Berichten

Franci Siffels: het geschrapte hoofdstuk

Omdat schrijven onherroepelijk gepaard gaat met schrappen, verdween een van de beoogde hoofdstukken uit mijn manuscript over het tragische leven van de Zaandamse verzetsstrijdster/V-Frau Franci de Munck-Siffels. Om ze niet helemaal in de duisternis te laten verdwijnen, geef ik de verloren pagina’s hier een plek. Het boek De verraadster is overigens verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel.

Tijdens naoorlogse ondervragingen draait Dirk Stoutjesdijk om de hete brij heen, een krampachtige poging om de gevangenisstraf die hem boven het hoofd hangt te minimaliseren. Daarbij hoort ook de ontkenning dat zijn weg ooit die van Franci Siffels kruiste. Er zijn echter zoveel getuigenissen van het tegendeel dat de oud-burgemeester van Langedijk zijn leugen niet kan volhouden. “Ik heb enige malen een ontmoeting gehad met een vrouw die zich Fransje de Munck noemde”, bekent de NSB’er ten langen leste.

Hun kennismaking vindt plaats in de tweede week van mei 1944. Franci loopt die dag naar zijn huis aan de Dorpsstraat in Zuid-Scharwoude, een van de plaatsen die deel uitmaken van de gemeente Langedijk. De burgemeester is afwezig, maar zijn echtgenote laat de jonge vrouw toch binnen. Nog geen kwartier later zit Franci tegenover Dirk Stoutjesdijk. “Bij haar eerste bezoek aan mijn woning legitimeerde zij zich met een kaart van de SD te Amsterdam, waarop het verzoek stond aan haar medewerking te verlenen. Zij verzocht mij gebruik te mogen maken van mijn telefoon. Zelf heb ik toen het door haar opgegeven nummer van de SD te Amsterdam op mijn toestel gedraaid en op haar verzoek naar de SD’er Viebahn gevraagd. Toen deze zich aan het toestel meldde en ik hem de tegenwoordigheid van deze Fransje de Munck mededeelde, moest ik de hoorn aan haar overgeven.”

Sicherheitsdienst

Stoutjesdijk weet dan al dat ze sinds enige tijd als zogenaamde onderduikster bij zijn dorpsgenoot Cor Keeman woont. Over haar exacte rol in Duitse dienst is hem bij de eerste ontmoeting nog niets bekend. Wat ze telefonisch met de SD bespreekt gaat naar zijn zeggen ook langs hem heen. “Ik heb mij in een ander vertrek teruggetrokken en Fransje bij dit gesprek alleen gelaten.” Het echtpaar vertrouwt de onverwachte bezoekster. Afgesproken wordt dat Franci de telefoon vrijelijk kan gebruiken. Ze mag voortaan naar binnen via de zijdeur, die nooit op slot is. In de navolgende dagen maakt Franci gebruik van die geste. Ook dan zoekt ze contact met de Sicherheitsdienst.

In de nacht van 15 op 16 mei staat ze weer in de huiskamer van het burgemeestersechtpaar, nu vergezeld door haar partners in crime Rühl, Viebahn, Kuiper en Vink. Terwijl Franci in de gang langdurig met Friedrich Viebahn van gedachten wisselt bestuderen de anderen de personalia van vijf door haar genoemde verdachten. Het betreft vier mannen uit Langedijk en één uit het enkele kilometers noordelijker gelegen dorpje Waarland. Stoutjesdijk zoekt desgevraagd hun adressen op. Daarna stapt het gezelschap in twee gereedstaande wagens. Franci blijft achter.

Emil Rühl (links) en Friedrich Viebahn voor het Bijzonder Gerechtshof, 1949

Stoutjesdijk is sinds 1943 burgemeester van Langedijk. Hij kent inmiddels alle straten in zijn gemeente. Gedienstig wijst hij de huizen aan waar de gezochte personen wonen. Bij Pieter Termaat grijpen ze mis; hij is op tijd gealarmeerd. Iets soortgelijks gebeurt bij zijn zwager Henk van Zuijlen en bij Dirk Bruin. Na te zijn gewaarschuwd heeft Van Zuijlen veiligheidshalve een nachtje bij familie gelogeerd. De eveneens illegaal werkende directeur van de Nieuwe Langedijker Courant, Jan Keizer, heeft hetzelfde gedaan. Ook bij hem ontmoeten de speurders alleen een ontkennende echtgenote. De onderduiker in Waarland blijkt niet op de hoogte van de jacht op het verzet. Als enige van de gezochte West-Friezen belandt hij in de cel. Het is een schamele oogst. Rühl en zijn helpers rijden rond vieren met hun arrestant naar de hoofdstad. Franci probeert in de tussentijd een paar uur te slapen in de vlakbij haar eigen logeeradres gelegen burgemeesterswoning. Politieman Jan Vink: “Ze durfde niet terug, omdat ze bang was om vermoord te worden.” Pas wanneer de opkomende zon lange schaduwen over de Dorpsstraat werpt raapt Franci haar moed bijeen en legt ze de paar honderd meter af die haar scheiden van haar tijdelijke onderkomen.

Gebroken Duits

Jan Keizer krijgt de volgende ochtend te horen dat de kust veilig is. Op de terugweg naar zijn woning in Noord-Scharwoude ziet hij Franci voor het raam staan bij het echtpaar Keeman. De herkenning is wederzijds. Zodra Keizer binnen is loopt zijn verraadster opnieuw naar Stoutjesdijk. “Naar ik meen was het omstreeks negen uur dat Fransje aan het gemeentehuis te Langedijk bij mij kwam en mij verzocht van de telefoon gebruik te mogen maken, hetgeen ik goed vond. Zij vroeg mij het kengetal van Alkmaar, hetgeen ik haar mededeelde. Zij draaide daarop een nummer op het telefoontoestel. Ik hoorde dat zij zich meldde met Fransje en in gebroken Duits sprak en mededeelde dat zij zo spoedig mogelijk in Alkmaar zou komen.”

Nieuws van den dag, 8-8-1944

In een tweede verhoor bekent Stoutjesdijk dat hij op Franci’s verzoek zelf telefonisch haar komst naar Alkmaar doorgeeft. Hij ‘vergeet’ ook nog iets anders te melden. Nadat Franci is vertrokken rijdt de burgemeester onmiddellijk naar wachtmeester Peter van der Mars. Jan Keizer moet worden gearresteerd, gebiedt hij. “Hij vertelde mij dat hij een kwartier geleden een bericht had gekregen dat Keizer thuisgekomen was. Ik moest direct mee, omdat er veel haast bij was.” De burgemeester kent Van der Mars slecht. “Ik heb eerst rustig de banden van mijn rijwiel opgepompt en liet toen mijn vrouw opbellen naar wachtmeester Joor, om hem te zeggen dat ik met Stoutjesdijk mee moest om Jan Keizer te arresteren, opdat Joor Keizer bijtijds zou kunnen waarschuwen.”

Mislukt

Het opzetje mislukt. Joor slaagt er niet in om Keizers woning snel genoeg te bereiken. In de tussentijd arriveren Stoutjesdijk en Van der Mars daar al. Omdat de bel stuk is lopen de twee achterom. Daar treffen ze de dochter van de krantendirecteur aan. Vol overtuiging legt die uit dat haar vader de voorgaande avond is vertrokken en niet thuis heeft geslapen. Haar afleidingsmanoeuvre geeft Jan Keizer de gelegenheid om via de voordeur te ontsnappen. “De poging tot arrestatie van mij was des te zwaarder, daar ik al eerder gevangen had gezeten bij de SD, waarvan toen de beschuldiging luidde: ‘Hoofd van illegale beweging, het begraven van munitie in de duinen en een vooraanstaand militair commando.’ Door gebrek aan bewijs ben ik daar uiteindelijk voor vrijgelaten.”

Franci is vasthoudend. Stoutjesdijk: “In de loop van diezelfde morgen is Fransje nogmaals op mijn bureau geweest en deelde mij mede dat Keizer tijdens ons bezoek te omstreeks 9.30 uur wel thuis was geweest, doch er tussenuit was gegaan.” Ze heeft nog een boodschap: “Verder deelde zij mij mede dat zij op advies van de ondergrondse alhier weg moest naar Alkmaar, alwaar zij een nieuw adres had gekregen, namelijk bij dokter Louwi [Nico Louis] aan de Geestmersingel.” Het komt nog eenmaal tot een ontmoeting tussen Keizer en zijn verklikker. “Vlak daarop kwam voornoemde De Munck bij mij en vroeg of zij met mij mee mocht onderduiken. Ik zei haar toen dat dat niet kon, omdat ik zelf nog geen onderduikadres had.”

Overstuur

Henk van Zuijlen heeft minder geluk. Franci meldt zich rond tienen bij zijn echtgenote, meteen na haar telefoongesprek in het Langedijker gemeentehuis. Cornelia van Zuijlen kent haar dan al een paar weken. Franci is meermalen op bezoek geweest. Dit keer komt ze overstuur binnen. Ook zij heeft die nacht een SD-inval meegemaakt, acteert ze. “Fransje zei dat aan haar onderduikadres huiszoeking was verricht en dat zij een ander adres zocht, waarom zij met spoed mijn man wilde spreken. Ik vertrouwde Fransje toen nog en vertelde haar dat mijn man die morgen te 11.30 uur te vinden zou zijn op het Gerechtsgebouw te Alkmaar.”

Haar gesprekspartner zoekt Stoutjesdijk op. Dat Van Zuijlen haar eerder die maand van voedselbonnen heeft voorzien maakt haar niet milder. Dit is haar kans om hem, met inzet van de Langedijker burgemeester, te laten oppakken. De administrateur moet wegens familieomstandigheden inderdaad bij de rechtbank zijn. Hij zit in de gang te wachten als een ambtenaar hem zegt dat er buiten het gebouw iemand voor hem is. Wanneer hij daar gaat kijken blijkt een agent hem op te wachten. Het politierapport van die dag vertelt het vervolg: “12.15 uur. Door de rechercheur 1e klasse W.J. van het Kaar op verzoek van de burgemeester van Broek op Langedijk in het Gerechtsgebouw aangehouden: Hendrik van Zuijlen, geboren te Coevorden, 26 augustus 1915.” De dagen daarna wacht de arrestant een tocht langs de gevangenis aan de Weteringschans en het SD-kwartier in de Euterpestraat. Hij doorstaat de verhoren en mag na drie weken de cel verlaten. Pas dan wordt het hem duidelijk wie verantwoordelijk was voor zijn aanhouding.


Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag