Verhalen over de Tweede Wereldoorlog

Kaars Sijpesteijn: Engelandvaart en onderduikhulp

Veel leden van de familie Kaars Sijpesteijn, bekend van de linoleumfabriek in Krommenie/Assendelft, moesten niets hebben van de nazistische ideologie. Een aantal van hen bood verzet tegen de ‘nieuwe orde’. Dat gebeurde soms op onorthodoxe wijze.

Engelandvaarder

Casper Hendrik (‘Hein’) Sijpesteijn behoorde tot de weinige Engelandvaarders die tijdens de bezetting met een boot het Kanaal wisten over te steken. Op 29 april 1943 stak de 26-jarige Krommenieër met vier anderen van wal. Op zondagochtend 2 mei bereikte na een moeizame tocht hun ‘Yvette’ genaamde zeilbootje – vernoemd naar de enige vrouwelijke inzittende – de monding van de Theems. Hein Kaars Sijpesteijn werd in Groot-Brittannië hoofd kwartiermeesterszaken voor de commandant van de daar verzamelde Nederlandse troepen. Na de bevrijding ging hij aan de slag als procuratiehouder van de linoleumfabriek in Krommenie.

Hein Kaars Sijpesteijn werd in Groot-Brittannië hoofd kwartiermeesterszaken.

Koningin Wilhelmina en prinses Juliana spreken in Londen met Nederlandse officieren, 1945. Geheel rechts Hein Kaars Sijpesteijn (Wikipedia).

Onderduikersnetwerk

Een andere Kaars Sijpesteijn uit Krommenie, Ernst, (21-5-1900) leidde diezelfde fabriek door de oorlog. In 1944 schonk hij maandelijks vijfduizend gulden aan Sjoerd Hondema, de spil van het onderduikersnetwerk in Krommenie en Assendelft. Ernsts oudere broer Pieter Hendrik (6-8-1896) werd in 1943 omgebracht in kamp Vught. Zijn ‘misdaad’: hij steunde jongeren – financieel en anderszins – die de oversteek naar Engeland wilden maken.

Pieter Hendrik Kaars Sijpesteijn (Nationaal kamp Vught).

Geallieerde vliegers

En dan was er ook nog familielid Wopco Rinse (29-5-1922). Hij hielp neergehaalde geallieerde vliegers. Deze onderduikers ontvingen van hem kleding en boeken. Eenmaal assisteerde hij bij het wegbrengen van enkele piloten.

Wopco Rinse Kaars Sijpesteijn hielp neergehaalde geallieerde vliegers.

(National Archives).

‘Mies’

Het waren stuk voor stuk dappere daden van de familie Kaars Sijpesteijn. Maar het meest opmerkelijk was de oorlogsbetrokkenheid van Maria, een nicht van Hein, Ernst en Pieter. ‘Mies’ Kaars Sijpesteijn (Krommenie, 3-12-1894) trouwde op 9 maart 1940 in Wassenaar met bouwkundig ingenieur Pieter (‘Piet’) Donk (6-11-1904). Het dorp waar ze was geboren en getogen had ze toen al achter zich gelaten.

Een door John Rädecker tijdens de oorlog gemaakte bronzen buste van Piet Donk.

Piet Donk en Mies Kaars Sijpesteijn waren vrijdenkende mensen. Hij had bouwkunde gestudeerd, maar ontwikkelde zich tot een veelzijdig kunstenaar. Kort voor de Duitsers de Nederlandse grens overtrokken, leerde hij zijn aanstaande vrouw kennen. Zij vroeg Piet namelijk om het interieur te ontwerpen voor haar villa in Wassenaar.

Globetrotter

Zelfstandig en welgesteld als ze was, had Mies in haar jonge jaren opleidingen gevolgd aan kostscholen in Parijs en Londen. Ze ontwikkelde zich tot een globetrotter en maakte ook nog reizen naar Nederlands-Indië en de Sovjet-Unie. In haar Wassenaarse onderkomen ontfermde ze zich over zeven kinderen van wie de ouders in Nederlands-Indië verbleven. Ook op andere gebieden was ze gul. Mies Kaars Sijpesteijn financierde onder meer allerlei goede doelen.

Na hun huwelijk, twee maanden voor de bezetting, verhuisde het echtpaar naar villa De Ebbenhorst in het vlakbij Harderwijk gelegen dorp Hierden. Daar verborgen ze meerdere opgejaagde mensen. Een van was de Amsterdamse joodse baby Michiel Cohen de Lara (14-6-1943). ‘Ze namen allerlei onderduikers in huis’, zou hij tachtig jaar na dato in de Volkskrant vertellen over het echtpaar Donk-Kaars Sijpesteijn. ‘Kunstenaars, maar aan het einde van de oorlog ook gedeserteerde Duitse soldaten. Als er Duitsers aan de deur kwamen, dan verstopte mijn pleegvader zich in een schuilhut in de bossen.’

‘Ze namen allerlei onderduikers in huis.’

Foto van het echtpaar Donk-Kaars Sijpesteijn met hun pleegzoon Michiel (de Volkskrant, 4-5-2024).

NSB-dochter

Het echtpaar en hun tijdelijke gasten kwamen heelhuids door de oorlog. Kort na de bevrijding kreeg de twee jaar oude Michiel Cohen de Lara, wiens ouders – een rabbijn en een lerares – Auschwitz niet overleefden, gezelschap. Er werd een meisje afgeleverd in De Ebbenhorst, Machteld Reineke. Ze was slechts een paar maanden jonger dan Michiel. Haar vader en moeder waren NSB’ers en om die reden gearresteerd.

In 1946 verruilden Mies en Piet Donk-Kaars Sijpesteijn Hierden voor Hulshorst. Ze betrokken daar een immens huis op landgoed Groeneveld. Machteld Reineke en Michiel Cohen de Lara trokken in het warme pleeggezin met elkaar op als broer en zus. Michiel dreigde echter na een paar jaar zijn stiefouders te moeten verlaten. Enkele familieleden van zijn moeder hadden de Holocaust doorstaan en eisten hem op. ‘Vooral mijn pleegmoeder was doodsbang dat ik weggehaald zou worden’, vertelde hij in 2024. ‘Ze was er ziek van, letterlijk. Dan moest ze in bed gaan liggen.’ De rechter bepaalde in 1949 dat hij mocht blijven waar hij was. Wel moest hij – tegen zijn zin – af en toe een bezoek brengen aan zijn getraumatiseerde oom en tante en joodse lessen volgen. ‘Ik haatte het.’

Op het terras van landgoed Hulshorst. Onduidelijk is of rechts Mies Kaars Sijpesteijn zit. Links twee joodse kinderen (‘Mien dorp Hulshorst’).

Onbekende vrouw

Nadat haar moeder was vrijgelaten uit een interneringskamp, rond 1947, moest Machteld naar haar terug. Het was een voor de peuter onbekende persoon. ‘Van de ene dag op de andere zat ik bij een vreemde vrouw op de bank. En bij een broertje en een zusje. Het was verschrikkelijk.’

Machteld mocht, door daarnaar te blijven vragen, ‘vader Piet en moeder Mies’ nog af en toe zien. En zo switchte zij, net als Michiel, tussen twee werelden. Het contact tussen de joodse wees en de NSB-dochter hield stand. Ze hadden ook als volwassenen onregelmatig contact, na hun pensioen zelfs intensiever dan ooit. Aan hun pleegouders bleven ze hun hele leven warme gevoelens houden.

Standbeeld

Dat Mies Kaars Sijpesteijn haar geboorteplaats niet was vergeten, bleek wel toen ze in 1964, twee jaar voor haar dood, een beeld schonk aan de gemeente Krommenie. ‘Miriam’, een werk van beeldhouwer Oswald Wenckebach, kreeg een plek bij bejaardenhuis Durghorst. Toen dat werd gesloopt, verhuisde het levensgrote kunstwerk naar de binnentuin van Rosariumhorst. Daar kijkt ze nog steeds naar de haar omringende wereld.

Dat Mies Kaars Sijpesteijn haar geboorteplaats niet was vergeten, bleek toen ze een beeld schonk aan de gemeente Krommenie.

Het beeld ‘Miriam’ voor het toenmalige bejaardenhuis Durghorst in Krommenie (Gemeentearchief Zaanstad).

Overleden

Mies Kaars Sijpesteijn overleed op 6 september 1966 in haar woonplaats Delft. Haar echtgenoot Piet Donk volgde op 29 maart 1994.

Algemeen Handelsblad (7-9-1966).

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en dit wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag





3 gedachten over “Kaars Sijpesteijn: Engelandvaart en onderduikhulp”

  1. tja – ongelofelijk.

    Mies was de zuster van JCKS – mijnheer Jan, Linoleum.

    Dan waren er Rob en Jan, broers van de Textiel fabriek, later Tufton.

    Beantwoorden

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.