Berichten

De raadselachtige liquidatie van mevrouw (De) Haan uit Neck

In Korte metten, mijn boek over de tientallen Zaanse liquidaties, liet ik Neck buiten beschouwing. Dat buurtschap in de voormalige gemeente Wijdewormer hoort nu eenmaal meer bij Waterland dan bij de Zaanstreek. Desondanks knaagt de vraagt: waarom schoot het gewapend verzet nog geen drie weken voor de bevrijding mevrouw (De) Haan dood? En wie was zij eigenlijk?

Het zijn maar een paar zinnen uit een zogenoemd ‘sabotagerapport Waterland’: “Acties tegen SD-agenten en andere provocateurs: Mevr. De Haan, wonende te Neck. J. Otjes, boerenleider in de Beemster. Uit inlichtingen bleek ons dat het hier twee verraders betrof. Beiden in hun woning neergeschoten. Mevr. De Haan direct dood, Otjes later aan zijn verwondingen bezweken. (Eind maart, begin april 1945.)” In een ‘uittreksel sabotagerapport Waterland’ komt de dubbele aanslag opnieuw voorbij: “Eind Maart 1945: Mevr. de Haan, wonende te Neck en J. Otjes, boerenleider in de Beemster, beiden verraders, in hun woning neergeschoten.”
De naam van veehouder Jan Volkert Otjes is bekend. Een buurman op de Westdijk in Beemster, Wouter Sas (1924), sprak in het boek Hoor es hier over zijn eliminatie: “Hij voelde zich al niet lekker hoor, want hij had prikkeldraad om de poort. Er kwamen twee jongens de klugt [kluft?] bij hem neer en die knipten het prikkeldraad los en gingen het erf op. Hij stond net te karnen in de stal. Ze vroegen of ze bij de boerenleider waren. ‘Ja, dat ben ik’, zei ie en het was meteen pats. Hij heeft nog een dag of wat geleefd. Hij is overleden in het ziekenhuis in Purmerend.”

Een door Volkert Otjes ondertekende rouwadvertentie voor een partijgenoot (NSB-blad Volk en Vaderland, 27-7-1942)

Deze NSB’er stond bekend als een fanatieke boerenleider. Kort voor zijn liquidatie had hij nog enthousiast geholpen bij het arresteren van de bemanning van een in de Beemster neergestort geallieerd vliegtuig, alsof de oorlog niet al op zijn einde liep. Dat hij op de dodenlijst van de illegaliteit stond, verbaast niet. Maar wie is toch mevrouw De Haan? Wat had zij gedaan dat de ultieme straf rechtvaardigde? En werd zij gedood op dezelfde dag en door dezelfde verzetsstrijders als Volkert Otjes?

Jan Brasser

Wellicht had ik deze vrouw toch moeten opnemen in Korte metten. In het persoonlijk archief van de Zaanse verzetsleider Jan Brasser, te vinden bij het Amsterdamse Verzetsmuseum, bevinden zich namelijk ook wat aantekeningen over dit slachtoffer. “Betr. Mevr. Haan. Mevr. Haan, wonend in Neck, staat in zeer nauw contact met de Feldgendarmerie uit Oosthuizen en verschaft deze alle mogelijke inlichtingen over de ondergrondse. Zij heeft briefjes van f 100,- op serie, m.i. wel een bewijs dat zij door de D.[uitsers] voor haar activiteit beloond wordt. Ook zij tracht op haar beurt mensen met geld om te kopen om inlichtingen in te winnen over de ‘ondergrondse’.” Was getekend: “Ct. G.S.A. [Commandant Gewestelijke Sabotage Afdeling] Waterland (Oost), Kl. Jan.” Het voor Jan ‘Witte Ko’ Brasser bestemde briefje heeft 23 maart 1945 als datum. Verder bevat Brassers dossier een ‘werkrapport’ d.d. 30 maart 1945 van ‘Kl. Jan’ met daarin de zin: “Woensdag: enkele jongens schaduwden Mevr. Haan.”

Talloze verzetsstrijders gebruikten de schuilnaam ‘Kleine Jan’. Zo had je in Zaandam Jan Gerrit Bruin (‘Klein Jantje’) en in Wormerveer Gerrit A. Gras die dit pseudoniem hanteerden. De Waterlandse Knokploeg beschikte eveneens over een Kleine Jan, de uit het Zuid-Hollandse Berkel en Rodenrijs overgekomen Jan Hensen (1920-2016). Hij was districtscommandant van de GSA-Knokploeg Waterland, en dus de auteur van de GSA-notitie voor Krommenieër Jan Brasser. Die op zijn beurt als algeheel GSA-commandant in Noord-Holland de opdracht gaf om collaborateurs te liquideren.

‘Kleine’ Jan Hensen

Hoogstwaarschijnlijk maakte in ieder geval Meeuwis Huijser (1922-1997) deel uit van het duo dat Otjes doodde. Hij was van 1940 tot 1942 in de leer als sergeant-geweermaker bij de bedrijfsschool van de Artillerie-Inrichtingen in Zaandam, de stad waar hij eind 1942 ook onderdook. De tweede oorlogshelft leefde hij een zwervend bestaan in met name Waterland. Deze wapeninstructeur van de KP-Waterland nam deel aan overvallen, ontvoeringen en eliminaties. In het boek Verzet verwoord vertelde hij daarover: “De opdrachten kregen we dan van Bert [Egbert Snijder] of Kleine Jan. Ik had geen moeite met die liquidaties. Je had geen goed woord over voor die verraders.” Waarna hij een zin wijdde aan ‘een actie tegen een verrader in de Beemster’. Dat kan alleen Volkert Otjes geweest zijn. Over die andere aanslag zweeg Huijser.

Otjes’ zerk staat nog altijd overeind op de Algemene Begraafplaats van Middenbeemster. Zijn sterfdatum was 18 april 1945. Maar van mevrouw (De) Haan is op deze begraafplaats geen spoor te vinden.

Opvallend is dat de illegaliteit deze inwoonster van Neck op de korrel nam. Het gebeurde namelijk zelden dat het gewapend verzet vrouwen elimineerde. Ze werden over het algemeen gezien als veel minder bedreigend dan mannelijke opponenten. Nog opvallender is dat elk bewijs van haar bestaan in de verzetsstukken lijkt te zijn gewist. Haar voornaam, geboortejaar en woonadres zijn daarin een raadsel. En zelfs haar achternaam staat niet vast. De in het vroege voorjaar van 1945 geliquideerde vrouw -ergens tussen 30 maart en 18 april- is in Jan Brassers dossier het lidwoord ‘de’ in haar naam kwijtgeraakt.

Zowel in de burgerlijke stand van Wijdewormer als op de website wiewaswie.nl is geen (De) Haan te vinden die kort na 30 maart 1945 in Neck of elders in Wijdewormer het leven liet. Er woonden daar overigens wel meerdere vrouwen met deze achternaam, al dan niet met lidwoord, maar die komen geen van allen in aanmerking als liquidatieslachtoffer. Het overlijdensregister van Wijdewormer uit dat jaar maakt het raadsel zo mogelijk nog groter. In 1945 blijken er in die gemeente tien mensen te zijn gestorven, vier vrouwen en vijf mannen. Plus, als allerlaatste op de lijst, iemand die staat omschreven als ‘Onbekend’. Die persoon is ook als enige overleden tussen 30 maart en 18 april 1945. Het kan bijna niet anders: dit is mevrouw (De) Haan.

Handgranaat

Of toch niet? Na enige dagen mailt het Waterlands Archief. De dode anonymus betreft inderdaad iemand die een onnatuurlijke dood stierf. Maar dat was geen vrouw. Geen inwoner van Wijdewormer bovendien. En zelfs geen Nederlander. “De onbekende persoon is een Duitse soldaat die doodgeschoten is”, schrijft de archiefmedewerkster. Waarschijnlijk betreft het de man over wie Bram Kemp in zijn boek Wormer, van crisisjaren, oorlogsjaren tot de bevrijding noteerde: “Hij lag in de berm van de Noorderweg bij de Westerdwarsweg. De soldaat had een gat in de borst. Hij had kennelijk zelfmoord gepleegd met een handgranaat.” Even verderop schreef hij heel wat terughoudender over een ander incident in Wijdewormer: “Er is in de buurt ook nog een aanslag gepleegd op een persoon, waarvan [de al lang geleden overleden streekhistoricus] Jo Haller mij de details vertelde. Dat verhaal doet in dit relaas niet te zake.” Die persoon was zo goed als zeker mevrouw (De) Haan.

Trijntje

Tussen de 212 personen die in 1945 in het tegen Neck leunende Purmerend stierven, blijkt één vrouw te staan die voldoet aan bovengenoemde beschrijving. ‘Heden zestien April negentienhonderd vijf en veertig’ begaf zich een ‘aanspreker’ naar de Purmerendse burgerlijke stand om te vertellen dat drie dagen eerder ‘in deze gemeente is overleden de Boer, Trijntje, oud dertig jaren’, meldt een overlijdensakte. Deze Trijntje de Boer was dus behoorlijk jong toen ze stierf. Dat lijkt niet te wijzen op een natuurlijke dood. Ze had geen beroep, kwam in 1914 ter wereld in Beets en woonde formeel in Purmerend. En ze had een echtgenoot: Jan Volkert Haan. Het heeft er alle schijn van dat hiermee de doodgeschoten vrouw is gevonden. Dat haar man dezelfde voornamen had als de eveneens gedode boerenleider Otjes beschouwen we maar als een speling van het lot. Dat de meisjesnaam van haar schoonmoeder ook Otjes was, kan nauwelijks toeval zijn.

Trijntje kreeg een plek in het familiegraf op de Oude Begraafplaats in Purmerend. Daar ligt ze nog steeds, samen met haar negen jaar later gestorven moeder. Die in 1939 ook al haar andere dochter, toen pas 29 jaar, naar de Oude Begraafplaats had moeten brengen.

Link met de Zaanstreek

Afgezien van de rol die Jan Brasser speelde bij de dood van Volkert Otjes en Trijntje Haan-de Boer is er nog een link met de Zaanstreek. Jan Volkert Haan pendelde medio jaren ’30 heen en weer tussen het Noorder Valdeurspad 10 in Zaandam -de plaats waar zijn schoonvader en -zus waren geboren- en een boerderij aan de Noorderweg 91 in Wijdewormer. Uiteindelijk vestigde hij zich in de Purmerlanderpolder, in Neck. Trijntje bleef vooralsnog ingeschreven staan bij haar moeder, ook al een oud-Zaandamse. De weduwe Trijntje de Boer-Middelbeek woonde inmiddels aan de Thorbeckekade 14 in Purmerend. Jan Volkert en Trijntje jr. trouwden op een mij onbekende datum (de archieven uit die periode zitten nog op slot). Kort daarna vond zij een gewelddadige dood. Het was een schokkende gebeurtenis die de gecensureerde kranten niet haalde en niet leidde tot nazistische represailles. Zo verdween Trijntje Haan-de Boer op 30-jarige leeftijd uit beeld, om er tot het verschijnen van dit stuk nooit meer in terug te keren.

Ik houd me overigens via info@schaapschrijft.nl aanbevolen voor informatie die het leven en de dood van Trijntje Haan-de Boer verder kunnen inkleuren.

Update (14-4-2021)

Soms volgt de aanvullende informatie snel. Al op de dag dat ik bovenstaand artikel plaatste, reageerde een inwoner van Wijdewormer. Hij had vernomen dat Trijntje Haan-de Boer was geëlimineerd, omdat ze ‘een vergadering  van de ondergrondse op de boerderij van Kramer aan de Kanaaldijk had verraden’. De naam Kramer gaf voldoende houvast om verder te zoeken. 

Piet Kramers boerderij  aan de Kanaaldijk 53 was de uitvalsbasis van de lokale BS-groep. Er werden wapentrainingen gegeven, vergaderingen belegd en onderduikers gehuisvest. Op 28 februari 1945 kwamen de BS’ers er bijeen om ingeënt te worden tegen tyfus. Het was er die dag een komen en gaan. Twee leden die in de buurt fietsten, Tom Segers  en Jaap Vermeulen, zagen hoe zeventien Duitse militairen de boerderij omsingelden. De twee slaagden er zelf in om weg te komen. Anderen waren minder gelukkig. De broers Jan en Paulus Conijn (28 en 18) bijvoorbeeld, die ook net aan kwamen lopen. Tom Segers: “Een mof gaat naar hen toe. Ausweis. Ze hadden niks bij zich. Mitkommen. En ik had gezegd: ‘Zie weg te komen’. Dat ze niet het land in gevlucht zijn, begrijp ik nog niet.”

Ook in de boerderij vielen veel BS’ers in handen van hun vijand. In totaal werden twaalf mannen afgevoerd naar de Sicherheitsdienst in Amsterdam. Van hen zou er slechts één worden vrijgelaten, dankzij een perfect vervalste Ausweis en een stug volgehouden verhaal waarin hij zijn onschuld bepleitte. De anderen werden op 8 maart in Amsterdam gefusilleerd, een represaille voor een aanslag op SS-generaal Hanns Albin Rauter. 

Kanaaldijk 53, Wijdewormer

Tom Segers

Tijdens een interview met het Wijdewormer Journaal in 2012 vertelde Tom Segers over zijn ervaringen op 28 februari 1945. “Er is later een vrouw geliquideerd met naar men zegt een kogel voor iedere opgepakte man”, zei hij bij die gelegenheid. “Zij werd verdacht van verraad, maar ik heb ook een andere naam uit Purmerend gehoord als mogelijke verklikker.”

In een door hem in 1995 geschreven en in eigen beheer uitgegeven brochure hield Jan Dekker geen slag om de arm. “Er woonde een vrouw dicht bij Neck aan het begin van de Wijdewormer. Deze vrouw heette De Haan en zij kreeg veel bezoek van Duitsers uit de omgeving. (…) Deze vrouw van het ergste soort had de Duitsers gewaarschuwd dat er geregeld jongens naar de boerderij van Kramer gingen.” Volgens Dekker stond Trijntje Haan regelmatig op de brug bij Neck de omgeving te observeren. “Niemand wist eigenlijk waarom ze dat deed. Dat kwam later uit. Eerst wist men ook niet dat er Duitsers bij haar kwamen. Ze woonde namelijk heel eenzaam aan een dijk. Tot één van de jongens uit de knokploeg van Jansen en Van Keulen erop werd gewezen haar in de gaten te houden. Maar helaas, ze waren al te laat.” 

Jan Dekker kon het weten. Zijn vader, Klaas Dekker, zat tot over zijn oren in het Waterlandse verzet. “Ongeveer een week later kwam op een avond de knokploeg van [carosseriebouwer] Jansen en [veearts Aart] van Keulen bij ons [op de hoeve Marialust aan de Noorderweg in Wijdewormer]. Er werd besproken wat hun eerste taken waren en toevallig stond ik erbij. De commandant had alles uitgelegd over mevrouw De Haan en waarom zij moest worden doodgemaakt. Maar er mocht niet worden geschoten. Dus ze moest worden gewurgd of met het mes gedood. Er was er een die direct zijn hand omhoog stak. Deze heeft zijn taak keurig volbracht.”

De ‘sabotagerapporten’ maken duidelijk dat er toch is geschoten. Hoe dan ook, Trijntje Haan-de Boer stierf op 13 april een roemloze dood.  

(Met dank aan het Waterlands Archief, Cor Bakker en Alex Vallentgoed)

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast per bedrag per maand steunen. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag