Berichten

Gevangen en gefilmd in kamp Westerbork. Maar wie herkent Josef Laufbaum uit Oostzaan?

In 1944 maakte de gevangen joodse fotograaf Rudolf Breslauer in opdracht van de kampcommandant van Westerbork een film waarop het dagelijks leven in het Drentse Durchgangslager werd vastgelegd. Daarop is een inwoner van de Zaanstreek te zien, de in 1939 naar Nederland ontkomen Pool Josef Laufbaum. Alleen weet niemand wie van de gefilmde mannen deze Oostzaanse vluchteling is.

Josef Laufbaum, op 11 november 1903 geboren in het Poolse Sieniawa, wist na de Duitse inval in zijn vaderland de grens over te steken en Nederland te bereiken. Hij kreeg eind oktober 1939 een gastvrij onthaal bij Dirk en Neeltje Bakker-Scherrewitz. Zij woonden in de Oostzaanse Soeteboomstraat 44. Dirk werkte bij bakkerij Scherrewitz, de zaak van zijn schoonouders aan de Oostzanerdijk.

Timmerman

In zijn thuisland had Laufbaum een timmermansbedrijf. Na zijn vlucht naar Nederland wachtte hij tevergeefs op een visum voor Groot-Brittannië, waar zijn vrouw en dochter al waren. Dirk en Neeltje Bakkers zoon Jan schreef in 1989 over hun Poolse gast. “Hij was meubelmaker en heeft zelf een soort kamertje getimmerd op de overloop.” Josef maakte voor de jonge Jan ook een prikslee. Volgens Jan bracht hij alleen de nachten door in de Soeteboomstraat. “Overdag was hij bij zijn lotgenoten, dat was in een huis op de Jacob Honigstraat.” Daar bevond zich op nummer 48 een doorgangsadres voor veelal Poolse vluchtelingen.

De familie Scherrewitz in hun bakkerij. Staand, linksachter, Neeltje Scherrewitz. Naast haar Dirk Bakker (Oudheidkamer Oostzaan)

Gearresteerd

Toen de Duitsers Nederland bezetten, wilde Josef Laufbaum zichzelf het leven benemen. “Ik weet wat er gaat gebeuren”, zei hij tegen zijn gastgezin. Hij zocht een plek in de sloot die diep genoeg was om zich te verdrinken, maar Dirk Bakker kon hem tegenhouden. Zoon Jan: “Korte tijd later, toen we enige maanden bezet waren, kregen de joden in het huis op de hoek van de Jacob Honigstraat bericht dat ze zich moesten laten registreren. Dat was het begin van het einde voor de Nederlandse en buitenlandse joden. We hebben daarna nooit meer iets van meneer Laufbaum gehoord.” 

Op 28 oktober 1940 werd Josef opgepakt. De Oostzaanse veldwachter J. Jager nam hem die middag mee van Oostzaan naar Amsterdam. Daar moest de arrestant zijn geld afgeven – 32,22 gulden – en verdween hij in een cel.

Amsterdams politierapport, 28-10-1940 (Stadsarchief Amsterdam)

De volgende ochtend brachten vier agenten Josef Laufbaum en vijf andere joodse ‘vreemdelingen’ met de trein naar Westerbork. Het zou bijna vijf jaar duren voor Josef dat doorgangskamp in vrijheid kon verlaten, als een van de zeer weinigen. Geen van de gedeporteerde joden uit de Zaanstreek verbleef zo lang in het heide-Lager als hij.

Amsterdams politierapport, 28-10-1940 (Stadsarchief Amsterdam)

Achter de tralies kon Josef zijn in Polen ontwikkelde vaardigheden inzetten. Hij wist op te klimmen tot aanvoerder van de timmermanswerkplaats. Kampcommandant Albert Gemmeker achtte zijn aanwezigheid dermate belangrijk dat Josef tot het laatst toe werd gevrijwaard van deportatie naar Auschwitz of Sobibór.

Door Josef Laufbaum in Westerbork gemaakt klapstoeltje (Kamp Westerbork)

Op 12 april 1945 maakte hij dan ook in Drenthe de bevrijding van het kamp mee. Tien weken later, op 28 juni, mocht hij Westerbork verlaten. Hij keerde niet terug naar Oostzaan. In april 1946 werd Josef Laufbaum ingeschreven op de Nassaukade 309 in Amsterdam. De Amsterdamse bevolkingsadministratie noteerde anderhalf jaar later dat hij naar New York was vertrokken. Daar werd hij herenigd met zijn vrouw Selde en zijn in 1939 in Londen geboren dochter Ruth. Hoe het hen verder verging is onbekend.

Josef Laufbaum (met verkeerd geboortejaar) op een lijst met in Westerbork achtergebleven gevangenen, 20-4-1945

Duidelijk is wel dat Josef Laufbaum op 15 juni 1975 overleed in Los Angeles. Daar ligt hij ook begraven.

Westerborkfilm

Begin 1944 werd Josef met de camera vastgelegd door medegevangene Rudolf Breslauer. Die moest in opdracht van Gemmeker een film samenstellen over het kampleven. De Westerborkfilm bevat uniek materiaal en werd, samen met het script, op 30 oktober 2017 opgenomen in het UNESCO Memory of the World Register. Op deze lijst staan documenten die van grote betekenis zijn voor de wereld. 

Josef werkt in de film mee aan de opbouw van de binnenconstructie van twee in aanbouw zijnde kweekkassen gelegen naast de commandantswoning. Een paar jaar na de bevrijding liet het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie – het latere NIOD – de film zien aan een aantal kampoverlevenden. Eén of meer mensen in deze groep herkende(n) Josef Laufbaum in de filmbeelden. Helaas ging deze informatie daarna verloren. En bij gebrek aan andere traceerbare beelden is vooralsnog onbekend wie van de gefilmde timmermannen Josef Laufbaum is. NIOD noch Kamp Westerbork weet hem aan te wijzen.

Joodse-Raadkaart van Josef (ook wel Joseph) Laufbaum

Op een in 1942 in Westerbork gemaakte foto van de timmermanswerkploeg staat waarschijnlijk ook Josef Laufbaum. Maar wie van de vijftien poserende mannen de Oostzaanse vluchteling is, blijft een raadsel. Alleen van de zesde man links is de naam bekend, Wiltjer. De twee in het donker geklede mannen vooraan lijken te jong om Laufbaum te kunnen zijn. Maar ook dan resteren er nog altijd twaalf kandidaten.

De timmermanswerkploeg van Westerbork in 1942 (foto Kamp Westerbork)

Wat resteert is de Westerborkfilm. Er bestaat inmiddels zelfs een ingekleurde versie van deze unieke herinnering aan de jodenvervolging en -deportaties. Hieronder is de volledige versie te zien. Josef Laufbaum moet in beeld zijn tussen 1.02.28 en 1.04.12. Maar wie van de mannen die aan de kas werken is de Oostzaanse timmerman/meubelmaker? Ik houd me aanbevolen voor tips: info@schaapschrijft.nl.

Gevlucht. Zaandam/Westerbork/Koog-Zaandijk

Elders op deze website is te lezen dat tussen juli 1942 en april 1945 rond de driehonderd joodse gevangenen uit kamp Westerbork wisten te ontsnappen. Bij zes van hen was er sprake van een Zaanse link.

Jacques Presser en Loe de Jong hielden het er op dat van de ruim 100.000 joden die in het Durchgangslager Westerbork werden opgesloten er 210 in slaagden om te vluchten. Later onderzoek wees uit dat ruim driehonderd vluchtelingen dichter bij de realiteit kwam. Hoeveel het er precies waren, zal nooit helemaal duidelijk worden. Vast staat wel dat tussen 1 juli 1942, toen Westerbork een doorvoerkamp werd, en de plaatselijke bevrijding, op 12 april 1945, in ieder geval zes joodse gevangenen wisten te ontsnappen die aan de Zaanstreek kunnen worden gelinkt. Vijf van hen woonden daar tot hun gedwongen vertrek in 1942. Eén man kon na zijn vlucht uit het kamp onderduiken in Koog-Zaandijk. En dan was er ook nog een Zaandammer die kort na zijn deportatie uit Westerbork uit de deportatietrein ontsnapte. Hieronder hun ervaringen, in chronologische volgorde.

7 juli 1942: Nandor, Elsa en Dorrit Pollak

Vader, moeder en hun negentienjarige dochter Dorrit Polak waren op 2 februari 1942 van Zaandam naar kamp Westerbork vertrokken. Als gevolg van ziekte gaf dit Slowaaks-Oostenrijkse echtpaar twee weken later dan de andere buitenlandse joden in die gemeente gehoor aan het bevel om naar Drenthe te vertrekken. Op 27 juni van dat jaar stuurde de Rijksrecherchecentrale in Den Haag een brief naar de commandant van Westerbork. Daarin stond dat er geen bezwaar was ‘aan den oproep van den Joodsche Raad om op 1 Juni 1942 naar Amsterdam te komen gevolg [te] geven’. De oproep gold een aantal Westerbork-gevangenen. Tussen de ‘begunstigden’ (die dag waren dat onder anderen elf Zaanse joden) bevond zich ook het gezin Pollak. Dat greep deze kans aan om onder te duiken. Op 13 juli stuurde Westerbork-commandant Jac. Schol een brief naar de Zentralstelle in Amsterdam: “Von Transport, das am 7. Juli nach Amsterdam ging (bis 11.7) sind nicht zurückgekommen Nandor Pollak, Elsa Pollak-Goldman, Dorrit Pollak.” Vader, moeder en dochter Pollak doken onder en haalden levend het eind van de oorlog. Onbekend is waar ze tussen juli 1942 en mei 1945 verbleven. De familie Pollak had, voor zover tot nu toe bekend, een primeur. Zij waren de eersten van ruim 250 joden die zonder toestemming Durchgangslager Westerbork verlieten.    

Kaart van Dorrit Pollak uit de Joodse Raad-cartotheek

28 februari 1943: Eugen Suschny

Zaandammer Eugen Suschny (1895) belandde tot driemaal toe in Westerbork, maar wist telkenmale te ontkomen aan deportatie naar Oost-Europa. In de winter van 1943 ontsnapte hij uit het kamp en bleef drie maanden op relatief vrije voeten. Hij werd daarna opmerkelijk genoeg niet onmiddellijk, zoals meestal gebruikelijk was, voor straf naar een concentratie- of vernietigingskamp gestuurd. Dat betekende zijn redding.

Eugen Suschny woonde al sinds 1920 in Zaandam. Hij werd daar ingeschreven als ‘Oostenrijker, zonder religie en meubelfabrikant’. Van 1925 tot en met 1942 was zijn adres de Ooievaarstraat 43 in Zaandam. Op 19 januari 1942 werd hij ingeschreven in kamp Westerbork. Hij werd vanuit zijn woonplaats naar Drenthe verbannen, net als de meeste andere Zaandamse joden van buitenlandse komaf. De Nederlandse joden kregen nog even uitstel van een transport naar Westerbork. Zij werden aanvankelijk in grote meerderheid samengedreven in het Amsterdamse Judenviertel, het voorportaal van Westerbork.

Zijn vroege komst naar het kamp betekende dat Suschny een plek kreeg op de Stammliste. Op die schijnbaar beschermende lijst stonden de geïnterneerden die voor 1 juli 1942 in kamp Westerbork kwamen, met name buitenlandse joden. Het betekende uitstel, maar uiteindelijk voor bijna niemand afstel van deportatie. Eugen Suschny beheerste het Nederlands en was handelaar. Wellicht werd hij daarom ingezet als inkoper. Dat gaf hem de mogelijkheid tot reizen en om bij bedrijven bestellingen te plaatsen ten bate van kamp Westerbork. Misschien dat de Zaandammer tijdens één van die dienstreizen is ontsnapt.

Zowel in de kampadministratie als op een kaart van de Joodse Raad is te lezen dat Suschny op ’18-2-43 vermist’ werd. Hij moet op of kort voor die datum de benen hebben genomen. Een nieuwe aantekening maakt duidelijk dat hij op ’29-5-43 weer in Westerbork’ was. Hij was opgepakt in de Amsterdamse Deurloostraat, waar hij sinds 19 mei ingeschreven stond op nummer 120 II.

Suschny ontliep de deportaties. Met behulp van medewerkers van de Antragstelle (die bemiddelde bij het verkrijgen van een transportvrijstelling) overtuigde hij de kampleiding ervan dat hij een Mischling was, een kind van een joods en een niet-joods persoon. Hij wist aan een nieuwe Sperre te komen en werd zelfs in oktober 1943 uit kamp Westerbork ontslagen. Maar amper een jaar later werd hij daar voor de derde keer vastgezet. Ditmaal belandde hij zelfs in de strafbarak. Vanwege zijn (vermeende) status als kind van gemengde ouders hoefde hij toch niet mee met de deportatietrein naar een buitenlands concentratiekamp. Hij kon zelfs tot de bevrijding in Westerbork blijven, als een van de weinigen. Eind juni 1945 keerde hij terug naar de Ooievaarstraat. Op 2 januari 1973 overleed Eugen Suschny in Zaandam.

Kaart van Eugen Suschny uit cartotheek Joodse Raad. “18-2-43 vermist”

29 mei 1943: Iris Harriët Eisendrath

Aan de ontsnapping van Iris Harriët Eisendrath (1915), die tot haar gedwongen vertrek met haar familie in de Zaandamse Bootenmakersstraat woonde, wijdde ik een hoofdstuk in mijn boek Eisendrath, een verzonken familie (1845-1945). Dat neem ik hier onverkort over. Iris’ ontsnapping uit het Durchgangslager betekende overigens alleen uitstel. Enkele maanden later werd ze als gevolg van verraad opnieuw gearresteerd. Een tweede vluchtpoging uit Westerbork, ditmaal met haar eveneens opgepakte zus Leonie (‘Lidy’), mislukte. Op 3 september 1943 werden beide zussen in Auschwitz vergast.

Het is een wat vreemde dag in Westerbork. Niet omdat de kampcommandant een jood trapt die zijn achterwerk naar hem heeft gericht. Eerbied moet er zijn en ook al heeft de man zich alleen maar afgedraaid opdat hij goederen kan laden, zulk wangedrag mag niet ongestraft blijven. Aan die schop is dus niets vreemds. Evenmin merkwaardig is de oekaze van diezelfde commandant dat zijn gevangenen vanaf heden gedurende werktijd niet meer midden op de hoofdweg, de Boulevard des Misères, mogen wandelen. De zijkant is voor hen goed genoeg. Het bijzondere zit hem ook al niet in de aankomst van 354 nieuwe ‘gasten’ uit Amsterdam. Er is bijna dagelijks verse aanvoer en deze kunnen nog wel worden toegevoegd aan de ruim elfduizend die hier al logeren. Afwijkend is wel de opsluiting van drie ariërs in de strafbarak. Ze worden voorzien van een ster op hun kleding en een band om hun arm met daarop een niet te missen ‘S’. Het trio is even eerder in het kamp doorgedrongen om één hunner echtgenotes een pakje te bezorgen. Eén ongewenste bezoeker had nota bene een NSB-speldje op. Nu ze zijn betrapt, lopen ook deze ‘jodenvrienden’ het risico van een transport oostwaarts.

Het trio past nog in barak 67, want – ook dat is apart – er zijn deze 29ste mei twee personen uit Westerbork gevlucht. Hoe ze dat voor elkaar kregen weet niemand, maar vrijwillig terugkomen doen ze niet. Onverwacht zijn er dus plekken beschikbaar in het gevangenisdeel waar normaal alleen joden met een overmaat aan vrijheidsdrang zitten, in afwachting van hun versnelde deportatie.

“Vlak achter het prikkeldraad van het kamp bloeien statig de paarse lupinen”, legt een Westerborker begin juni in zijn dagboek vast. “Tussen de lupinen verheffen zich om de paar honderd meter de torens, waar marechaussees met de barse helm op de rode, boerse kop en de angstwekkende karabijn binnen het bereik van de hand de wacht houden om ontvluchting te voorkomen. Langs het draad patrouilleren marechaussees met de karabijn aan de forse schouder. Ook de lupinen staan onder strenge bewaking.” Op hetzelfde moment schrijft in Amsterdam een jonge joodse vrouw op een velletje briefpapier dat ‘duiken’ niet meevalt. “Als je je altijd moet verbergen word je ook gek, maar toch geloof ik dat ik dat nog verkiezen zou, want ik geloof dat Polen voor de meesten absoluut het einde is. Als je alleen maar hoort hoe de mensen van Westerbork worden vervoerd naar Polen, dan houd je niet veel illusies meer over.”

De angst voor de bewaking, het prikkeldraad, de wachttorens en de karabijnen weerhouden Iris Eisendrath en haar stadgenoot Gottfried Cosman er niet van om te kiezen voor de gekmakende onderduik. Het duurt even tot hun ontsnapping, een zeldzaamheid in kamp Westerbork, wordt opgemerkt. Pas de volgende middag zendt de detachementscommandant een opsporingstelex naar de politie waarin hij Cosmans vermissing meldt. “Opsporingsmaatregelen zijn getroffen.” Er gaat nog een nacht overheen voordat ook Iris op de telex verschijnt. Buitenstaanders schrijven haar naam zelden correct. Meestal verwisselen ze de laatste twee letters van haar familienaam, soms krijgt haar tweede voornaam een verrassende wending. Maar zo verbasterd als dit keer is een unicum. “Op 29-5-1943 te plm. 22.00 uur is uit het jodenkamp te Westerbork ontvlucht de jodin: Iris Harrjet Eundrach.” Tegen de tijd dat de politie deze naampuzzel weet te ontcijferen, heeft Iris allang weer een veilig dak boven haar hoofd.

Naar Amsterdam kan ze niet terug. Het gevaar is daar te groot. Ze belandt in Utrecht, waar onder anderen een oom en tante wonen. Haar zusters vriend Gerbrand de Jong, die zijn economiestudie heeft afgebroken omdat hij de verplichte loyaliteitsverklaring niet wil tekenen, is bovendien in Utrecht directeur geworden van de gaarkeuken. Ze heeft dus de nodige vertrouwelingen binnen handbereik. Voorzichtiger dan ooit hervat ze haar ondergrondse bestaan.

Gottfried Cosman heeft minder fortuin. Hij wordt opgespoord en nogmaals naar Westerbork gevoerd. Twee weken na zijn geslaagde uitbraak sterft hij in de gaskamer van Sobibor.

Iris Eisendrath (rechts) met wat vriendinnen (M. van der Horst)

17 juli 1943: Isaac Mouwes

De meeste ontsnappingen uit kamp Westerbork vonden plaats in 1943, en dat gold behalve voor Eugen Suschny en Iris Eisendrath ook voor Isaac Mouwes (1905). In de maanden voordat deze Amsterdamse winkelier naar Westerbork werd gedeporteerd, probeerde de Zaandamse verzetsman Piet Bosboom hem er meermalen tevergeefs van te overtuigen om onder te duiken. Toen Mouwes in het voorjaar van 1943 alsnog in Westerbork belandde, was het te laat.

Na 3,5 maand kwam hij weer vrij. Over zijn ontsnapping in de zomer van 1943 en de navolgende periode zweeg hij na de oorlog meestentijds. Maar in het Nieuw Israelietisch Weekblad van 5 mei 1978 lichtte hij desgevraagd een tipje op van de sluier: “‘Die mensonterende toestanden daar sterkten mij in de wetenschap dat ik wat moest gaan doen. Zeker toen ik het geluk had er uit te komen’, zegt hij, het ontslagbriefje tonend dat hij via via heeft weten te bemachtigen.” Mouwes werkte bij de postdienst van het kamp. In die hoedanigheid wist hij een ontslagbriefje te regelen waarmee hij langs de kampwacht naar buiten kon komen. Piet Bosboom zorgde er vervolgens voor dat hij enkele dagen kon onderduiken op een onbekend adres in Koog aan de Zaan of Zaandijk. Isaac Mouwes, een orthodoxe jood, zou zich nadien inzetten voor het ondergrondse christelijke blad Trouw en heelhuids de bevrijding halen.

Hij hervatte in 1946 zijn winkel in koshere levensmiddelen, dit keer in de Utrechtsestraat. Eerder zat zijn, tijdens de oorlog onteigende, winkel in de Jodenbreestraat. Isaac Mouwes overleed in 1979.

Ontslagbriefje van Isaac Mouwes (B. Mouwes)

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag





296 ontsnappingen uit Westerbork

In 1942, ’43 en ’44 verlieten ruim 100.000 joodse gevangenen Westerbork per trein, met als bestemming een buitenlands concentratie- of vernietigingskamp. Een paar honderd gedetineerden onttrokken zich aan deportatie door het Durchgangslager in Drenthe te ontvluchten. Maar wie waren dat? 

Dat er tussen 1 juli 1942 en 12 april 1945, toen het kamp werd bevrijd, slechts een kleine minderheid probeerde om te ontsnappen aan Durchgangslager Westerbork had meerdere redenen. De bewaking ter plaatse uiteraard. Het dreigement dat na een geslaagde ontsnapping de achterblijvers zwaar zouden worden gestraft, met om te beginnen de familie van de vluchter. Het ontbreken van een onderduikadres. De hoop dat een Sperr tot uit- of afstel zou leiden. En de onwetendheid over het aanstaande lot in kampen als Auschwitz en Sobibor.

Men moest dan ook wel heel wanhopig of vastberaden zijn om Westerbork op heimelijke wijze te verlaten. Vast staat dat slechts een paar honderd joodse gevangenen er in slaagden om de buitenwereld te bereiken en daar -soms overigens slechts tijdelijk- in relatieve vrijheid te leven. Zij kropen voorbij de prikkeldraadversperring van het kamp. Kochten zich vrij. Werden met hulp van buitenaf naar buiten gesmokkeld, in de kamptrein of per auto. Wandelden met een brutale smoes voorbij de bewaking. Slaagden er in om dankzij vervalste papieren deels ‘ontjoodst’ te worden en zo ontslag uit het kamp te bewerkstelligen. Of wisten een bed te verwerven in een ziekenhuis buiten het Lager, van waaruit ontsnappen relatief makkelijk was.

Jacques Presser hield het in zijn standaardwerk Ondergang op 210 joodse gevangenen die wisten weg te komen uit Westerbork. Zijn collega Loe de Jong nam dat getal over in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog: “Er zijn in totaal tweehonderdtien Joden uit Westerbork gevlucht: honderddrie-en-vijftig in de periode juli ’42-september ’43, zeven-en-vijftig nadien. Daarmee bedoelen wij dan Joden die het kamp binnengevoerd waren om gedeporteerd te worden. Er waren anderen die, bijvoorbeeld in opdracht van de Joodse Raad, in het kamp werkzaam waren en dan van tijd tot tijd naar hun woonplaats konden terugkeren: zij konden, als zij dat wensten, wegblijven en dat deden verscheidenen (hoevelen, weten wij niet).”

In het door Herinneringscentrum Kamp Westerbork in 2003 uitgegeven boekje Een gat in het prikkeldraad wordt gesteld dat het door Presser en De Jong genoemde aantal ‘aan de te lage kant’ is. De auteurs waagden zich overigens niet aan een ander getal. Dat deed Wils ’t Hart wel, in haar waardevolle afstudeerscriptie Ik zou in mijn tranen willen wegzwemmen (2003). Zij kwam tot een aantal van meer dan driehonderd vluchters, die ze veelal bij naam noemt. Wel telt zij een aantal gevangenen mee die uit de transporttrein wisten te vluchten, en dus niet rechtstreeks uit Westerbork ontkwamen. Frank van Riet ging in zijn boek De bewakers van Westerbork tussen Wils ’t Hart en Loe de Jong/Jacques Presser zitten. Hij hield het op 230-300 ontsnappingen.   

In onderstaand overzicht noem ik de tussen 1 juli 1942 en 12 april 1945 uit Westerbork ontsnapte personen van wie ik de personalia op meerdere plekken kon terugvinden. De belangrijkste bronnen zijn de dag- en nachtrapporten van de politie in Assen en een (incomplete) NIOD-lijst met ‘vermiste personen’ (archiefnummer 250i, inventarisnummer 1024). Ook zijn er relevante gegevens gevonden in andere archieven, in een aantal boeken en dankzij het nijvere speurwerk van Frieda Voorhorst. Bij de inventarisatie heb ik de honderden vluchtelingen buiten beschouwing gelaten die tussen Westerbork en de concentratie- en vernietigingskampen uit de deportatietreinen wisten te ontkomen. Wel heb ik de mensen meegeteld die het kamp af en toe mochten verlaten om elders werkzaamheden te verrichten en vervolgens niet meer terugkeerden naar Westerbork. Ook zij sloegen in mijn optiek op de vlucht voor een erger lot.

Het overzicht is chronologisch. De genoemde data betreffen de dag van vermissing -zoals meestal gemeld door de politie- of, indien bekend, de dag van ontsnapping. Waar mensen de oorlog niet overleefden -bijvoorbeeld omdat ze na hun ontsnapping weer werden opgepakt-, is naast hun sterfdatum ook de overlijdenslocatie vermeld.
Onderstaand overzicht van inmiddels 296 ontsnappingen uit Westerbork is uiteraard niet volledig. Aanvullingen en correcties op onderstaande namenlijst zijn dan ook welkom via info@schaapschrijft.nl. Wel graag met bronvermelding.

1942

Mei of juni 1942: Arthur Rath (22-1-1919/september 2017)

7-7-1942: Echtpaar Nandor Pollak (2-8-1890/24-5-1960) en Elsa Pollak-Goldmann (8-10-1899/28-1-1977) met dochter Dorrit Pollak (24-11-1922/na 1977).

14-7-1942: Siegfried Wreszynski (10-11-1893/24-12-1954). 

31-7-1942: Abraham (‘Abri’) Smoiro (25-3-1908/9-10-1970).

Na juli 1942: Pools echtpaar (namen onbekend).

Na juli 1942: de heer Fransman.

Na juli 1942: NN.

16-8-1942: Willem Melkman (31-12-1921/26-12-2001).

23/24-8-1942: Arnaud van Gelder (30-3-1915/27-1-1997).

Tussen 11-9-1942 en 23-9-1943: Aäron Boeken (31-5-1914/19-11-1983).

24-9-1942: Echtpaar Franz Anton Barbiers (16-10-1908/na 1978) en Betje Barbiers-van de Kar (2-3-1921/Auschwitz, 10-5-1945).

Rond 25-9-1942: Josephina van Messel-Aardewerk (25-8-1894/3-6-1981).

Oktober 1942: Abraham Appelboom (17-7-1917/Sobibor, ).

Tussen 5-10-1942 en 6-12-1942: Philippus Knorringa (10-12-1891/26-1-1973) en Betje Knorringa-Druijf (20-6-1900/Mildam, 12-3-1944).

12-10-1942: Maurits (‘Maup’) Wolff (1-11-1919/na 1946).

2-10-1942: Louis Berkelouw (31-1-1892/Midden-Europa, 31-8-1943).

4-10-1942: Barend Nopol (1-6-1905/Auschwitz, 28-2-1943).

8-10-1942: Meijer (Menno) Denneboom (14-10-1923/4-11-1992).

8-10-1942: Israël (Ies) Denneboom (3-8-1920/3-11-2013).

8-10-1942: Meijer Caneel (3-9-1907/23-8-1990).

8-10-1942: Mozes (‘Maup’) de Leeuw (3-8-1915/Sobibor, 2-7-1943).

9-10-1942: Onbekende man.

10-10-1942: Simon Bachrach (6-6-1916/2011).

13-10-1942: de broers Jacques van Gelder (29-7-1923/13-11-1986) en Israël (Iwie) van Gelder (4-9-1920/Midden-Europa, 31-3-1944).

Op/rond 12-10-1942: Herman Mozes (15-7-1913/12-4-1985).

13-10-1942: de broers Benjamin David Bachrach (2-8-1921/1989) en Mozes (‘Maurits’) Bachrach (17-11-1917/14-10-1944).

13-10-1942: Nico Menco (1-6-1918/Sobibor, 2-7-1943).

15-10-1942: Levi Serlui (29-5-1896/12-2-1974).

Medio oktober 1942: Alexander Gans (26-5-1916/20-3-1999).

16-10-1942: Echtpaar Abraham (Ab) van der Linden (6-9-1911/22-5-1999) en Mirjam van der Linden-Springer (22-7-1916/15-7-1986).

16-10-1942: Jacques Wallage (1-2-1904/23-10-1975).

Op/rond 17-10-1942: de broers Joseph Salomon Gokkes (8-1-1899/2-12-1961) en Marcus Gokkes (16-5-1896/10-2-1969). 

Medio/eind oktober 1942: David Brandon (19-12-1889/12-6-1949).

29-10-1942: Salomon Jo Braaf (7-8-1909/17-9-1984).

5-11-1942: Alfred Israëls (18-10-1924/28-9-1989).

5-11-1942: Hulda Elisabeth (Bep) Turksma (11-5-1917/21-9-1987).

5-11-1942: Nathan (‘Nan’) Minco (16-8-1924/16-11-1970).

Op/rond 15-11-1942: Jacob (‘Jaap’) Worms (16-3-1912/19-3-1982). 

December 1942: M. Rootveldt.

December 1942: Avi Magid (pseudoniem) (1928/2008) en zijn moeder.

1-12-1942: Hartog (‘Harrie’) Worms (27-6-1904/11-5-1977).

6-12-1942: Sally Barzelaij (24-9-1916/24-5-1991).

11-12-1942: Izaac Sternfeld (14-5-1897/Auschwitz, 15-12-1942).

23-12-1942: Goedman Kesing (28-3-1905/Auschwitz, 3-8-1943).

28-12-1942: Mozes Suskind (4-3-1887/na 1945)

1943

Waarschijnlijk 1943: onbekend echtpaar.

1943, datum onbekend: Jacob van Gelder (2-4-1905/11-11-1967).

1943, datum onbekend: Cato van Volen (23-4-1914/12-3-2008).

1943, datum onbekend: Salo Meijer.

1943, datum onbekend: Lore Polak (22-11-1919).

1943, datum onbekend: Lore Süsskind.

1943, datum onbekend: Regina Grelinger (12-12-1888/21-1-1971).

1943, datum onbekend: Enkele kinderen.

1943, datum onbekend: Jan le Grand (1927).

Begin 1943: Emanuel Mendels (22-10-1893/Sobibor, 9-4-1943).

Begin 1943: Jansje Schrijver-Kool (1-9-1889/Sobibor, 16-7-1943) en (eerste ontsnapping) zoon Samuel Schrijver (7-5-1922/13-1-2013).

1-1-1943: Levy Drielsma (21-11-1883/20-7-1965).

Begin januari 1943: Kurt Max Ehrlich (22-8-1924/na 1981).

9-1-1943: Sophia (‘Sia’) Hendrika de Vries (23-11-1923/na 1986) en haar vriend Wolfgang Wiener (23-5-1920/na 1986).

18-1-1943: George Werner Zwillenberg (12-11-1918/april 2011).

21/22-1-1943: Emil Glücker (6-8-1920/na 1945).

16-2-1943: Ernest Elie Frank (2-4-1915/5-6-1998).

16-2-1943: Jechiël Roselaar (14-8-1920/Sobibor, 21-5-1943).

18-2-1943: Eugen Suschny (20-10-1895/2-1-1973).

18-2-1943: Gottfried Pop (3-7-1909/18-4-1981).

Waarschijnlijk maart 1943: Jacob Eduard (‘Jacques’) van de Rhoer (13-4-1904/na 1997).

9-3-1943: Emanuel Slier (26-1-1893/8-9-1948).

17-3-1943: Eduard van de Rhoer (17-7-1908/10-6-1994).

17-3-1943: Henri René Kahn (12-10-1888/12-4-1970).

30-3-1943: Salomon Pop (8-10-1907/Sobibor, 16-7-1943).

5/6-4-1943: Echtpaar Emanuel Moffie (2-6-1920/11-4-1992) en Sophia Francisca Moffie-Zetter (11-5-1919/1-2-2006), en Vedig Sedler (Zetter?).

6-4-1943: Sylvia de Levier (ongeveer 1925/na 1947).

9-4-1943: Salomon Nebig (17-6-1923/Nederland, 10-4-1943).

10-4-1943: Leofried Durlacher (7-3-1923/27-10-1998).

26-4-1943: Hartog de Boer (2-11-1916/Sobibor, 7-5-1943).

26-4-1943: Siegfried Louis Natkiel (9-9-1926/na 1945).

27-4-1943: Meijer Swaab (5-11-1926/Midden-Europa, 21-1-1945).

30-4-1943: Leo Weil (17-6-1922/2019).

6-5-1943: Carl Lewin (19-3-1897/18-3-1958).

10/11-5-1943: Aäron (‘Nol’) Wallage (24-9-1924/11-10-1987).

10/11-5-1943: Lion Wagenaar (25-11-1916/na 1956).

10/11-5-1943: Maurits Jacob Vles (28-6-1906/2-3-1970).

11-5-1943: Salomon Samson Meyer (28-12-1910/5-12-1986).

18-5-1943: Jacob van Straten (19-6-1911/Sobibor, 28-5-1943).

25-5-1943: Benedictus Boas (9-7-1897/24-7-1945).

25-5-1943: Barend Fresco (30-5-1901/Auschwitz, 31-5-1944).

26-5-1943: Hans Lindenbaum (21-10-1932).

29-5-1943: Gottfried Cosman (31-3-1914/Sobibor, 11-6-1943).

29-5-1943: Iris Harriët Eisendrath (5-5-1915/Auschwitz, 3-9-1943).

Juni 1943: Gertrud (‘Trudel’) van Reemst-de Vries (22-11-1914/7-6-2007). 

7-6-1943: Levie Salomon Israëls (5-1-1916/na 1969).

7-6-1943: Johan Ernst Polak (3-7-1911/Auschwitz, 17-9-1943).

8-6-1943: Robert Abraham (‘Bob’) Levisson (27-12-1913/25-12-2001).

8-6-1943: Jacques Cohen (12-3-1923/Midden-Europa, 31-8-1944).

16-6-1943: Hendrik Jacobus Cornelis Bout (14-10-1918/Midden-Europa, 31-8-1944).

Tweede helft 1943, datum onbekend: de zusters Anna Barmhartigheid (19-3-1909/na 1986) en Alida Barmhartigheid (6-7-1911/9-10-1986).

11/12-7-1943: Salomo Polak (6-6-1914/27-4-1977).

17-7-1943: Louis Marcus Peereboom (23-2-1918/14-10-2002).

17-7-1943: Isaac Mouwes (23-4-1905/28-12-1979).

19-7-1943: Bella Frieda Levy-Przyrowski (21-10-1922/18-7-1992).

27/28-7-1943: Echtpaar Isaäc Wallega (2-8-1912/17-2-1953) en Margaretha Wallega-Vieijra (11-7-1912/na 1952).

Augustus 1943: Manfred Rübner (11-7-1924/Auschwitz, 31-3-1944).

6/7-8-1943: Twee onbekende vrouwen. 

14-8-1943: Max Windmüller (17-2-1920/Cham, 21-4-1945).

20/21-8-1943: Max Gruber (9-11-1921/1990).

23-8-1943: Arno Friedmann (8-1-1900/Auschwitz, 28-1-1944).

23-8-1943: Onbekende man, wellicht ? Boasson.

Najaar 1943: Echtpaar Jakob Fritz Marcan (14-3-1898/na 1949) en Lily Marcan-Heckscher (26-10-1903/1986) met hun kinderen Michael René Marcan (25-9-1930) en Klaus Martin Marcan (15-11-1931). 

2-9-1943: Jenny Stern (5-5-1926/3-7-2020).

4-9-1943: Johanna Veronica Levy (4-9-1918/24-10-2009).

7-9-1943: Simon Maurits Hornman (4-12-1926/na 1997).

8-9-1943: Salomon de Jong (23-9-1920/na 1972).

8-9-1943: Abraham Kaas (1-9-1917/na 1951).

9 of 10-9-1943: Jansje Erwteman-Frederikstadt (9-6-1916/7-6-1995)

10-9-1943: Mathilde (‘Tilly’) Bosman (11-3-1923).

10-9-1943: Sophie Marianne (‘Job’) Simons (23-8-1922/28-1-2017).

11-9-1943: Adolf Grünfeld (17-12-1901/3-8-1959).

11-9-1943: Ondrey Gerö (11-7-1890/na 1945).

13-9-1943: Fritz Klaber (6-11-1904/30-3-1986).

13-9-1943: Echtpaar Bernard Max Vromen (25-12-1911/11-9-1963) en Froukje Vromen-Cohen (10-12-1910/18-10-1983).

13-9-1943: Fritz Karl Kuraner (19-4-1908/na 1947).

14-9-1943: Günther Ernst Aronade (19-3-1918/Auschwitz, 13-2-1944).

15 of 22-9-1943: Lilly Kettner (2-4-1923/na 1990).

16-9-1943: Echtpaar Izaak de Vries (30-12-1888/18-11-1951) en Jetje de Vries-Goud (3-6-1887/16-4-1976).

17-9-1943: Ruth Karlsberg (8-5-1925).

17-9-1943: Rosey Eva Pool (7-5-1905/29-9-1971).

18-9-1943: Echtpaar Abraham (‘Ab’) Izak Roos (23-8-1910/22-4-1980) en Rosalie Roos-Asscher (17-3-1910/22-4-1990) met hun kinderen Jacob (9-3-1937) en Salomon (5-8-1939).

23-9-1943: Werner Stertzenbach (4-4-1909/10-7-2003).

Vóór 24-9-1943: Max Ferman en echtgenote.

25-9-1943: Echtpaar William (‘Willi’) Schönland (23-12-1915/27-7-2011) en Mathilde (‘Tilly’) Schönland-van Weerden (13-5-1918/15-11-2006).

29-9-1943: David Sluizer (20-12-1875-2-3-1964).

Eind september/begin oktober 1943: David Rosenbaum (15-2-1925/Auschwitz, 1-1-1945).

Eind september/begin oktober 1943 (eerste ontsnapping): Martin (‘Uffi’) Uffenheimer (18-6-1922/1985).

1-10-1943: Hannelore Cahn (27-11-1923/maart 2014).

4-10-1943: Ludwig Boll (10-12-1911/2-12-1984).

4-10-1943: Hans Nussbaum (27-3-1911/na 1946).

6-10-1943: Georg Lodewijk Witjas (2-8-1899/25-8-1976).

12-10-1943: Hartog van der Goen (13-3-1901/Midden-Europa, 2-5-1945).

14-10-1943: Abraham de Kadt (4-2-1868/25-1-1951)

17 of 18-10-1943: Onbekende man.

18/19-10-1943: Max Biegel (12-5-1909/Scharnegoutum, 29-2-1944).

21-10-1943: Simon Lodewijk Wijnbergen (21-2-1940).

23-10-1943: broer en zus Salomon (‘Max’) Schrijver (20-2-1938) en Jeannette Schrijver (20-12-1936).

29/30-10-1943: Heinz Leopold (‘Herman’) Speyer (3-9-1911/na 1945).

Eind oktober 1943: Frederik Lodewijk Spier (12-3-1907/Bergen-Belsen, 20-3-1945)

9-11-1943: Jacob Cohen Rodriguez (1-8-1907/Midden-Europa, 31-7-1944).

15-11-1943: Benjamin Wolff (16-7-1906/na 1945).

19-11-1943: Daniël Santcroos (26-3-1906/30-7-1975).

19-11-1943: David van der Sluis (5-4-1910/4-10-1973).

25-11-1943: Paul Romann (10-12-1913/Auschwitz, 31-5-1944).

3-12-1943: Jacob Karel Danneboom (2-8-1909/Auschwitz, 20-1-1945).

11-12-1943: Hartog Deen (4-9-1908/1-8-1973).

11-12-1943: David Hagenaar (15-10-1905/5-9-1980).

15-12-1943: Albert Salomon (26-1-1883/7-5-1976) en Paula SalomonLevie (1-12-1897/17-4-2000)

Eind 1943: Frouke Dal-Abrahams (Monnickendam, 2-4-1917/3-5-1995)

1944

1944, datum onbekend: Gretl Schramm-Siesel.

1944, datum onbekend: Siegbert (‘Bubi’) Pinkus (10-4-1921/na 1946).

1944, datum onbekend: Louis (‘Loek’) Kater (22-7-1938/10-10-2008).

Waarschijnlijk januari 1944: David Fierlier (Rotterdam, 18-3-1906/Midden-Europa, 9-5-1945).

5-1-1944: Elisabeth de Leeuw-Herzberg (10-11-1892/25-6-1991).

11-1-1944: Jozef Pool (29-8-1921/na 1945).

11-1-1944: Hermann Kellner (20-5-1921/2-9-1972).

17-1-1944: Onbekende man.

17-1-1944: Onbekende man.

19-1-1944: Hartog Roosnek (3-10-1915/8-10-1972).

19-1-1944: Herbert Schlaechter (18-1-1920/7-1-1988).

20-1-1944: Johanna Seys (24-3-1912).

20-1-1944: Betty Lewin (6-2-1912/na 1947).

20-1-1944: Tijsje Anna Blitz (7-12-1914).

23-1-1944: Barend Blitz (30-9-1900). 

2-2-1944: Marianne Elisabeth Hendrix (28-1-1939/3-6-2004).

2-2-1944: Paul Werner Siegel (28-1-1924/na 1996).

2-2-1944 (tweede ontsnapping): Martin (‘Uffi’) Uffenheimer (18-6-1922/1985).

8-2-1944: Rahel Karlsberg (17-7-1923/na 2009).

9-2-1944: Jo Spier (11-2-1916/22-9-2009).

9-2-1944: Twee onbekende meisjes.

21/22-2-1944: Mary Florence Gomperts-Sanders (21-10-1890/19-8-1981).

24-2-1944: Bernard Gomperts (9-11-1886/21-1-1950).

25-2-1944: Herman Italiaander (12-9-1923/1-1-2014).

25-2-1944: Frits Siegfried Siesel (17-2-1925/na 1945)

Maart 1944: Onbekende man.

3-3-1944: Werner Ernst Hirschfeld (26-4-1920/16-3-1986).

3-3-1944: Lotte Wahrhaftig-Siesel (16-4-1926/na 1955).

3-3-1944: Franz Pollak (30-12-1918).

3-3-1944: David Dolsch.

3-3-1944: Walter ?.

3-3-1944: Onbekende persoon.

3/4-3-1944: Willem Herman (‘Wim’) de Rooij (28-6-1921/Amsterdam, 5-1-1945).

6-3-1944: Abraham Coronel (4-3-1915/22-6-1983).

6-3-1944: Max Cahn (1-12-1894/Flossenbürg, 30-1-1945).

22-3-1944: Onbekende man.

23-3-1944: Echtpaar Julius Werner Reutlinger (14-11-1921/1987)  en Gella Reutlinger-Simon (25-12-1921/na 1950).

28-3-1944: Ruth Rischel Fleischer-Haar (12-11-1919/4-7-1994).

28-3-1944: Walter Kaiser (10-10-1920/na 2002).

1-4-1944: Bertha de Haas (12-1-1870/21-12-1948).

1-4-1944: Klara van Essen-van Rhijn (16-5-1896).

1-4-1944: Elsa Jessurun d’Oliveira (14-12-1913/1-5-1998).

4-4-1944: Sophia Meijer-Philips (5-5-1868/1955).

3-5-1944: Salomon Aron Gazan (9-2-1904/Wilhelmshafen, 9-1-1945).

19-5-1944: Herman Salomon Dormits (31-12-1926/na 1963).

Zomer 1944: Willy.

Tweede helft 1944: Johanna Kroonenberg (27-12-1917/na 1992).

1-6-1944: R. Baas (17-5-1909).

6/7-6-1944: Horst (‘Hans’) Kerpen (19-10-1930/27-3-1993).

3-7-1944: Samuel Beesemer (12-7-1905/24-3-1975).

10-8-1944: Jonas Henri (‘Johnny’) Kan (24-10-1919/25-8-1988).

16-8-1944: Abraham Hammelburg (13-9-1916/8-7-2000).

28-8-1944: Jacob van Rooijen (2-3-1904/2-5-1982).

September 1944: ‘Jan’ (pseudoniem).

3-9-1944: de broers Manfred Klafter (4-9-1919/6-2-1997) en Harry Klafter (1-11-1925).

5-9-1944: Tien onbekende personen.

5-9-1944: Samuel Goldstein (1-12-1917/Westerbork, 6-9-1944).

5-9-1944: Ernst Katan (23-4-1923/Westerbork, 6-9-1944).

5-9-1944: Johan Ancona (8-12-1919/Westerbork, 6-9-1944).

5-9-1944: Johan Frederik Theodoor Engers. (7-6-1919/Westerbork, 6-9-1944).

Verklaring kampcommandant Gemmeker over de executie van vier ontsnapte gevangenen.

6-9-1944: Raphaël (‘Felix’) Halverstad (11-8-1904/14-8-1978).

7/8-9-1944: Helena Wijler (9-9-1925) en haar verder onbekende vriend.

11/12-9-1944: Isaäc Anholt (29-1-1919/na 1973).

13-9-1944: Elie Jacobus Kulker (27-3-1904/9-12-1986).

13-9-1944: Thomas (‘Gideon’) Drach (5-7-1916/30-5-1990).

Na 13-9-1944, datum onbekend: Michaël Hijman de la Bella (24-12-1916/14-5-2000).

6-10-1944: de broers Hendrik Samuel Houthakker (31-12-1924/15-4-2008) en Lodewijk Arnold Houthakker (16-1-1926/2-10-2008).

6-10-1944: Abraham (‘Bram’) Jacob Muller (20-4-1921).

6-10-1944: Aron Bronkhorst (22-11-1916/31-10-1999).

6-10-1944: Paul Jürgen Jacobson (2-1-1914/na 1949).

6-10-1944: Abram Mordko Lederman (17-2-1903/17-8-1973).

6-10-1944: Emile Francesco Moresco (2-6-1897/20-7-1986).

6-10-1944: Hartog Opdenberg (22-9-1906/1-5-1960).

6-10-1944: Walter Julius Orgler (1-11-1908/na 1946).

6-10-1944: Hermann Polak (12-3-1906).

6-10-1944: Ernst Stein (29-7-1900/23-8-1952).

6-10-1944: Robert Gerhard Hermann Steinberg (9-5-1901/na 1973).

6-10-1944: Siegfried Abraham Theodoor van der Wielen (19-4-1903/6-12-1994).

1945

Begin januari 1945: Emanuel Marcus (19-10-1908/Groningen, 21-1-1945)

20-2-1945: Samuel Wortelboer (30-7-1910/8-8-1973).

25-2-1945: Hendrik Fritz van Doorn (10-6-1906).

7-4-1945: Bob Zadok Blok (4-9-1928/na 2014).

7-4-1945: Abraham (‘Bram’) van der Sluis (22-4-1913/na 1945).

7-4-1945: Marcus Hart (20-2-1917/na 1945).

11-4-1945 (tweede ontsnapping): Samuel Schrijver (7-5-1922/13-1-2013).

12-4-1945: Joseph (‘Joop’) Emmerik (Amsterdam, 29-1-1909/1-12-1980).

12-4-1945: Jonas Knoop.

12-4-1945: Onbekende man.

Jaartal/datum onbekend

Friedel.

Jobje v.d. B.

Kootje.

Onbekend echtpaar.

Sally.

Stella.

W.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag