Berichten

Opmars en neergang van de ‘stinkende’ Zaandamse (nationaal-)socialist Jan Duijs

Een veelbelovender politicus dan Jan Duijs heeft de Zaanstreek zelden gehad, in de dubbele betekenis van het woord. De charismatische SDAP’er schetste zijn massale arbeidersachterban keer op keer in gezwollen bewoordingen een hemel op aarde. Hij klom op tot de machtigste man van Zaandam en tot Kamerlid in Den Haag. Maar zijn val was diep: hij stierf als wraakzuchtige nationaalsocialistische vrederechter. 

Zaandammer Jacobus Johannes ‘t Hoen (1931) had ooit het plan om te promoveren op politicus Jan Duijs. Verder dan dat voornemen kwam het helaas niet. ‘t Hoens onvoltooide dissertatie ligt sinds eind jaren negentig bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Het bestaat uit honderden vellen papier van zijn werkgever, het Zaanlands Lyceum. Op de achterzijde kun je de repetitiestof voor en zelfs de namen van de leerlingen van deze geschiedenisdocent vinden. Op de voorkant staan geschreven en getypte aantekeningen over de machtigste socialist die de Zaanstreek ooit had. ‘t Hoens inspanningen hadden moeten resulteren in een promotie aan de Universiteit van Amsterdam. Kort voor het zover kwam stierf hij, in 1988. Wellicht dat iemand het werk over de invloedrijkste Zaandammer aan het begin van de twintigste eeuw ooit afrondt. Al was het maar om de politieke draai die deze sociaal-democraat maakte nader te duiden. Hieronder een biografische schets van Jan Eliza Wilhelm Duijs. En dan met name van zijn laatste, fascistische jaren. De Unvollendete van Jaap ‘t Hoen vormt daarbij de basis.

Jacobus Johannnes ‘t Hoen in 1983 (De Zaanlander)

“Jan Duijs is voor de ontwikkeling van de Zaandamse sociaal-democratie van nauwelijks te overschatten belang geweest”, concludeert Rob Hartmans in het boek De Rode Zaan. En inderdaad, de in 1877 geboren Duijs werd in Zaandam niet alleen een onovertroffen SDAP-propagandist (1906), raadslid (1907) en de eerste sociaal-democratische wethouder van een grote gemeente (1912), maar hij schopte het ook tot Kamerlid (1909) en Statenlid (1910). Hij kreeg het voor elkaar dat de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in 1913 de absolute meerderheid kreeg in de Zaandamse gemeenteraad en dat Klaas ter Laan daar de eerste sociaal-democratische burgemeester van Nederland werd. Tussen 1915 en 1919 had de SDAP zelfs alle collegezetels in handen, een nooit herhaald unicum. De verdiensten van Duijs voor de ontluikende Zaanse sociaal-democratie kunnen niet genoeg op waarde worden geschat.

Jan Duijs spreekt rond 1914 op het Boschjespad in Koog aan de Zaan (Gemeentearchief Zaanstad)

Om zover te komen schuwde de hardwerkende politicus weinig middelen. Hij was een geestig en slagvaardig debater, tegen wie niemand op kon. Dat hij zichzelf daarbij nogal eens verloor in tegenstrijdigheden en opmerkingen onder de gordel deed zijn populariteit geen kwaad. Zijn populistische redevoeringen gingen er bij zijn soms honderden toehoorders in als Gods woord in een ouderling.

Zijn politieke tegenstanders waren minder enthousiast, en zelfs een enkele partijgenoot moest niets hebben van zijn bijtende interrupties en ‘stinkende insinuaties’ (Maurits Mendels). SDAP-pionier Willem Vliegen prees Duijs’ ‘geweldige feitenmateriaal’ en zijn ‘kostelijke slagvaardigheid, die natuurlijke geestigheid, die vooral in debat hem tot zo’n gevreesde tegenstander maken’. Maar, voegde Vliegen daar aan toe, ‘voor een wegwijzer bij de oplossing van politieke problemen wordt hij zeker niet aangezien.’

Het Zaandamse College van B&W met uiterst rechts Jan Duijs, 20-9-1914 (Gemeentearchief Zaanstad)

Talrijk zijn de anekdotes die over Jan Duijs rondgingen. Het raadslid dat in het dagelijks leven vroeg op moest om zijn werk als notaris te kunnen doen en daarom voorstelde om de uitlopende vergadering af te breken, ontving van Duijs een snijdende repliek: “Ik wist dat notarissen de mensen soms uitkleedden, maar niet dat ze ze ook naar bed brachten.”
Duijs las eens de notulen van eerdere raadsvergaderingen voor, om een opponent op diens tegenstrijdige verhalen te wijzen. Punt was alleen dat hij diens vermeende uitspraken ter plekke verzon. Een andere politieke opponent kreeg van Duijs te horen: “Zo, die meneer Mooij zal dus Zaandam redden. Nu ken ik hem wel. Wij zitten samen in de Provinciale Staten. Daar heb ik hem tweemaal gehoord. Een keer moest hij hoesten en de andere keer liet hij een potloodje vallen.” Het zijn enkele voorbeelden uit vele die Duijs’ straatvechtersmentaliteit tonen.

Royement

Tekening van Albert Hahn in De Notenkraker (28-12-1912): ‘Liberaal: “‘t is uw schuld dat hij daar zit!” Klerikaal: “Nee, ‘t is uw schuld dat hij daar zit.” Duijs: “Hij zit er.”‘

Hoewel Jan Duijs het 11 jaar als wethouder en 28 jaar als Kamerlid volhield, zag zijn partij hem eerder als stemmentrekker en uiterst populair propagandist dan als strategisch zwaargewicht. Toch kreeg hij soms iets voor elkaar binnen de sterk verzuilde Tweede Kamer. Zo zorgde hij er in 1913 met een amendement voor dat 70.000 bejaarden voor het eerst een kleine staatsuitkering ontvingen. Hij zou ook zijn zin krijgen met een aantal punten die hij in 1933 opschreef in zijn brochure Ter Oriëntering. Daarin betoogde hij dat de SDAP niet alleen de arbeidersbelangen moest dienen, zich moest uitspreken voor het koningshuis en de democratie en tegen het communisme, en diende te onderzoeken of eenzijdige ontwapening wel zo’n goed idee was. Die punten nam de partij vier jaar later allemaal over, maar toen was Duijs al geen lid meer. Hem werd verweten dat hij zijn kritiek eerst binnenskamers had moeten bespreken. Ook een vraaggesprek over zijn brochure met de anti-socialistenkrant De Telegraaf werd hem niet in dank afgenomen. De onderlinge verstandhouding raakte uiteindelijk dermate vertroebeld dat de SDAP het Kamerlid in 1935 royeerde als lid.

Tekening van Albert Hahn in De Notenkraker (22-2-1913): ‘De strijd om den ouden arbeider: Duijs verdedigt den ouden arbeider tegen de krijschende klerikale bende.’

Een jaar later schreef hij een met antisemitisme doorspekte brochure waarin hij opkwam voor de rechten van NSB’ers. Het pamflet kreeg een ereplaats bij de NSB-propagandawinkel in de Kalverstraat. Die steun ten spijt sloot Duijs zich niet aan bij de partij van Anton Mussert. Nog niet. Eigenzinnig als hij was richtte hij met Marius Dirk Dijt (een voormalig redacteur van het conservatieve tijdschrift De Waag) en oud-NSB’er Gerrit van Duyl de tegen het fascisme leunende Nederlandsche Volkspartij op. De beweging van de drie D’s werd geen succes en in oktober 1939 fuseerde de NVP met het nationaalsocialistische Verdinaso. Op dat moment had Duijs al de overstap gemaakt naar de Nationaal-Socialistische Beweging. In ‘t Hoens proefschrift-in-wording kunnen we lezen hoe het afliep met de ooit zo populaire volksvertegenwoordiger.

NSB-aanbevelingsbrief, 8 september (in NSB-taal ‘Herfstmaand’) 1941 (IISG, Collectie J.J. ‘t Hoen)

Al sinds zijn breuk met de SDAP toonde de NSB waardering voor het -toen nog- Kamerlid. Zijn in 1936 verschenen brochure Democraten op fascistenjacht werd instemmend besproken in de NSB-krant Volk en Vaderland: “Hopelijk wordt deze studie van mr. Duijs afzonderlijk verkrijgbaar gesteld. Zij bevat zooveel overtuigend materiaal en geeft een zoo scherpen kijk op het wezen van het marxisme, dat kennisneming voor elken volksgenoot aan te bevelen is.” Anton Mussert zocht Duijs in 1937 zelfs op in diens nieuwe woonplaats Lochem.

Germaansche ras

Jan Duijs was toen, na bijna drie decennia, Kamerlid af. Hij werd in zijn woonplaats hoofdredacteur van de Lochemse Courant. In die hoedanigheid schreef hij in januari 1941: “Ons volk is van Germaanschen bloede. De toekomst van het Germaansche ras is ook de toekomst van ons volk. De problemen die 1941 nog moge brengen, zullen, laat ieder zich daarvan goed doordringen, ook voor ons land niet anders dan in lotsverbondenheid met den grooten Germaanschen stam kunnen worden opgelost.”
In een eerdere briefwisseling met een andere oud-Zaandammer, de eveneens tot het nazisme bekeerde voormalige VARA-programmeleider Gerrit Jan Zwertbroek, stak Duijs zijn enthousiasme voor de NSB niet onder stoelen of banken: “Heb je Rost van Tonningen voor de radio gehoord? Daar is toch door een Socialist als jij of ik geen speld tusschen te krijgen? (…) Voorloopig kunnen de oude SDAP-leidertjes nog probeeren te saboteeren. Spoedig zullen ze bemerken dat de arbeiders in het Nationaal-Socialisme vertrouwen krijgen, evenals de jeugd. En je zult eens wat zien als straks het groote werk kan beginnen.”

Gemier

In Zwertbroeks pleidooi om de Nederlandse fascistische organisaties vrijwillig te laten fuseren zag Duijs niets. “Dan kan de duvel ook wel met Onzen Lieven Heer gaan”, antwoordde hij op 22 september 1940. “Men is Nationaal-Socialist of men is het niet. Al dat gemier in nieuwe beweginkjes zonder de NSB heb ik steeds met groote gelatenheid aangezien. In wereldrevolutionaire tijden als deze is al dat gecompromisel uit den boze.”

Het was een houding die de NSB wel aanstond. In augustus 1941 droeg de secretaris-generaal van het departement van Justitie Duijs voor als ‘rechter tevens vrederechter in de Arrondissementsrechtbank te Arnhem’. Duijs was niet alleen politicus, maar ook meester in de rechten en volgens de NSB dus geknipt voor deze functie. Als vrederechter zou hij onder meer de voormalige socialistische kameraden moeten bestraffen die in opstand kwamen tegen de Nieuwe Orde. In de aanbevelingsbrief werd vermeld dat Duijs ‘een trouw lid van de Beweging [is], die den nieuwen tijd begrijpt en gaarne al zijn krachten inspant om de komst van het Nationaal-Socialisme in ons land te bevorderen’.

Hersentumor

Nieuwsblad van Friesland, 17-9-1941

Probleem was dat juist rond die tijd ‘al zijn krachten’ Duijs in de steek lieten. Begin september 1941 openbaarde zich bij hem een ernstige aandoening. Zijn vrouw en hij reisden voor een behandeling naar Amsterdam, waar ze hun intrek namen in het American Hotel bij het Leidseplein. Duijs bleek een hersentumor te hebben. Een operatie bood geen soelaas. Kort daarna, op 16 september 1941, stierf hij. Drie dagen later werd hij, gadegeslagen door een kleine groep vrienden, bijgezet in het graf waar ook zijn kind lag, op de Algemene begraafplaats in Den Haag. Duijs’ echtgenote hing nadien ter herinnering aan de overledene een ingelijste spreuk boven haar bureau: “Beter een leven vol strijd dan een leven zonder idealen.”

Het nazistische college van B&W in Zaandam koos voor een ander eerbetoon. De Herman Heijermansstraat, vernoemd naar een joodse schrijver, veranderde in september 1942 in Jan Duijsstraat. Die aanpassing hield stand tot de bevrijding van Nederland. Nadien zou niemand het nog in zijn of haar hoofd halen om de ver afgezakte (nationaal-)socialistische politicus op een voetstuk te plaatsen, hoe klein ook.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag