd beetgepakt en men toog met hem naar de Noorderbrug, met de bedoeling hem over de leuning te gooien om hem in de Zaan te doen verdrinken.” Hans Werner heeft geluk dat op dat moment de plaatselijke agenten Jan Breeker en C.A. Prinsen in hun patrouillewagen langsrijden. Hij heeft ook pech. Breeker zit tot over zijn oren in de plaatselijke illegaliteit en laat weinig na om de nazi’s te dwarsbomen. “Bij de oprit van de Noorderbrug zagen we een man lopen, en wel op zo’n manier dat hij dreigde te vallen”, verklaren ze later die week tegen de Duitse autoriteiten. “Wij zijn naar deze man gegaan en hoorden dat hij met een revolver had geschoten. We vroegen hem: ‘Heeft u geschoten?’, waarop hij ‘ja’ antwoordde. Daarop hebben we deze man gearresteerd, meegenomen naar het bureau en daar laten verbinden.” Werners verwondingen zijn zo ernstig dat de agenten hem voor behandeling naar het gemeentelijk ziekenhuis laten brengen. “Zijn moffenkop was onkenbaar en van z’n kleeren was niets meer heel”, wist de brochureschrijver. “Naar verluidt is hij maandenlang verpleegd in het ziekenhuis en is hij tenslotte toch nog hersteld.”

V.l.n.r. de agenten Prinsen, Van Doeland, Nijzink en Breeker (Gemeentearchief Zaanstad).

Jacques Philippa is aanvankelijk onwetend van de enorme chaos die hij met zijn onbezonnen actie heeft veroorzaakt. Hij is met zijn manschappen teruggemarcheerd naar het hoofdkwartier in Zaandam. Op de plek des onheils blijft het nog een tijdje onrustig. “Duizenden bij duizenden menschen waren dien middag en avond in de Julianastraat present en de gemoederen waren allerminst vredelievend gestemd. Allerlei dreigementen en wraakuitingen werden er vernomen die, ingeval de Duitschers toen waren verschenen, tot ernstige botsingen geleid zouden hebben. Gelukkig bleven onze ‘beschermers’ weg en keerde de rust in den laten avond weer.”

Jacques Philippa (Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen).

Het incident krijgt een stevige staart. Buurtbewoner Rinus Hille is herkend als een van de mensen die opruiende leuzen hebben geschreeuwd. Hij en Hein Stam worden gearresteerd vanwege hun ’tegen de Duitse bezettingsmacht gerichte gedrag’, aldus Rauter op 22 oktober 1941 in zijn brief aan Rijkscommissaris Seyss-Inquart. Daarbij blijft het niet. “Vanwege deze tegen een Rijksburger gerichte Duits-vijandige demonstratie wordt in overleg met de gevolmachtigde voor de provincie Noord-Holland – Oberdienstleiter Seidel, Haarlem – de gemeente Koog aan de Zaan een zoengeld ter hoogte van fl 25.000,- opgelegd.” Hoewel de burgemeester van Koog een poging doet om de boete te laten vervallen – de ‘demonstratie’ zou niet tegen de bezettingsmacht, maar tegen de NSB gericht zijn geweest -, blijft de straf gehandhaafd. Het lijkt er op dat Hein Stam er wel zonder bestraffing vanaf komt. Zijn uitleg niet te hebben gezien dat Hans Werner gewond was, komt geloofwaardig genoeg over. Rinus Hille daarentegen verdwijnt negen maanden achter de tralies. Na het uitzitten daarvan belandt hij in de illegaliteit. De tuinman weet ongeschonden de bevrijding te halen en klimt nadien op tot alom gerespecteerd wethouder, burgemeester en Statenlid.

Een niet helemaal accuraat verslag van de gebeurtenissen in Koog door het illegale blad Vrij Nederland, 15-10-1941.

Waar Rinus Hille uiteindelijk tot grote hoogte zal reiken, begint voor Jacques Philippa de afdaling. NSB-leider Anton Mussert grijpt persoonlijk in. Op 1 oktober verschijnt er een mea culpa in Het Nationale Dagblad. De NSB verwerpt weliswaar het gedrag van ‘onze gewezen Koningin’, aldus de krant, maar ‘zij wenscht zich niet te buiten te gaan aan onwaardige strijdmethoden tegen haar, die eens een groote plaats innam in ons hart.’ Uit naam van Mussert bericht landelijk WA-commandant Arie Zondervan dat ‘vendelcommandant’ Jacques Philippa ‘op bevel van den Leider onmiddellijk van zijn commando ontheven’ is.

Het Nationale Dagblad (1-10-1941).

Anton Mussert wil er alles aan doen om de heersende macht niet tegen de haren in te strijken. Eigengereide oproerkraaiers als Philippa passen niet in zijn pogingen om de nazi’s te paaien. Of de NSB-aanvoerder bij zijn besluit nog even heeft teruggedacht aan zijn werkbezoek aan Zaandijk op 20 augustus 1938 vermeldt de geschiedenis niet. Aan zijn katheder hing toen, zoals wel vaker tijdens zijn vooroorlogse toespraken, een portret van Wilhelmina. Maar drie jaar later is van die aanhankelijkheid niets over.

Mussert op 20 augustus 1938 op het spreekgestoelte bij boerderij Fortuin, in het verlengde van de Guisweg in Zaandijk (Gemeentearchief Zaanstad).

Helemaal uit de fascistische familie gestoten wordt Philippa niet. Hij wordt op 25 november 1941 ‘naar de gemeente Groningen afgeschreven’, zoals het in ambtelijke termen heet. Gedesillusioneerd vertrekt hij naar het hoge Noorden. Dat de monarchistische straatnaamborden begin 1942 in heel Nederland alsnog moeten plaatsmaken voor andere teksten is een schrale troost.

In Groningen mag Philippa aan de slag als adjudant van de plaatselijke Weerafdeling. Driekwart jaar later meldt hij zich bij de Waffen-SS en komt hij in Beieren terecht. Daarna gaat de val steeds sneller, met zijn martel- en moordpraktijken in en om Norg als absoluut dieptepunt. Het lijkt er op dat zijn scheiding in januari 1945, na een huwelijk van amper een jaar, het laatste zetje is geweest om zijn haat- en wraaklust volledig te ontplooien. De laatste keer dat hij Zaandam passeert, is als hij in april 1945 vlucht van het dan al bijna bevrijde Drenthe naar de hoofdstad.

Jacques Philippa en Jantje Hazekamp op hun huwelijksdag, 7-1-1944. Het huwelijk werd in januari 1945 op haar verzoek ontbonden.

Op 9 mei 1945 zit Jacques Philippa ondergedoken in zijn Amsterdamse huurkamer, in angstige afwachting van hetgeen de toekomst hem biedt. Twintig kilometer noordelijker is de sfeer juist uitgelaten. Net als vier jaar eerder staan er duizenden mensen in en rond de Koogse Julianastraat. De straat is met vlaggen versierd. Om zeven uur ’s avonds begint het feest. De Zaanlands Kapel speelt vrolijke muziek. Dan naderen per koets drie mannen. Het zijn de Koogse verzetsstrijder Henricus Hagtingius, Klaas van Doeland en Herm Nijzink. Er volgen toespraken en vaderlandse liederen. Hagtingius krijgt een schep overhandigd, de beide agenten een paal met daaraan een bord met het opschrift ‘Juliana straat’. Onder het toeziend oog van de samengestroomde menigte planten zij het bord op de hoek van de Juliana- en Breestraat in de grond.

Onder het toeziend oog van de twee ‘goede’ agenten Herm Nijzink (rechts) en Klaas van Doeland (links) werd in 1945 het straatnaambord van de Julianastraat teruggeplaatst. De man met de schop is Henricus Hagtingius (H. van Kordenoordt).

Huisarts Hagtingius is vanwege zijn illegale werkzaamheden twee keer gearresteerd geweest. Na maandenlang opgesloten te zijn geweest, kwam hij terug. Kaalgeschoren en verzwakt, maar geestelijk ongebroken. Nu is het zijn moment. “De bordjes met het opschrift Julianastraat zitten weer op hun plaats en nooit, nooit gaan ze er weer af!”, roept hij de massa toe. “De tirannie der verdrukkers is ten einde! We zijn weer vrij, we kunnen weer vrij spreken en verruimd ademen!” Gejuich en hoerageroep vallen hem ten deel. De mensen trekken in een uitgelaten optocht door het dorp, achter de muziek aan. Bij terugkomst in de Julianastraat ontstaat er een spontaan dansfeest. Een brandstapel met in top een karikatuur van Adolf Hitler maakt het feest compleet. De nog altijd geldende avondklok mag voor één keer worden genegeerd. Pas rond middernacht keert de stilte terug op straat.

9 mei 1945, de Julianastraat (H. van Kordenoordt).

In Koog aan de Zaan wordt de vrijheid gevierd, in de Haagse Pauwenlaan heeft Jacques Philippa zichzelf elke vrijheid ontnomen. Bijna dertig jaar zit hij in zelfisolatie, bang voor de buitenwereld en bang voor de straf die hem bij verstek is opgelegd. Twee dagen voor de festiviteiten in Koog aan de Zaan eist Het Parool al de doodstraf voor Landwachters.  “De leden van dit gezelschap vallen zonder uitzondering onder de zwaarste en meest verachtelijke categorie”, aldus de voormalige verzetskrant. De leider van de Bloedgroep Norg zal ook daadwerkelijk de kogel krijgen. Philippa verstopt zich en houdt dat vol tot het echt niet meer anders kan. Wanneer het eindelijk zo ver is, op donderdag 11 april 1974 om 11.15 uur, loopt hij voor de laatste keer de zoldertrap van zijn ouderlijk huis af. Zonder te protesteren stapt hij in de politie-Mercedes die hem naar de cel rijdt. Hij zegt de agenten ‘dat dit er al die jaren al inzat en het hem toch eens moest overkomen’. Jacques Philippa verruilt het gebrek aan vrijheid in zijn ouderlijk huis voor een gevangenis met staatstoezicht.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en dit wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag





Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.