Berichten

Kultuurkamerartiesten op de gevoelige plaat

Artiesten die zich tijdens de oorlog aansloten bij de Kultuurkamer konden, tot de Hongerwinter toesloeg, vaak een flink salaris bij elkaar sprokkelen. Een particuliere fotoverzameling geeft een aantal van hen een gezicht.

Jarenlang had theater Carré met verlies gedraaid. Maar in het seizoen 1942-’43 was er eindelijk weer winst, ruim 126.000 gulden. Een jaar later ging het nog beter. De baten verdubbelden tot meer dan 253.000 gulden. Dat had mede te maken met de gestegen bezoekersaantallen. Bijna 600.000 Carré-bezoekers bewonderden in 1943-’44 de kunsten van een lange reeks circusartiesten, zangers, komieken, goochelaars en bandjes. De amusementsbehoefte was groot in de door misère getroffen hoofdstad.

Theater Carré in 1944 (Stadsarchief Amsterdam)

Carré was geen uitzondering. De Nederlandse bioscopen trokken meer mensen dan ooit, de theaters draaiden op volle toeren. De oproepen in illegale bladen om het gereguleerde theatervertier te boycotten haalden weinig uit. Iedere afleiding in deze donkere dagen was welkom. Artiesten profiteerden volop van die gretigheid. Dat wil zeggen, de artiesten die zich hadden aangemeld bij de nazistische Kulturkammer. Zonder vergunning optreden was streng verboden. En de toestemming gold uiteraard alleen voor ‘arische’ kunstenaars. Die zich bovendien ook aan een rigide censuur moesten onderwerpen.

‘Herr Künstler’

Alle beperkingen ten spijt zochten veel artiesten tussen 1940 en 1945 het podium op. “We hebben het nog nooit zo goed gehad als in de oorlog”, citeerde Henk van Gelder in zijn boek De schnabbeltoer een anonieme muzikant. “Je kwam uit de crisis waar je als muzikant als oud vuil werd behandeld. En daar kwamen de Duitsers, die van nature al met veel meer respect naar ons vak opkeken. Je werd Herr Künstler. Er was veel werk, er werden goede gages betaald.”

Eén van die Künstler was de Amsterdammer Thije Kok (1919-2000). Net als de meeste van zijn collega’s tekende hij voor de Kultuurkamer. En kon hij dus doorgaan met optreden, in tegenstelling tot de joodse en de principiëler ingestelde artiesten. Kok -die zich op het podium Sjabo Szebano noemde- had weinig moeite met de bezettingsmacht. Voor Vrij Nederland schreven Harm Ede Botje en ik al eens hoe deze multi-artiest de Duitsers in artistiek opzicht ter wille was, maar zich na de bevrijding ten onrechte profileerde als verzetsstrijder. Kok trad onder meer als bandleider op tijdens een door de Sicherheitsdienst georganiseerde feestavond in het toenmalige Koloniaal Instituut (later Tropenmuseum). Tijdens een optreden in Almelo voor Duitse troepen die naar het Oostfront gingen, trok hij volgens een medemuzikant een uniform aan van de Feldgendarmerie en had hij ‘in ganzenpas rond gemarcheerd’. Hij was daarna met de feestende Duitsers mee op pad gegaan en ‘wakker geworden in een pantoffelfabriek tussen de pantoffels’.

Thije Kok alias Sjabo Szebano, 18-12-1943

In de nalatenschap van deze collaborerende clown bevinden zich tientallen foto’s van collega-artiesten die eveneens met instemming van de Kultuurkamer de planken betraden. De originelen liggen, sinds staatssecretaris Halbe Zijlstra in 2013 het Theater Instituut Nederland failliet liet gaan, waarschijnlijk nog ergens in een bedrijvenloods. Eerst als vrijwel onvindbaar onderdeel van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam en daarna bij het Allard Pierson. Onlangs ontving ik kopieën van deze uit het zicht verdwenen promotiefoto’s. Vaak staan er namen bij, een enkele keer een datum en/of locatie (waaronder meerdere keren theater Carré). Het betreft artiesten met wie Thije Kok in 1943 en 1944 het podium deelde. Soms krabbelden ze een persoonlijke boodschap voor hem op de verstrekte foto.

‘Armloos wonder’

Tussen de plaatjes zijn enkele Hawaïcombo’s te vinden (de nazi’s hadden de veel populairdere jazz verboden; Hawaïaanse klanken waren second best). We herkennen conferencier Andries Kesselaar alias André Carell (de vader van de later nog veel beroemdere Rudi Carell had er geen moeite mee om op te treden voor de gelijkgeschakelde nazistische cultuurvakbond Vreugde en Arbeid). Er zijn foto’s van Dralle, het ‘armloos wonder’, en van Benny Kolsteren, de jongste Nederlandse goochelaar. Om maar een paar uitersten te noemen.

Tot de zomer van 1944 draaide het amusementscircus op volle toeren. Daarna zakte het als gevolg van de oorlogsomstandigheden in. Maar gelukkig hebben we dus nog de foto’s uit de collectie Kok. Vrijwel de hele verzameling staat hieronder, met waar mogelijk wat duiding. Wie meer kan vertellen over de afgebeelde personen is welkom via info@schaapschrijft.nl.

Laten we beginnen met Thije Kok zelf. Hij staat hier, op 23 december 1943, in het midden. Naast hem, met de sambaballen, zijn gelijknamige vader. Aan de andere kant Thijes broer Jan.
Eén van de twee Rieberties gaf op 21 februari 1944 bij een optreden in Rotterdam een gesigneerde foto aan Szebano, oftewel Thije Kok. De twee ‘jongleurs op 1 wiel’ vormden net zo makkelijk het pauzenummer bij een film als één van de acts tijdens een avond vol variété. Dat ze tekenden voor de Kultuurkamer vormde geen belemmering voor een naoorlogse carrière, die in ieder geval doorliep tot ver in de jaren vijftig.
Over de 4 Marleij’s, zo te zien vader, moeder en twee dochters, vond ik geen nadere informatie. Aan de outfit te zien was dit een van de vele Hawaïgezelschappen die tijdens de oorlog door het land trokken.
De dame rechts op deze foto herkennen we van de eerder genoemde 4 Marleij’s. Ze is opnieuw getooid in een Hawaïrok (zij het dat die veel wegheeft van een reeks wilgentenen), maar nu met andere collega’s. De band heette dit keer Hawaïans. Het was niet de meest originele vondst; het wemelde in en kort na de oorlog van de ensembles met dat woord. Daarvan waren de Kilima Hawaiians verreweg het bekendste.
De al eerder genoemde Andries Kesselaar alias André Carell (1911-1968) begon eind jaren dertig als conferencier. Aan het eind van de oorlog reisde hij met een kinderprogramma door Nederland. In de jaren zestig trad hij af en toe op met zijn steeds beroemdere zoon Rudi, onder meer in diens oudejaarsshow voor de AVRO (1961). In 1965 kreeg Andries Kesselaar zijn eigen tv-show, Caroussel.
Volgens het bijschrift zou dit Anita van Enkhuizen moeten zijn. Als datum staat 2 januari 1944 genoteerd. De enige Anita van Enkhuizen die ik kan terugvinden, woonde anno 2021 in Texas en is ongetwijfeld een andere dame.
Op 30 april 1944 traden Anny Francis en Capy op in Zutphen. Het Hongaarse danspaar vertoonde, waarschijnlijk zonder hun imitatie-aap, ‘eerst een bevredigende tango, terwijl hun dans met lichteffecten een fantastisch schouwspel’ was, recenseerde de Nijmeegsche Courant twee weken eerder. Het duo was in 1973 nog één keer te zien, tijdens een tv-documentaire over de Artiestenreünieclub. In deze club ontmoetten de oude variétéartiesten elkaar wekelijks, om bij te praten en terug te kijken op de ooit behaalde successen.
De jongste goochelaar van Nederland zou nooit de roem krijgen die Ger Copper, Hans Klok, Hans Kazàn en Fred Kaps ten deel viel, maar vermaakte tijdens en na de oorlog wel veel kinderen met zijn tovertrucs.
De ‘internationale buikspreekster’ Florencetta ‘met haar ondeugdende kameraad’ Bobby was voor, tijdens en ver na de oorlog te bewonderen. In 1942 was ze volgens krantenberichten zelfs op de gelijkgeschakelde radio te horen, al is me niet duidelijk hoe de luisteraars gewaar werden dat ze nog altijd met haar buik sprak. Kort voor de oorlog stond ze op hetzelfde podium als goochelaar Ben Ali Libi (echte naam Michel Velleman). Hij, jood, werd in 1943 in Sobibor vergast.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog krioelde het in Nederland van de komedianten, conferenciers en humoristen. Carel Starre hoorde ook bij die groep. Hij zette daarbij zijn piano in zoals Hans Liberg dat decennia later ook deed, als instrument om de lach op te wekken. De laatste was overigens succesvoller. Starre verdiende zijn brood vooral met een sigaren- annex feestartikelenwinkel in Delft.
Het Deutsche Arbeitsfront ‘Kraft durch freude’ bood op 4 november 1943 een ‘variété- en cabaretprogramma aan waar ook het Corbets Trio van de partij was. ‘De grote luchtsensatie’ nam het bij de keuze van hun gastheren blijkbaar niet zo nauw. Na de bevrijding traden de drie acrobaten niet meer op onder hun oorlogsnaam.
“Ter herinnering aan de koude kleedkamer in de West-End”, schreef één van de Gesona’s op de voor Thije ‘Sjabo’ Kok bestemde fotokaart. De lage temperatuur werd wellicht veroorzaakt door het tekort aan brandstoffen in de tweede oorlogshelft, maar dat vermeldt de geschiedenis niet. Schlagers zingend bleven de twee Gesona’s -voorheen werkend bij het joodse modehuis Gerzon; vandaar hun naam- tot begin jaren zestig optreden.
De Marcello’s traden op 10 mei 1944 op in Carré. Of het accordeonduo onderdeel was van het gelijknamige ‘revue- en variétégezelschap’ dat destijds regelmatig in de kranten adverteerde met haar programma ‘Wie lacht betaalt’ is me niet bekend.
Nog een duo dat op 10 mei 1944 in Carré optrad, De Martini’s. Gedurende de oorlog was er sprake van een showorkest met deze naam en er bestond ook een schlagergezelschap genaamd ‘De drie Martini’s’. Maar het mediteraan ogende tweetal vormde een ‘mondain danspaar’. Van hen kwam ik één naoorloge aankondiging tegen. In 1947 mochten De Martini’s al dansend mede een feestweek in Winterswijk aflsuiten.
“Ook het variétébedrijf gaat diep gebukt onder de moeilijkheden”, schreef redacteur G.K. Krop van dagblad Het Volk op 20 mei 1944. Waaruit die moeilijkheden bestonden, liet hij wijselijk achterwege. Ze waren ongetwijfeld oorlogsgerelateerd. “Maar men kan van de nood een deugd maken en zo biedt het Pinkster variétéprogramma in Royal [Amsterdam] het voordeel dat het geheel door Nederlandse krachten wordt verzorgd”, ging Krop monter verder. Onder de vaderlandse artiesten in Royal bevonden zich naast ‘voetenwonder’ Dralle (zie hieronder) ook ‘De Zwervers, met hun liedjes en gitaarspel’.
De Nederlandsche Vereeniging van Lichamelijk Gebrekkigen organiseerde op 27 december 1943 een ontspanningsochtend. “Het hoogtepunt van het programma vormde het optreden van den heer Dralle, bekend als ‘het armlooze wonder’, die het zoover heeft gebracht, dat hij met zijn voeten schrijft, teekent, schildert en alle mogelijke andere werkzaamheeden kan verrichten”, aldus een krantenverslag. H. Dralle trad ook op tijdens reguliere voorstellingen, in een poging wat brood op de plank te krijgen.
Een andere artieste die samen met Thije Kok optrad in Carré. Haar naam is helaas onbekend.
“Ter herinnering aan onze prettige samenwerking met het Szebano-kwartet”, schreef ‘chanteuse’ Julie Dotremont op 27 mei 1944 op een artiestenfoto van zichzelf na een optreden in het Bredase Fama Cabaret. ‘De zangeres van het charmante lied’ trad daar niet alleen meerdere dagen op met Thije Kok en zijn medebandleden (dit keer als ‘Hawaiian ensemble’), maar ook met een orkest en een andere band. En dat tweemaal daags, van 3 tot 6 en van 7 tot 10.
Cabaret Musis Sacrum in Eindhoven bood in 1943 een tweedaags kerstprogramma aan met meerdere artiesten die in deze galerij zijn terug te vinden. Onder hen sneltekenaar Leonardo annex humorist Leo Lang. Een ‘luimig conferencier’, typeerde een krant het laatste typetje destijds. Zij het ook een conferencier die blijkbaar weinig omzet draaide. Drie maanden na zijn optreden in Eindhoven plaatste Lang een advertentie: “Wie helpt Nijmeegsch artist aan een rokcostuum (50), lakschoenen, maat 43, en andere kleedingstukken?” Niet alle beoefenaars van de vrije kunsten slaagden er tijdens de oorlog in om de portemonnee gevuld te krijgen. Op 22 mei 1945 vinden we Leo Lang terug, nu adverterend als ‘reclamespecialist’. “De Mof sloot mijn zaak, het bombardement verwoestte mijn zaak, doch nu sta ik weer voor U klaar met ‘t ontwerpen en uitvoeren van showcards, affiches, folders, advertenties, reclame-stunts, e.d.”
Mille Margo, zie hieronder, was een ‘jongleuse op den kogel’. Ze trad net zo makkelijk op in feestzalen als in het circus. En indien nodig deed ze haar lakschoenen aan om als tapdanseres de planken te betreden. Al dan niet samen met de hierboven zichtbare pianist/accordeonist Martin. Die, niet geheel toevallig, dezelfde achternaam droeg als Margo: Rijken.
Niotna & Co vertelden een kluchtig verhaaltje over een dag op de boerderij. Volgens een verslaggever bracht het duo een toneelstuk ‘dat zich met een sneltreinvaart afspeelt, waar honderd en één dingen in gebeuren, de één al zotter en onbegrijpelijker dan de andere, zoo snel en zooveel, dat het niet na te vertellen is.” Het kolderieke nummer was zo succesvol dat Niotna (dat was Karel Brouwer, als de boer) en Co (de boerin) er tientallen jaren mee rondtourden. Inclusief de vijf oorlogsjaren.
Over deze dame met gitaar kan ik alleen maar meedelen dat het me totaal obekend is wie het betreft.
Van Roma en Sinti moesten de nazi’s weinig hebben, maar opvallend genoeg kwam de ‘origineele zigeunerdans’ van Pepita en Boris wel voorbij de censor. Het duo zou Cubaans of Argentijns zijn en, afhankelijk van de verslaggever, Mexicaanse dan wel Argentijnse, Spaanse of Hongaarse dansen brengen. Blijkbaar kon het publiek van die tijd veel worden wijsgemaakt.
Tijdens de donkere oorlogsjaren was er behoefte aan afleiding en vrolijkheid. Veel artiesten uit die tijd combineerden beide behoeften door komische acts naar het publiek te brengen. Zo ook de twee ‘teeken-parodisten’ Pot en Lood, echte namen Guus en Nap.
In het theater wemelde het van de zogenaamde professoren. Onder hen ook Prof. Langini. Hij verstond de kunst van het goochelen, want tijdens het in 1948 gehouden landelijk goochelaarscongres sleepte deze inwoner van Zwolle drie prijzen in de wacht. De prof zou zijn vingervlugheid tot ver in de jaren vijftig blijven beoefenen.
‘Ridi’ is Italiaans voor ‘lach’, maar of de gelijknamige clown en zijn partner Jeanij die ook aan het publiek wisten te ontlokken, is de vraag. In de kranten uit de jaren ’40-’45 zijn beide komieken niet terug te vinden.
Op 20 april 1944, Hitlers een-na-laatste verjaardag, stond Wassia Krimsky op het Leidseplein in het Amsterdamse café-restaurant annex cabaret Casanova. Dat deze ‘zanger-danseur’ tekende voor de Kultuurkamer lijkt hem na de oorlog niet te zijn kwalijk genomen. Hij trad in de tweede helft van de jaren veertig namelijk met enige regelmaat als eenmans Don Kozakkenkoor op bij de VARA en tijdens CPN-feestavonden.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag



Unieke foto’s van de Februaristaking

In de zomer van 2016 nam de tachtigjarige Gerard Wijdenes contact op. Of ik geïnteresseerd was in een fotoalbum van zijn ouders, wat boeken over de jaren ’40-’45 in de Zaanstreek en een pak oude oorlogskranten. Dat was ik natuurlijk. Ik bladerde het fotoboek door en stuitte op vier foto’s die blijkens het bijschrift op 25 februari 1941 waren gemaakt in Zaandam. ‘Wauw,’ zei ik. Want hoewel de Februaristaking een unieke gebeurtenis was tijdens de Tweede Wereldoorlog (want de enige keer in heel Europa dat de bevolking opstond tegen de jodenvervolging), dook er pas een jaar eerder voor de eerste keer een foto op waarvan onomstotelijk vaststond dat het de Februaristaking betrof. En plotseling had ik er vier tegelijk in mijn handen.

De in 2015 geopenbaarde opname was gemaakt door een journalist van het socialistische dagblad Het Volk. Decennialang had het kiekje onopgemerkt in het provinciaal archief in Leeuwarden gelegen. Op de foto is te zien was hoe burgers zich verzamelen rond een – niet zichtbare – spreker op het Amsterdamse Raamplein.

Het album met de Zaanse foto’s had jarenlang op de zolder gelegen van Gerard Wijdenes’ zusje Marion. ‘Toen ze bezig was met een grote schoonmaak wilde ze het album op de schroothoop gooien’, vertelt Gerard.’ “Doe maar niet”, zei ik. “Ik kijk wel of ik er een bestemming voor vind.” Die vond hij dus. In het najaar arriveerde opeens per post een doos met daarin het fotoalbum. Het bevatte beelden van de bombardementen in Rotterdam die tijdens de oorlog wijd werden verspreid, kiekjes van de koninklijke familie, vergeelde krantenknipsels en bonnenboekjes. Prachtig materiaal, maar niet uniek. Maar halverwege het boek wachtte me de grote verrassing.

Dirk Wijdenes en zijn vrouw Elisabeth woonden sinds oktober 1935 in hartje Zaandam, aan wat toen de Hoogendijk 10 was. Ze hadden uitzicht op het standbeeld van Czaar Peter. Nu is het een pleintje met veel horeca, destijds waren er een postkantoor, bioscoop, kleine middenstanders en een café gevestigd. Het woonhuis is nog steeds een opvallend pand, genaamd ‘Het Wapen van Friesland’. Tegenwoordig is ook hier horeca gevestigd, maar in die jaren zat er de firma Keg, een comestibleswinkel. Er werden koffie, thee, wijn, zeep en kaarsen verkocht. Dirk was er de bedrijfsleider en woonde dus in een groot appartement boven de zaak. Op een van foto’s in het album is hij te zien in een keurig pak mét plusfour, gepoetste schoenen en een strikje. Hij staat trots tussen zijn personeelsleden op de dag dat er Zweeds wittebrood wordt uitgedeeld. Blijkens het bijschrift is de foto genomen op 8 maart 1945.

Op dinsdag 25 februari 1941, ergens laat op de middag, pakte Dirk of Elisabeth een fototoestel en richtte de lens naar buiten. Rond het beeld van Czaar Peter was sprake een kleine volksoploop. Het waren stakers, die – gretig naar nieuws – richting het centrum waren getrokken. De onrust was overgeslagen uit Amsterdam. En om uit te leggen hoe dat zo kwam, moeten we een paar weken terug in de tijd.

Op zondag 9 februari viel de Weerafdeling van de NSB het Amsterdamse café en variététheater Alcazar binnen, omdat de eigenaars hadden geweigerd het bordje ‘Joden niet gewenst’ op te hangen. Later die dag vernielden door Duitsers gesteunde NSB’ers de ruiten van woningen die toebehoorden aan joden in de buurt van het Waterlooplein. De spanningen liepen op, en het kwam – niet voor de eerste keer – tot gevechten tussen joodse bewoners die hun eigendommen wilden verdedigen en NSB’ers die door de straten schuimden. Daarbij werd – het verhaal is bekend – de WA-man Hendrik Koot doodgeslagen. Het vormde de opmaat tot de eerste grote razzia in Amsterdam, waarbij 427 willekeurige joodse mannen van straat werden geplukt als represaille. De foto’s van de arrestanten op het Jonas Daniël Meijer plein zijn wereldberoemd geworden. Vrijwel alle gevangenen zouden worden vermoord in Mauthausen.

Rood bolwerk

Ook in de Zaanstreek was het onrustig in die dagen. Bij het partijkantoor van de NSB waren eerder al de ruiten ingegooid en ook bij NSB-gezinde families gingen er regelmatig keien door de voorruit. Zaandam en omgeving was van oudsher een rood bolwerk, en de contacten tussen de leden van de Communistische Partij in Amsterdam en Zaandam waren dan ook hecht. Men hield elkaar nauwkeurig op de hoogte. Toen de joodse arrestanten in een colonne van tien gesloten vrachtwagens vanuit Amsterdam naar een tijdelijk kamp in Schoorl werden vervoerd, passeerden ze via de Provincialeweg ook de Zaanstreek. Dat was niet onopgemerkt gebleven, verklaarden getuigen na de oorlog.

Op 21 februari verscheen in het Zaanse advertentieblad De 7000 het bericht dat alle inwoners van joodse afkomst zich – tegen betaling – moesten laten registreren. Dat vergrootte onder de Zaankanters de toch al aanwezige verontwaardiging over de handelswijze van de bezetter. Het kwam tot een eerste openlijke confrontatie toen de WA op een stampvolle zondagavond binnenviel bij het Koogse café De Waakzaamheid, waar bezoekers en masse op de dansvloer stonden. De boel werd kort en klein geslagen, aanwezigen mishandeld. De aanleiding is altijd onduidelijk gebleven: vonden de WA’ers dat de burgerij moest rouwen over de dood van hun kameraad Koot?

Op diezelfde zondag besloten kopstukken van de CPN in Amsterdam om daar een staking te organiseren uit protest tegen de razzia. ‘Protesteert tegen de afschuwelijke Jodenvervolgingen!!!!!’ was te lezen op een pamflet. De staking die begon op dinsdag 25 februari leidde er in Amsterdam toe dat tienduizenden het werk neerlegden en het openbaar vervoer stil kwam te liggen. De staking sloeg, aangewakkerd door de CPN, ook over naar omliggende gemeenten. In de Zaanstreek legden die eerste dag ruim drieduizend arbeiders het werk neer bij onder meer Duyvis, de Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij en zetmeel- en voedingsmiddelenconcern Honig. Veel stakers trokken – zonder vlaggen of demonstratie, werkonderbrekingen waren streng verboden – naar het centrum van Zaandam, en dat is wat het echtpaar Wijdenes vanuit het raam op de eerste verdieping vastlegde. Dat ze foto’s maakten is op zich niet zo raar. In die eerste oorlogsjaren waren er nog volop fotorolletjes te koop en fotograferen was op dat moment nog niet verboden.


Op de foto die op de albumpagina rechtsboven is geplakt, is te zien hoe de bevolking zich verzamelde voor een winkelpui schuin tegenover Keg. ‘Opplakken van bepalingen. Werden door de mensen afgerukt’, luidt het bijschrift bij de foto. De ‘bepalingen’ waarop werd gedoeld, waren waarschijnlijk mededelingen van de Duitse autoriteiten waarin ze zich verantwoordden voor de razzia’s in Amsterdam, en waarin de joodse bevolking alle schuld in de schoenen werd geschoven. De foto’s moeten om een uur of vier in de middag zijn gemaakt, dat zie je aan de lange schaduwen op deze heldere winterdag. Het is een tijdstip waarop normaal de arbeiders in de fabrieken zouden zijn. De beelden komen overeen met politierapporten van die dag. Na een tip van een bezorgde burger waren agenten ter plaatse poolshoogte gaan nemen. Ze meldden dat ze enkele tientallen mensen aantroffen bij het honderd meter van Keg gelegen hotel-restaurant ‘Het Wapen van Zaandam’ (tegenwoordig is er een wokrestaurant gevestigd).

Die samenscholing bij Het Wapen van Zaandam is op de drie andere foto’s uit het album in de verte aan de rechterhand te zien. Nadere bestudering van de eerste van die foto’s wijst uit dat er aan het einde van de straat een open Duitse legertruck met achterin soldaten staat.


De drie foto’s zijn kort na elkaar genomen; klik, rolletje transporten, klik, transporteren, klik. Dat weten we omdat links op de stoep een Duitse soldaat is te zien die er op de tweede foto ook staat als de truck in de richting van de Dam rijdt en halverwege de straat is. En er is nog een aanwijzing dat er weinig tijd zat tussen de foto’s: op alle drie de beelden staat een man in een donkere korte winterjas en met een hoed op. Op de eerste hangt hij tegen een muur te roken, op de tweede staat hij daar nog steeds en op de derde foto steekt hij, sigaret in de hand, de straat over, als de vrachtauto is gepasseerd. Op het derde beeld, rijdt de truck onderlangs de winkel van Keg. De helmen van de soldaten zijn duidelijk te zien. Het bijschrijft luidt: ‘Mensen vluchten.’ Dat klopte, want de straat was inmiddels vrijwel leeg. De fotograaf deed een stap naar binnen toen de vrachtwagen naderde. Niet verwonderlijk, want fotograferen van militaire objecten was, hoewel op dat moment nog niet verboden, wel riskant.

Die 25ste februari bleek achteraf de aanloop naar de grote stakingsdag. Op woensdag de 26ste werd er gestaakt in Amsterdam, Utrecht, Hilversum, Weesp en andere omliggende plaatsen. Ook de hele Zaanstreek ging plat. NSB’ers werden belaagd. Eentje werd zelfs in de Vaart gegooid en mocht er pas weer uit nadat hij het Wilhelmus had gezongen. Stakers sloegen andere NSB’ers in elkaar, een huis werd leeggeroofd, andere bekogeld. Een NSB-bruidspaar dat toevallig die dag in het huwelijk trad, vlakbij de Dam in het toenmalige stadhuis, werd bekogeld met stenen. De Zaandamse politie moest er aan te pas komen om de menigte op afstand te houden. De Duitse autoriteiten kwamen later die dag echt in actie. Op de Dam werd met scherp geschoten, slagersknecht Jan Keijzer verloor hierbij na een gericht schot het leven.

Boete

Uiteindelijk, en dat is weinigen bekend, duurde de Februaristaking het langst in de Zaanstreek, langer dan in Amsterdam. De laatste werkweigeraars gingen pas op 1 maart weer aan de slag. De Duitse autoriteiten legden Zaandam een boete op van een half miljoen gulden. Die moest worden opgebracht door de rijkste inwoners. Burgemeester Joris In ‘t Veld werd met pensioen gestuurd en vervangen door de fel-antisemitische Cornelis van Ravenswaay, die uiterst actief opereerde bij de jodenvervolging. Bioscopen gingen dicht, er kwam een strenger uitgaansverbod dan elders en veel stakers kregen een korting op hun salaris.

Dirk Wijdenes was volgens zijn zoon Gerard tijdens de oorlogsjaren die volgden actief in het verzet. Hij bewaarde wapens en had onderduikers op zolder. Niet lang na de bevrijding kreeg Dirk een hersenbloeding en raakte hij verlamd. Het gezin moest het huis boven de winkel verlaten. Dirk overleed in 1970, zijn vrouw Elisabeth in 2008.

Het fotoalbum lag daarna al die tijd in een doos op een zolder.

(Dit is een bewerking van een met Harm Ede Botje geschreven artikel dat in februari 2017 in Vrij Nederland stond.)

Waar is Lambeeks Hitlerfilm?

Zijn politieke keuze kan worden beschouwd als een domme vergissing. Het niet nee durven zeggen toen er werd aangedrongen op een NSB-lidmaatschap had vervolgens ingrijpende consequenties voor de Zaandamse fotohandelaar Willem Jan Lambeek en zijn gezin.

Eigenlijk was Lambeek het constante aandringen van zijn kennis H. van Rijn, die even verderop een slagerij had, een beetje zat. En toen een andere middenstands-NSB’er, Jan Hooft, hem ook al stimuleerde om lid te worden van Musserts club had hij  zich toch maar aangemeld. Hij nam voor de volledigheid een abonnement op het NSB-blad Volk en Vaderland, las het nationaal-socialistische blad De Daad en gaf aan de Winterhulp, de nazistische armoedebestrijding.

Maar om nou te zeggen dat hij een aanhanger was van Hitler, nee. Volgens zijn vrouw leek hij zich zelfs een beetje te schamen voor het lidmaatschap dat hij begin 1941 was aangegaan. Hij hing de partijvlag nooit uit en NSB-propagandamateriaal kreeg geen plek op de ramen van ‘Foto-, Kino- en Projecthandel Lambeek’ aan de Gedempte Gracht 52. Op geen enkele wijze liep hij te koop met zijn partijkeuze. Bovendien was hij ook nog lid van de Nederlandsche Unie, de politieke organisatie die bepaald niet op goede voet stond met de NSB. Desondanks daalde Lambeeks omzet gestaag. De rode Zaankanters kozen liever een andere zaak voor hun pasfoto’s en vakantiekiekjes.

Het duurde evengoed nog tot 6 oktober 1943 alvorens Willem Jan Lambeek NSB-kringleider Zuidervliet per gepeperde brief liet weten dat hij het op een aantal vlakken niet eens was met de club. Bovendien had hij steeds onmin met zijn echtgenote over de partij. Hij zegde daarom zijn lidmaatschap per direct op.

Hoezeer hij genoeg had van het nazistisch gedachtegoed blijkt uit een datzelfde jaar gemaakt filmpje. Het was volgens Lambeek ‘voor eigen gebruik en ter vertoning op mijn 12,5-jarig huwelijksfeest’. Het betrof volgens hem ‘een film waarin Hitler door Chamberlain werd vermoord’. Anthonie Lak, een rechercheur van de Politieke Opsporingsdienst zou het stukje huisvlijt begin 1946 bekijken -Lambeek zat toen nog in de gevangenis- en beschreef de inhoud iets uitgebreider. Het was volgens Lak ‘een film waarop [sic] een scene voorkwam, voorstellende een komisch beeld waarin een man voorkwam, voorstellende Hitler, die door een anderen man, voorstellende Chamberlain [de vooroorlogse Britse premier], met een parapluie werd neergeslagen. Eerstbedoelde knielde (dus Hitler) en kreeg daarna enige klappen op zijn hoofd’. De rechercheur voegde aan het proces-verbaal toe ‘dat hij in bezettingstijd meerdere malen Engelse films van Lambeek heeft gezien en gehuurd, zulks terwijl verhuren hiervan destijds nadrukkelijk was verboden en strafbaar gesteld’.

Lambeek was op meer vlakken subversief bezig. Hij hielp mensen aan schuilplaatsen en nam zelf maandenlang een onderduiker in huis ‘die gevaar liep bij razzia’s’. “De R.K. onderduikersvereeniging met Kapelaan Groot en Kruidenberg aan ‘t hoofd heeft hij geholpen aan middelen voor gezellige avonden’, verklaarde een hem goedgezinde dominee na de oorlog. Ook maakte hij stiekem 72 illegale foto’s, onder meer van anti-nazistische propaganda. En hij stelde foto’s van het koningshuis beschikbaar aan het plaatselijk verzet. Met de verkoopopbrengst werden onderduikers geholpen.

Al zijn inzet voor het vaderland ten spijt werd Willem Jan Lambeek op 8 mei 1945 gearresteerd en meer dan een jaar lang opgesloten in kamp Schoorl. Zijn fotozaak kwam in handen van het communistische dagblad De Waarheid, hoewel zijn vrouw en kinderen niets te verwijten viel. Er is een brief van de Commissie van Bijstand en Advies de dato 29 maart 1947 aan het Nederlands Beheer Instituut bewaard gebleven waarin op niet mis te verstane wijze wrevel wordt uitgesproken over deze ‘huurder’. “Het beheer over bovenaangehaald bedrijf werd op 14 September 1945 aan onze commissie opgedragen”, schreef de CBA-voorzitter. Om sarcastisch te vervolgen: “Bij het aanvaarden van dit beheer kwamen wij tot de ontdekking dat het betreffende perceel door het toenmalig Militair ‘Gezag’ in gebruik was afgestaan aan het instituut ‘de Waarheid’ te Zaandam. Een behoorlijke regeling ten aanzien van dit in gebruik afstaan was niet getroffen en het mocht ons ook niet gelukken ‘de Waarheid’ aan het verstand te brengen dat het in de Zaanstreek niet gebruikelijk is een perceel in gebruik te nemen, te metamorfoseeren en daarin een bedrijf uit te oefenen enz., zonder hier tegenover iets te stellen dat meestentijds wordt aangeduid met den naam huurbetaling. De echtgenoote van den gedetineerde Lambeek met haar kinderen had, zij het dan met geen groote bewondering voor de uitoefening van dit soort ‘gezag’ van de Zaandam bewakende militairen, haar woning verlaten en voorzag in het onderhoud van haar gezin door het opsoupeeren van spaargeld. Opgemerkt dient te worden dat de echtgenoote van Lambeek volkomen capabel is om de zaken te regelen en dus onder ons beheer als bedrijfsleidster het gehele bedrijf met succes had kunnen voortzetten.’

De misstap van Willem Jan Lambeek trof dus via een omweg ook zijn gezin. Pas in 1947 werd hij veroordeeld: hij kreeg een boete van 3.500 gulden en had te maken met onder toezichtstelling door de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten. Door het bijna twee jaar durende voorarrest en het gedurende langere tijd moeten afstaan van zijn winkel aan De Waarheid pakte de straf buitenproportioneel zwaar uit.

Het duurde nog geruime tijd voor De Waarheid ‘na langdurige en moeilijke onderhandelingen’ huur ging betalen. En nog langer voor mevrouw Lambeek de foto- en filmwerkzaamheden kon hervatten. In de decennia daarna bloeide de zaak weer op. Op Gedempte Gracht 52 zit nu nog altijd een fotozaak. Die kan worden beschouwd als de opvolger van de firma Lambeek.

Resteert de vraag wat er is gebeurd met dat spottende ‘Hitler-filmpje’ (dat zeer bijzonder is; mij is in ieder niet iets vergelijkbaars, gemaakt in bezet gebied, bekend). En wat met dat album vol illegale foto’s (ik ken er één à twee van)? Zouden ze nog in de familie zijn? En zo ja, is het dan mogelijk dat het Gemeentearchief Zaanstad wat kopieën krijgt of koopt? Dat zou van enorme waarde zijn voor de geschiedschrijving van de Zaanstreek.

Lambeek
Advertentie van Lambeek in het Zaans Volksblad (20 juni 1941)

  

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag