Berichten

Voor het vuurpeloton bestemde Oostzaner leefde nog 46 jaar

De Oostzaanse NSB-burgemeester De Bree arresteerde in 1943 zijn plaatsgenoot Marinus Kuijt, op verdenking van zwarthandel. Toen bleek dat Kuijt ook nog een geladen vuurwapen op zak had, was hij rijp voor de doodstraf. Wonderbaarlijk genoeg overleed hij pas in 1989. Hoe kon dat? 

Johannes Alexander Antonius de Bree begon op 11 juli 1942 als burgemeester in Oostzaan. Hij was als fanatiek aanhanger van de Nieuwe Orde vastbesloten om zijn stempel op het dorp te drukken. Daartoe beheerde hij niet alleen het gemeentehuis, maar trok hij er ook regelmatig op uit om gewapenderhand onderduikers en zwarthandelaren -waarmee Oostzaan rijkelijk was bedeeld- te arresteren. In dat verband paste ook zijn verzoek ‘namens den Sicherheitsdienst te Den Haag’ om ‘de opsporing, aanhouding en voorgeleiding van Marinus Kuijt, geboren te Zaandam 3 Augustus 1918, van beroep veehandelaar, wonende te Oostzaan, Stationsweg C222’. Hij werd verdacht van ‘overtreding van het Voedselvoorzieningsbesluit’, oftewel zwarthandel. “Hij houdt zich zeer waarschijnlijk op in Amsterdam, ook wel in verschillende plaatsen van Noordholland. Vermoed wordt dat hij zich vermomd [sic], door middel van een bril en snor (kneveltje).” Het bericht sloot af met de mededeling dat Marinus Kuijt sinds 12 augustus voortvluchtig was. De oproep verscheen op 9 oktober 1942 in het Dagblad voor Noord-Holland, vergezeld door een pasfoto van de verdachte. De jacht was geopend.

Dagblad voor Noord-Holland, 9-10-1942

Het duurde driekwart jaar, maar toen had de NSB-burgemeester beet. In de ochtend van zondag 2 mei 1943 liet hij triomfantelijk in enkele kranten optekenen dat hij ‘den voortvluchtigen smokkelaar Marinus Kuit [sic] in Amsterdam gearresteerd’ had. De Bree zou, met behulp van enkele rechercheurs, ‘een der meest beruchte zwarte handelaren van ons land’ hebben opgepakt. “Reeds langs bestond het vermoeden, dat Kuit zich in gezelschap van zijn plaatsgenoot J.[an] Middendorp te Amsterdam schuilhield.” De ordehandhavers troffen Kuijt aan ‘in de woning van zekeren [Pieter] Saaf, een zwager van Middendorp’. Deze medeplichtigen belandden eveneens in de cel. Tot tweemaal toe werd in het artikel vermeld dat Rinus Kuijt ‘een scherp geladen vuurwapen’ op zak had. “Zooals bekend wordt het verboden bezit van wapens principieel met den dood gestraft.”

Vuurpeloton

Een zwarthandelaar die zich aan de autoriteiten onttrok en die bekendstond als een van de ‘meest beruchte’ in zijn soort binnen Nederland. En dan ook nog eens met een doorgeladen pistool op zak. Het leek er inderdaad op dat de onfortuinlijke Oostzaner zijn leven zou eindigen voor een vuurpeloton.
Maar dan neemt het verhaal een onverwachte wending. Op Kuijts persoonskaart bij het Stadsarchief in Amsterdam staat de vermelding dat hij -overigens evenals Pieter Saaf en Jan Middendorp- de oorlog overleefde en vanaf 1946 in de hoofdstedelijke Vespuccistraat woonde. Later dat jaar keerde hij terug naar Oostzaan, alsof er niets was voorgevallen.

Stadsarchief Amsterdam

Op een genealogische site is te lezen dat Marinus Kuijt op 9 januari 1989 in Oostzaan overleed en dus nog ruim vijf jaar van zijn pensioen had kunnen genieten. In een voetnoot staat nog iets interessants. “Marinus Kuijt slachtte illegaal kippen tijdens de oorlog – hij deed dat in de slachtplaats van zijn zwager Cornelis (‘Cor’) Vonk aan de Haal 22. Toen het illegale slachten aan het licht kwam, werd niet Marinus daarvoor aangesproken, maar Cornelis Vonk: deze werd gearresteerd en naar de strafgevangenis Veenhuizen afgevoerd, waar hij een tijd gevangen heeft gezeten.”

Illegaal slachten

Dat Cornelis Vonk zich bezighield met clandestien slachten is al te lezen in een Amsterdams politierapport d.d. 16 januari 1941. Maar waar hij er toen nog vanaf kwam met de inbeslagname van 39 kippen wachtte hem enkele jaren later blijkbaar een zwaardere straf. Dat gold ook voor Rinus’ acht jaar oudere broer Bertus, een Oostzaanse schillenboer die zich eveneens met illegaal slachten bezighield. Bertus Kuijt stierf op 27 januari 1943 in concentratiekamp Vught. 

Dag-/nachtrapport politie Amsterdam, 16-1-1941 (Stadsarchief Amsterdam)

Cornelis Vonk was een zwager van Bertus en Rinus Kuijt. Ook een andere broer, Jan Kuijt, zou zijn gearresteerd door burgemeester De Bree, in samenwerking met marechaussee Brandjes. En ook hij kwam, via kamp Amersfoort, in Vught terecht. Begin 1943 herkregen Cornelis Vonk en Jan Kuijt hun vrijheid.

Pieter Saaf

Rinus Kuijt was toen dus nog niet opgepakt. Dat gebeurde pas in de lente van 1943, samen met poelier Jan Middendorp en fotograaf Pieter Saaf (die gehuwd was met Middendorps zuster). Van Saaf (1907) is bekend dat hij een actieve NSB’er was. Hetzelfde gold voor zijn broer en moeder. Zou die loyale houding tegenover de bezetter er de oorzaak van zijn dat Jan Middendorp en Rinus Kuijt niet in een concentratiekamp of -Kuijt- voor het vuurpeloton belandden? Wie het weet mag het zeggen, via info@schaapschrijft.nl.

De voormalige Oostfrontstrijder/SS’er/NSB’er Johannes de Bree stierf overigens wel door een kogel. Twee maanden nadat hij Kuijt, Saaf en Middendorp oppakte, schoot hij zichzelf op het Oostzaanse Kerkplein door het hoofd. Zijn vrouw was er een maand tevoren met een huisvriend vandoor gegaan en dat was te veel voor de collaborerende burgemeester.

Burgemeester De Bree in 1942

(Met dank aan Joop Giesendanner)

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag