Berichten

De hechte verzetsbanden tussen Urk en de Zaanstreek

Tijdens de oorlog liepen er heel wat verzetslijntjes tussen het gereformeerde vissersdorp Urk en de ‘rode’ Zaanstreek. Toeval?

De oplettende beschouwer van het digitale Joods Monument Zaanstreek zag het wellicht: de gemeente Urk wordt daar meermalen genoemd. Op de site urkinoorlogstijd.nl is het omgekeerde zichtbaar: daar duikt met enige regelmaat de Zaanstreek op. Waar komt die band tussen twee toch bepaald niet gelijkgeaarde gebieden vandaan?

De eerste Zaans-Urkse verknoping in oorlogstijd wordt zichtbaar op 12 mei 1940. Het is de derde dag dat de Nederlandse krijgsmacht weerstand biedt aan de nazistische overweldigers. De Urker vissersvloot krijgt deze Pinksterzondag de opdracht om het IJsselmeer over te steken en voor anker te gaan in het Noordzeekanaal tussen Zaandam en Amsterdam. Op die manier, zo denkt de Nederlandse legerleiding, kan worden voorkomen dat er Duitse watervliegtuigen landen nabij de Amsterdamse haven. De schepen liggen er nog als op 14 mei de bemanning van een Britse torpedojager de aan het kanaal gelegen Petroleumhaven grotendeels verwoest en zo voorkomt dat de daar opgeslagen olievoorraad in vijandige handen valt. De Urker boten lopen geen averij op. Na de capitulatie van de Nederlandse krijgsmacht kunnen de schippers hun bezit ophalen bij de Amsterdamse visafslag en terugvaren naar de thuisbasis.

14 mei 1940. Urkers botters op het Noordzeekanaal. Links pakhuis De Vrede in de Zaandamse Achtersluispolder, rechts de in brand gestoken Petroleumhaven in Amsterdam.

Dat de Urker vissersvloot in de meidagen van 1940 aan de grens van Zaandam dobberde, was een toevallige samenloop van omstandigheden. Dat geldt minder voor latere gebeurtenissen. (Oud-)inwoners van het tijdens de oorlog slechts 4500 inwoners tellende Urk -toen nog onderdeel van Noord-Holland- duiken meermalen op in Zaanse verzetsverhalen. In veel gevallen kenden en hielpen ze elkaar.

Joodse onderduikers

De verhalen over een aantal joodse onderduikers in de Zaanstreek geven enig inzicht in de banden met het vissersdorp aan het IJsselmeer. Zo verborg de in Urk geboren Grietje Diepersloot-Romkes samen met haar echtgenoot meerdere joden in haar Zaandijker woning. Zowel het Amsterdamse echtpaar Leefsma en hun dochter Jos als hun jonge plaatsgenoot Robbie Kleemann vonden er gastvrijheid. Pieter ten Napel uit Urk bracht Jacob Kropveld onder bij zijn broer Hendricus, die in Wormerveer woonde. Het drie leden tellende gezin Van Moppes kreeg langdurig onderdak bij diverse leden van de in Urk geboren en getogen, maar inmiddels eveneens in Wormerveer wonende familie Kramer.

De Wormerveerders Miena (1884) en Klaas Kramer (1880) in Urker outfit (K. Kramer)

De naam Kramer komen we ook elders tegen. In Zaandijk woonde de voormalige Urkse Annetje Koomen-Kramer. Samen met haar man gaf ze in Zaandijk ruim anderhalf jaar onderdak aan Leo Querido. En dan was er ook nog Rachel Lewin. Zij werd in februari 1944 van haar Zaanse onderduikadres overgebracht naar Urk, door de daar wonende Harmen Kramer. Al die (gereformeerde) verzetsstrijders -ze hielpen vaak ook nog niet-joodse vluchtelingen- waren ongetwijfeld familieleden van elkaar.

Harm Gerssen

Het bleef niet bij het huisvesten van opgejaagden alleen. De eerder genoemde Urker Harmen Kramer was familie van de Koogse visboer Harm Gerssen (1912). Ook die groeide op in Urk, maar als jongeling verhuisde hij naar de Zaanstreek. Hij maakte sinds 1943 deel uit van de ‘wilde’ verzetsgroep Koog-Bloemwijk. Die pleegde overvallen, deed pogingen om collaborateurs te liquideren en roofde bonkaarten en persoonsbewijzen uit overheidsgebouwen. In het najaar van 1943 haalden enkele groepsleden neergekomen geallieerde vliegers op uit onder meer Urk en Kampen. Bij die laatste actie lijkt Gerssen de spil te zijn geweest. Hij stond ook in nauw contact met de Zaandijkse politieman Joop Keijzer. Die, op zijn beurt, leidde de hulp aan joodse onderduikers in zijn directe omgeving. Van wie er dus enkele terechtkwamen bij de bovengenoemde helpers.

Harm Gerssen

Er liep dus een lijntje tussen de familie Kramer en Harm Gerssens verzetsgroep Koog-Bloemwijk. Een tweede lijntje is zichtbaar bij de familie Ten Napel. Zoals gezegd kreeg de joodse Amsterdammer Jacob Kropveld in Wormerveer onderdak bij Hendricus ten Napel (Urk, 1895). Dat er in Wormerveer een bijna-naamgenoot woonde, Hendrikus ten Napel (1923), zal ook geen toeval zijn geweest. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, dook Hendrikus onder bij familie in Urk. In augustus 1944 werd hij daar gearresteerd en via kamp Amersfoort gedeporteerd. Hij stierf op 27 november 1944 in gevangenschap.

Een ander waarschijnlijk familieverband betrof Jacob Kropveld. Het enige joodse gezin in Urk had dezelfde achternaam. Hun dorpsgenoot Jan Mars bood hen een onderduikplek aan in de Zaanstreek, in een schuur van een oom. Israel Kropveld bedankte echter voor het aanbod. Hij, zijn vrouw Hendrika en hun dochter Lea werden in 1943 in Sobibor vermoord.

Doodstijdingen

De doodstijdingen bleven niet beperkt tot de familie Kropveld en Hendrikus ten Napel. Harm Gerssen (wiens oma ook een Ten Napel was) werd in januari 1944 als gevolg van verraad opgepakt en een maand later ter dood veroordeeld. De in Krommenie wonende, maar 22 jaar eerder in Urk geboren Klaas van Veen, werd gearresteerd als deelnemer aan de April-meistaking bij de blikfabriek in zijn woonplaats. Hij stierf op 13 juli 1944 in Dachau.

Er was in het concentratiekamp nog een sterfgeval met een Zaans-Urkse achtergrond. Jacob Willemszoon kwam op 15 februari 1894 ter wereld in Urk. Medio jaren twintig verruilde hij de visserij voor een Zaanse fabriek. Hij verhuisde hij met zijn eveneens Urker echtgenote naar Zaandam. Daar raakte hij tijdens de bezetting betrokken bij het communistisch verzet; een flinke overstap voor de van huis uit gereformeerde ‘Jakke’ Willemszoon. In zijn conservatieve geboortedorp liep hij dan ook niet te koop met zijn politieke voorkeur. Hij bezorgde in Zaandam onder meer illegale blaadjes. Eind november 1943 werden Jacob Willemszoon en tientallen andere communisten verraden door hun wraakzuchtige Zaandamse partijgenote Franci de Munck-Siffels. Via verschillende andere kampen belandde Willemszoon in Neuengamme, waar hij in januari 1945 het leven liet.

Jacob Willemszoon

Sterke band

Er zijn twee belangrijke redenen voor de sterke band tussen de Zaanstreek en Urk. De eerste betreft de armoede in het vissersdorp aan het begin van de twintigste eeuw. Veel Urkers solliciteerden daarom bij de opkomende industrieën aan de Zaan. Sommigen zouden nooit meer terugkeren naar hun geboortegrond.

De tweede reden had eveneens te maken met de Zaanse werkgelegenheid. Op 8 april 1929 brak er in Zaandam een houtwerkersstaking uit. De getroffen werkgevers ronselden werkwillige arbeiders in streng-christelijke plaatsen als Urk en Harlingen. Een deel van deze stakingsbrekers, ‘ballen gehakt’ in de Zaanse volksmond, bleef na de in oktober 1929 verlopen werkweigering achter in de Zaanstreek.

Dat Klaas van Veen, vermoedelijk de zoon van zo’n stakingsbreker, vijftien jaar later als gevolg van zijn deelname aan een staking het leven liet, kan als een cynische speling van het lot worden beschouwd. Wellicht belandde via de houtwerkersstaking ook Harm Gerssen in de Zaanstreek (de archieven geven hierover nog geen openheid van zaken). Jacob Willemszoon woonde voor deze werkonderbreking al drie of vier jaar in Zaandam en had dus een andere achtergrond. Een aantal van de meestal zo gezagsgetrouwe Urkers gooide, zo bewijst ook de hulp aan onderduikers, tussen 1940 en 1945 de kont tegen de krib. Ze zagen de nazistiche machthebbers niet als het wettig gezag, maar bleven achter het uitgeweken huis van Oranje staan. Principieel als ze waren, bleef er daarom maar één optie over: verzet.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag





Het verdwenen oorlogsmonument

Zijn familie is al decennia op zoek naar informatie over Hendrikus ten Napel (Wormerveer, 28-4-1923/Schwesing-Engelsbrug, 27-11-1944). De Wormerveerder stierf als dwangarbeider in Duitsland, maar heel veel meer is er niet bekend over zijn wederwaardigheden. En waar bleef de herinneringsplaquette die ergens in Wormerveer hing (hangt?) en die nog twee namen toont? Robert Hofman uit Urk schreef er onderstaande tekst over. Informatie is welkom via info@schaapschrijft.nl.

Hendrikus, ook wel geschreven als Hendricus, wordt geboren op 28 april 1923 te Wormerveer. Drie jaar eerder werd zijn broer Lubbertje (1920) geboren. Hendrikus is het tweede kind van Pieter ten Napel en Jannetje Lubbertjes Hakvoort. Na Hendrikus worden nog Tiemen (1926) en Harm (1929) geboren. Hendrikus groeit op in Wormerveer, in de Van Diemenstraat 5. Hij wordt timmerman. Hiernaast doet hij dienst bij de brandweer. Hier wordt een groepsfoto gemaakt. Later zal blijken hoe waardevol deze foto is. Als de oorlog aanbreekt duikt hij onder. Zeer waarschijnlijk om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Hij is 21 jaar, en dus willen de Duitsers dat hij gaat werken. Hendrikus besluit om onder te duiken bij zijn familie op Urk. Zijn zwager Geert Oost zit in het verzet en helpt hem aan een goede plek.

Hendrikus ten Napel

Helaas, het is augustus 1944 als het verzet op Urk wordt verraden. Geert Oost wordt gearresteerd. Op dat moment is Hendrikus er zeer waarschijnlijk ook bij, hij wordt ook gearresteerd. Naast Geert en Hendrikus zijn er nog vier personen. De Duitsers verhoren iedereen op Urk, in de gereformeerde pastorie. Iedereen komt vrij, behalve Geert en Hendrikus. Men besluit Geert te werk te stellen te Arnhem, bij vliegveld Deelen. Hier moet hij bomtrechters dichtmaken. Hendrikus wordt als onderduiker behandeld. Er is geen genade blijkbaar. Hij wordt op transport gezet naar Kamp Amersfoort. Vanaf Amersfoort wordt hij verder op transport gezet naar Neuengamme. Hier komt hij aan op 10 september 1944. Op het hoofdkamp Neuengamme wordt hij doorgestuurd naar sub-kamp Husum-Schwesing. Mogelijk dat hij ook te Ladelund heeft gewerkt. Hendrikus kan het werk en de ontberingen niet aan. Hij sterft al enkele maanden na zijn arrestatie op 27 november 1944, om 04.37 uur te Schwesing-Engelsbrug. Een dag later, op 28 november wordt Hendrikus begraven op het Ostfriedhof te Husum.

Rode Kruis

Nog geen jaar later is de bevrijding in Nederland eindelijk een feit. In huize Oost is men opgelucht. Geert heeft de oorlog overleefd, maar zal last blijven houden van de oorlog, letterlijk en figuurlijk. Zijn beste vriend Piet Brouwer is opgepakt en heeft ternauwernood de oorlog overleefd. Later blijkt dat hij na de bevrijding alsnog in Duitsland overlijdt. Neef Hendrikus is spoorloos. Waar hij is gebleven weet de familie niet. Zijn ouders verkeren in onzekerheid. In juni plaatst Geert twee advertenties, in Trouw en in Strijdend Nederland, met een oproep voor Hendrikus. Er komt geen bericht binnen. Het is meer dan een jaar later als het Rode Kruis bericht heeft voor de familie. Op 16 augustus 1946 ontvangt vader Pieter een schrijven van het Rode Kruis: “Naar aanleiding van Uw aanvraag, deel ik U hierdoor mede, dat U thans bij den Ambtenaar van den burgelijken stand te Wormerveer, een extract uit het overlijdensregister, ten name van den heer Hendrikus ten Napel, geboren 28 april 1923 kunt aanvragen.” Het enige dat aan Hendrikus herinnert is de groepsfoto van de brandweer. Een uitsnede wordt gemaakt en ingelijst. De familie bewaart deze tot op de dag van vandaag. Hendrikus ten Napel wordt herdacht op een plaquette te Wormerveer. Op de plaquette staan drie namen, wellicht van Zaanse brandweervrijwilligers: Jan Arend Grobbe (Alphen aan de Rijn, 18-2-1917/gefusilleerd in Westerbork, 12-10-1944), Willem de Jong (Wormerveer, 18-4-1922/Zaandam, 5-10-1945) en Hendrikus ten Napel.

Strijdend Nederland (16-6-1945)

Jan Arend Grobbe

Nog een paar details, in aanvulling op de tekst van Robert Hofman. Jan Arend Grobbe was handelsreiziger en woonde in Groningen. Hij en zestien andere mannen eindigden hun leven voor het vuurpeloton, in wat de grootschaligste fusillade was in kamp Westerbork. Grobbe was betrokken bij twee verzetsorganisaties, de K-groep en de Nulgroep. Die hielden zich vooral bezig met het huisvesten van joden en andere onderduikers en het sjoemelen met bonkaarten. Door een infiltrant van de Sicherheitsdienst viel de K-groep in handen van de Duitsers. Op 12 oktober 1944 werden de over twee groepen verdeelde zeventien gevangenen vlakbij het crematorium van Westerbork met karabijnen gedood. De stoffelijke resten werden gecremeerd.

Jan Arend Grobbe (Oorlogsgravenstichting)

Willem de Jong

Willem de Jong (geboren in Wormerveer, aldus de plaquette, maar in Wormer volgens zijn overlijdenscertificaat) was ongehuwd. De vijf maanden na de bevrijding gestorven fabrieksarbeider woonde ten tijde van zijn dood in Wormerveer. Over hem is verder niets bekend. Dat geldt ook voor de vraag of zijn lijdensweg, zoals verwoord in de rouwadvertentie, een resultaat was van doorstane ontberingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Zaanstreek (10-10-1945)

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag