Hoe omvangrijk was het joodse verzet?

In mei 2021 maakte het NIOD bekend een onderzoek te willen starten naar het joodse verzet in Nederland. Was dat bovengemiddeld, in vergelijking met de niet-joodse illegaliteit? Of lieten de joodse inwoners zich, zoals de beeldvorming soms wil doen geloven, slaafs naar de kampen sturen? Een voorzichtige steekproef, aan de hand van de Zaanse weerstand tussen 1940 en 1945.

Begin 2021 publiceerde Martijn Katan zijn boek Geen makke schapen. Daarin vertelt hij over tien joodse familieleden die tijdens de oorlog in verzet kwamen tegen het nazistisch regime in Nederland. Volgens Katan boden joden gemiddeld vijf maal vaker verzet dan niet-joden. ‘Natte-vingerwerk’ nuanceerde hij dat aantal overigens zelf, want over betrouwbare bronnen beschikte hij niet of nauwelijks. Maar dat er verhoudingsgewijs veel meer joden dan niet-joden in het verzet belandden, wist Katan zeker. “Zelfs de namen die we kennen, leiden al tot een percentage dat relatief twee keer zo hoog is als van de Nederlanders. En misschien waren het er heel veel meer”, zei hij tegen Nieuwsuur.

Historicus David Barnouw stak zijn scepsis over de door Katan genoemde percentages niet onder stoelen of banken. Op de website van Jonet benadrukte hij hoe moeilijk het is om getallen te noemen. Hanteer je de krappe verzetsdefinitie van Loe de Jong, die alleen het georganiseerde Nederlandse verzet telde en uitkwam op 45.000 illegalen? Ga je uit van de redenering van Dick Verkijk? Deze publicist rekende allen mee ‘die in positieve zin iets (tot heel veel) hebben gedaan in 1940-1945’. Zijn schatting van het aantal verzetsstrijders kwam daardoor op ruim 2,5 miljoen (op een bevolking van negen miljoen).
Of, veel waarschijnlijker, ligt de waarheid ergens tussen de aannames van De Jong en Verkijk? 

Joods Monument Zaanstreek

De ellende begint al bij de vraag wie er joods was. Moet je bijvoorbeeld uitgaan van de mensen die zichzelf joods noemden en daarmee de seculiere en andersgelovige mensen met een joodse herkomst negeren? Of hanteer je -hoe pijnlijk ook- de nazistische definitie? Die kwam er, sterk samengevat, op neer dat mensen met drie of vier joodse grootouders zelf ook automatisch joods waren. Hun voorbestemming was het concentratie- of vernietigingskamp.

Op het Joods Monument Zaanstreek staan de verhalen van alle Zaanse bewoners die in 1942 hun gemeente moesten verruilen voor het Judenviertel van Amsterdam of -de buitenlandse joden- kamp Westerbork. Daarnaast zijn op deze website lemma’s te vinden over de joodse onderduikers in de negen Zaangemeenten. Uitgaand van deze ‘database’ vol verhalen is tot op grote hoogte te herleiden wie van hen zich op enig moment op het illegale pad begaven.

Ik ga daarbij niet uit van de strakke normering die Loe de Jong hanteerde. Het zou betekenen dat mensen die niet in groepsverband weerstand boden, zoals individuele helpers van onderduikers, buiten de ‘verzetsdefinitie’ vallen. Tegelijkertijd wil ik de criteria niet zover oprekken dat de Koot-en-Bie-norm resteert (‘Wo ist der Bahnhof?’ ‘Do ist der Bahnhof.’).
Van onderstaande joodse personen is bekend dat zij zich in oorlogstijd bezighielden met koeriersdiensten, illegale pers, hulp aan onderduikers, vluchtacties of soortgelijke het regime ondermijnende werkzaamheden. Het betreft twee categorieën. Ten eerste de Zaanse inwoners die in de bezettingstijd als ‘voljood’ werden geregistreerd of als zodanig conform de toen geldende regels als zodanig geregistreerd hadden moeten worden (zie het lemma over het gezin van Theodor Strauss). En ten tweede de joodse mannen en vrouwen die voor kortere of langere tijd onderdoken in de Zaanstreek. Beide categorieën bij elkaar opgeteld, betreft het -alle leeftijden meegeteld- ruim zevenhonderd personen.

Zaanse bewoners:

Samuel de Beer (Den Haag, 16-5-1887) zou actief zijn geweest binnen het Zaanse verzet. Zijn rol daarin is overigens onduidelijk. Dat geldt niet voor zijn zoon Fred (6-2-1915). Die maakte tijdens de oorlog deel uit van de leiding van de illegale CPN in Zaandam en hield zich onder meer bezig met sabotageacties.

Ellen Justine Inja-Weijl (Enschede, 13-7-1903) en haar man Cor Inja hielden zich jarenlang bezig met de hulpverlening aan joden binnen en buiten de kampen.

Samuel de Lange (Amsterdam, 17-2-1906 – Dachau, 4-2-1945) komt voor op de ‘Erelijst Verzet en Koopvaardij’. Zijn arrestatie in maart 1944 maakte dat hij zijn verzetswerk niet kon voortzetten.

Hertha Poppert-Speier (Fritzlar, 11-11-1913) verzorgde vanaf 1941 Belgische cartes d’identité ten behoeve van mensen die Nederland wilden verlaten. 

Mina Smit (Zaandam, 27-11-1917) verborg samen met haar man Henk Blank onderduikers en bracht het ondergrondse blad Trouw rond. 

Theodor Strauss (Berlijn, 15-10-1904) hield zich voor de Groep-Albrecht bezig met spionage. Zijn echtgenote Marga (Dortmun, 14-3-1913) bezorgde gedurende de laatste oorlogsmaanden het ondergrondse blad De Typhoon.

Onderduikers in de Zaanstreek:

Isidor Berliner (Keulen, 25-1-1891), Erna Berliner-Schwarz (Keulen, 8-11-1897) en Doris Berliner (Keulen, 29-3-1929). De ondergedoken vluchtelingenfamilie Berliner verleende allerlei hand- en spandiensten aan het verzet, waaronder het rondbrengen van illegale kranten.  

Lore Zilly Durlacher (Duitsland, 3-12-1920) bevrijdde onder meer, samen met andere veelal joodse leden van de Westerweelgroep, gevangenen uit kamp Westerbork.

Eva Fränkel (Beuthen, 19-2-1918) was via Amsterdamse kunstenaarsconnecties actief in de illegaliteit.

Harry Führer (Keulen, 29-3-1924) bracht via het studentenverzet boodschappen over en bouwde op hun verzoek een onopvallende kristalradio.

Beppie Nunes Nabarro-Ephraïm (Amsterdam, 24-10-1920) was koerierster voor de Zaandamse verzetsman Piet Bosboom en verzorgde onderduikers.

Anna Sperber-Chlebowksi (Keulen, 8-12-1920 – Ravensbrück, 20-4-1945) sloot zich met haar man Gert aan bij de verzetsgroep van Joop Westerweel.

Helene Hertha Wohlfarth-Katz (Offenbach, Duitsland, 14-4-1909) vertaalde teksten uit het Duits voor de illegale pers.

Veel vrouwen

Aan bovenstaande namenlijst vallen een paar dingen op. Toen vier decennia na de bevrijding duizenden Verzetsherdenkingskruizen werden uitgereikt, was daarvan eenderde voor vrouwen. Maar hierboven staan elf joodse verzetsvrouwen en slechts vijf mannen. Het is een opvallend verschil met het algemeen geldend beeld van de ondergrondse werkers in Nederland.
Verder worden hierboven negen onderduikers in de Zaanstreek en zeven Zaans-joodse inwoners genoemd. Bij de laatste groep bevinden zich vijf personen die gemengd gehuwd of dankzij valse documenten ‘ontjoodst’ waren. Het betekende dat zij in beginsel niet naar een concentratie- of vernietigingskamp hoefden en dus meer verzetsmogelijkheden hadden dan degenen die al in 1942 of ’43 een oproep kregen om naar Westerbork te vertrekken.
Voor de joodse onderduikers die in verzet kwamen, geldt dat het merendeels vluchtelingen uit nazi-Duitsland betrof. Zij hadden al in de jaren dertig de gruwelen in hun vaderland ervaren en waren daardoor beter voorbereid op een ondergronds bestaan dan de oorspronkelijk Nederlandse joden, die gaandeweg en vaak te laat ondervonden wat de nationaalsocialistische plannen waren.

Hoger aandeel

Uitgaand van bovenstaande namen en alleen de betrokkenen van achttien jaar en ouder tellend, kom ik uit op 2% van de ‘autochtone’ joodse Zaankanters en 3% van de joodse onderduikers in de Zaanstreek die zich ontwikkelden tot verzetsstrijder. Volgens Loe de Jong nam 0,5% van de bevolking in Nederland deel aan het verzet, maar dat was inclusief alle kinderen en jongeren. Zelfs als die niet worden meegeteld (ongeveer eenderde van de totale populatie), blijft het percentage dat De Jong aan het verzet toeschreef ruim onder de 1%. De Zaanse cijfers vertalend naar heel Nederland zou je kunnen concluderen dat de joodse deelname aan het verzet drie tot vijf keer hoger lag dan het aandeel van de niet-joodse bevolking. Dat is dus aardig in lijn met het ‘natte-vingerwerk’ van Martijn Katan.

Maar…

Tegen deze berekening kunnen de nodige bezwaren worden ingebracht. De mate van verzet verschilde per regio, en dus ook het verzet waarbij joden betrokken waren. Zo is bekend dat in de Zaanstreek relatief meer illegale activiteiten plaatsvonden dan elders in Nederland. Dat kan van invloed zijn op de genoemde percentages.
Verder hanteerde zoals gezegd Loe de Jong een smalle definitie van verzet, waardoor meerdere van bovengenoemde namen waarschijnlijk niet aan zijn criteria voldeden. Er bestaan bovendien geen kant en klare lijsten van verzetsstrijders, en al helemaal geen overzichten met joodse illegalen in de ene en niet-joodse in de andere tabel, waardoor een volledige betrouwbare vergelijking mogelijk is. En zo zijn er nog wel wat kanttekeningen te plaatsen.
Het maakt het aangekondigde NIOD-onderzoek naar het joodse verzet in Nederland des te pregnanter.

Amsterdams monument voor de joodse verzetsstrijders die de oorlog niet overleefden (Wikipedia)

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag



4 antwoorden
  1. pim ligtvoet
    pim ligtvoet zegt:

    Mooi rekenwerk Erik. Het is idd schipperen met definities. Zelf dacht ik nog aan de broers Edwin en Walter Baumgarten van de Typhoon. Je zou daarnaast nog aan de joodse bedrijven kunnen denken die mee deden aan de Februaristaking.

    Beantwoorden
    • Erik Schaap
      Erik Schaap zegt:

      Dank, Pim. In de Zaanstreek deed vrijwel elk bedrijf mee aan de Februaristaking, dus die heb ik maar buiten beschouwing gelaten. De broers Baumgarten zouden er tussen kunnen. Alleen heb ik (nog steeds) wat vragen over hun joodse achtergrond. Indien ze voldeden aan de nazistische rassentheorie is het verbazingwekkend dat ze allebei (en hun moeder) buiten schot zijn gebleven.

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een antwoord achter aan pim ligtvoet Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.