Verhalen over de Tweede Wereldoorlog

Het verzet in de Havenstraat

Eerder schreef ik over de Oud Heinstraat in Zaandijk, waar opvallend veel verzetsstrijders woonden. De Zaandamse Havenstraat telde eveneens een bovengemiddeld aantal bewoners die in opstand kwamen tegen de bezetter. Een overzicht, aan de hand van negen adressen.

Havenstraat 74 fungeerde als een van de Zaanse NSB-contactadressen en op het naast deze straat gelegen Hembrugterrein wemelde het van de Duitse militairen. Mede vanwege de wapen- en munitiefabriek daar bevond zich ter hoogte van Havenstraat 2 een wegafzetting met betonblokken, prikkeldraad en een onderkomen voor geschuts- en mitrailleurbemanning. Wie tussen 1940 en 1945 de Havenbuurt in of uit wilde, liep dus een gerede kans op controle. Desondanks woonden er in dit ‘rooie’, zo’n tweehonderd huizen tellende wijkje veel verzetsstrijders. Met name de Havenstraat herbergde er nogal wat.

Meer dan de helft van de kiesgerechtigden hier stemde vóór de oorlog SDAP of CPN.

Linkse wijk

Er zijn twee redenen voor het verhoudingsgewijs grote aantal illegale strijders in de Havenbuurt, en dan vooral in de parallel aan de Voorzaan lopende straat. Ten eerste was dit een links georiënteerde wijk; meer dan de helft van de kiesgerechtigden hier stemde vóór de oorlog SDAP of CPN. En juist die partijen waarschuwden al in een vroeg stadium voor de gevaren van fascistisch Duitsland. Een tweede reden was de aanwezigheid van de Artillerie-Inrichtingen op het naastgelegen Hembrugterrein. Al in 1940 kwamen er wapens, springstoffen en munitie van de A.I. ter beschikking van de beginnende illegaliteit, een periode dat er nog geen sprake was van wapendroppings door geallieerde vliegeniers. Bij veel werknemers van de sterk met het Nederlandse leger verbonden wapenfabriek leefde onvrede over de capitulatie in mei 1940 en de behoefte om tegengas te geven. Een paar van deze medewerkers woonden naast de A.I. en gingen over tot tegenacties.
Ik heb de namen van de verzetsstrijders die in de Havenstraat leefden hier onder elkaar geplaatst (overigens zonder te weten of deze opsomming volledig is).

De wegafzetting aan het begin van de Havenstraat (Gemeentearchief Zaanstad).

Archangelstraat 2b Hendrik de Vries (13-3-1920)

Ik smokkel een beetje bij de vermelding van het eerste adres. Hendrik de Vries woonde namelijk in de Archangelstraat. Zijn voordeur bevond zich echter op drie meter van de Havenstraat. De Vries bezorgde tijdens de bezetting onder meer het ondergronds verschijnende communistische blad De Waarheid. Na in november 1943 te zijn verraden door zijn buurtgenote Francisca de Munck-Siffels belandde hij in Duitse gevangenschap. Via kamp Amersfoort werd hij overgebracht naar het Noord-Duitse Neuengamme en het nabije satellietkamp Bremen-Farge. Daar ontmoette hij begin april 1945 bij toeval de tegelijk met hem opgepakte mede-CPN’er Gerrit Bakker. Deze Zaandammer hoorde toen hij een ziekenbarak binnenliep uit een van de houten britsen vol zieke en stervende gevangenen zijn naam roepen. ‘Ik probeerde in het halfduister te onderscheiden door wie’, schreef Bakker later. ‘Er werd huilend geroepen: “Je kent me toch wel, ik ben Henk de Vries. Help mij alsjeblieft, want ik ga hier dood.” Gesprek gevoerd en vastgesteld dat Henk een monsterachtig gezwollen rechterbeen had en dat hij niet te helpen was.’ Gerrit Bakker wist bij een arts een aspirientje los te praten – een zeldzaam medicijn in het kamp – en liep daarmee terug naar de patiënt. ‘De aspirine als een kostbaarheid naar Henk gebracht, die met half gesloten ogen achterover lag. Ik tilde zijn hoofd op en diende hem de aspirine met een slok water toe. Ik nam afscheid van hem en had de indruk dat hij overleden was.’
Hendrik de Vries stierf op 7 april 1945 in Bremen-Farge.

‘Help mij alsjeblieft, want ik ga hier dood.’

Opgave van Hendrik de Vries voor de Erelijst van de CPN (IISG).

Havenstraat 17 – Maretta Catharina IJdenberg (27-4-1915)

Als weduwnaar verloor de joodse arts Karel de Leeuw de ‘voorrechten’ die hij voordien als gemengd gehuwde jood had. Toen zijn echtgenote op 1 september 1942 in het kraambed overleed, was hij daarom niet langer beschermd tegen deportatie. Hij dook onder. Eerst in Amsterdam, vanaf de winter van 1942/’43 op het adres Havenstraat 17 in Zaandam. Daarmee was hij terug in zijn oude woonplaats.

Een meisje dat naast De Leeuws onderduikadres aan de Havenstraat woonde, herinnerde zich nadien over de vier dagen dat Nederland zich in mei 1940 verdedigde tegen de nazistische aanvallers: ‘’s Ochtends zwaaiden ik en mijn zusje vanuit ons slaapkamerraam altijd naar de buurman, die al vroeg naar zijn werk op Schiphol ging. Op een dag vroeg moeder ons om aan tafel te komen zitten, want ze had wat te vertellen. “De oorlog is uitgebroken en er is nog meer vreselijk nieuws: buurman Leendert is bij een bombardement op Schiphol omgekomen.” Dat was een grote schok, want ze waren erg op elkaar gesteld.’

Het slachtoffer van het bombardement op 10 mei 1940 was dienstplichtig militair Leendert van Klaveren. Zijn weduwe Maretta Catharina IJdenberg bood Karel de Leeuw, die voordien haar huisarts was, 2,5 jaar later een veilige plek aan in de Havenstraat. Dat was des te opvallender, omdat Maretta’s vader NSB-wethouder was in het Zaandamse college. De Leeuw kwam heelhuids door de oorlog, maakte in Zaandam de bevrijding mee en trouwde op 6 juni 1945 met de vrouw die hem zijn onderduikplaats had gegeven.

Maretta Catharina IJdenberg in 1932 (A. de Leeuw).

Havenstraat 19 – Christiaan Scholtsz (10-9-1922)

‘Als Districtsmedewerker der L.O. [Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers], hulp-fourier der N.B.S. [Binnenlandse Strijdkrachten], toentertijd nog K.P. [Knokploeg], heb ik gedurende de Duitse bezetting kleding en voedsel via de organisatie waarbij ik aangesloten was, verschaft aan een in Wormerveer ondergedoken Canadese vlieger’, schreef Christiaan Scholtsz op 21 januari 1946 aan de geallieerde militaire inlichtingendienst. ‘Dit bracht ik op een bepaalde plaats, waarna het door een tweeden persoon thuis werd bezorgd. Dit geschiedde omstreeks omstreeks Nov.-December 1944.’ Als pilotenhelper noemde hij verder Dirk Dirkmaat, die op de Wormerveerse Wandelweg woonde. In september 1944 verbleven er meerdere neergehaalde geallieerde vliegeniers in Wormerveer.

Van Christiaan Scholtsz, die op de Havenstraat bij zijn ouders woonde, is mij alleen bekend dat hij uit een rood nest kwam. Wat zijn verdere rol gedurende de oorlog was, weet ik niet.

Een deel van de LO-groep Zaanstreek in oktober 1945, met staand uiterst rechts Christiaan Scholtsz (Gemeentearchief Zaanstad).

Havenstraat 87 – Guurtje Kok-van Putten (13-10-1886), dochter Geesje Kok (20-11-1918) en een van haar zonen

De weduwe Guurtje Kok-van Putten en enkele van haar kinderen zaten diep in de illegaliteit. In de woning van dit SDAP-gezin werden onder anderen joodse kinderen verborgen. Dochter Geesje raakte bij de illegaliteit betrokken via een van haar broers, die onder meer actief was bij de links georiënteerde Raad van Verzet. In het boek Verzet verwoord vertelde ze over die tijd: ‘De tuin van ons huis aan de Havenstraat in Zaandam grensde aan de wapenfabriek bij de Hembrug. Mijn broer zat al heel snel bij de RVV, met Hanneke Schaft en zo. Door hem werd ik bij de illegaliteit betrokken. (…) Al heel snel ontstond er een samenwerking met de LO. Mijn broer schakelde mij in bij het zoeken naar adressen voor onderduikers. Wij gingen altijd naar mensen die we kenden, want je moest weten dat ze goed waren. De reacties waren heel wisselend. (…) In de Zaanstreek werkte ik veel voor Jan van Galen, zijn echte naam was Kees Kraaij, en voor Klaas Koeman.’ In de zomer van 1944 werd Geesje ‘uitgeleend’ aan de Knokploeg Waterland, waarvoor ze tot de bevrijding als koerierster zou blijven werken.

‘Zo’n mens heeft nou een standbeeld verdiend.’

Over haar moeder zei Geesje Kok: ‘Zo’n mens heeft nou een standbeeld verdiend. Ze deed het veel bewuster dan ik. Ze nam veel meer risico’s. Eigenlijk ben ik er trots op dat mijn familie zo standvastig was. Niet iedereen zat in het verzet, maar wij hadden veel onderduikers.’

Geesje Kok.

Havenstraat 89c – Jan Kat (23-7-1896), zoon Arend (13-1-1921) en schoondochter Maria Sophia Kat-van Leeuwen (23-5-1924)

In 1985 schreef Arend Kat zijn oorlogsherinneringen op. Hij begon zijn memoires met een terugblik op het ouderlijk huis: ‘Ik kwam uit een sterk socialistisch gezin. Vader [Jan Kat] was adjunct-commissaris der PTT. Hij was de animator voor zijn gezin en anderen tot verzet tegen de Duitse bezetter en zijn trawanten. Beginjaren van de oorlog, leuzen tegen de Duitsers op straten en muren gekalkt. [Communistische] kranten als De Vonk en De Waarheid in de buurt waar hij woonde verspreid [de Zaandamse Havenbuurt; het gezin had als adres Havenstraat 89c] en ook via zijn werk onder zijn klanten. Vechtpartijen en scheldkanonnades tegen NSB’ers en hun Weerafdeling brachten hem verschillende keren aan het bureau van politie.’

Volgens Arend was zijn vader al in het begin van de oorlog nauw betrokken bij de ontluikende illegale Zaanse pers, terwijl zijn inwonende schoonzus Maria Sophia ondergrondse blaadjes verspreidde. Zelf belandde Arend Kat gedurende de tweede oorlogshelft in het gewapend verzet. In die hoedanigheid nam hij deel aan talloze sabotageacties en liquidaties.

Arend Kat alias ‘Henk Pol’, getekend door Gerrit Dekker.

Havenstraat 119 – Antoon Johannes Fredericus Schoonman (11-4-1893), Cornelia Allegonda Schoonman-Brandsma (7-5-1893) en zoon Geert (31-8-1917)

Aanvankelijk woonde Geert Schoonman nog bij zijn ouders in de Havenstraat. In de meidagen van 1940 vocht hij als sergeant-capitulant op de Grebbeberg. Na de capitulatie kwam hij als ambtenaar van de Belastingdienst in Glanerbrug terecht. In 1942 werd hij overgeplaatst naar Zundert. Hij belandde in het verzet. Pilotenhulp, het kraken van distributiekantoren, het uit de gevangenis bevrijden van verzetsstrijders, het opblazen van spoorwegen; geen actie was hem te gewaagd. Begin oktober 1944 werd ‘Rooie Geert’ opgepakt en op de twaalfde van die maand gefusilleerd. Zijn stoffelijke resten keerden na de oorlog terug naar Zaandam, waar hij werd begraven.

Begin oktober 1944 werd ‘Rooie Geert’ opgepakt en op de twaalfde van die maand gefusilleerd.

(Muizenest.nl)

Geert Schoonman had zijn weerbarstigheid niet van vreemden. Zijn ouders verborgen in hun woning aan de Havenstraat één of twee joodse gezinnen, wier namen helaas niet bekend zijn.

Antoon Johannes Fredericus (‘Anton’) Schoonman en Cornelia Allegonda Schoonman-Brandsma met de naar hun zoon Geert en diens eveneens vermoorde verzetskameraad Johannes ter Horst vernoemde Gejo Alberts, 1949 (G. Alberts).

Havenstraat 120 – Roel Boringa (27-10-1892) en zoon Heinrich (‘Harry’) Roel (17-7-1919)

Er zijn meerdere getuigenissen van de verzetsactiviteiten die vader en zoon Boringa ontplooiden op het achter hun woning gelegen terrein van de Artillerie-Inrichtingen. ‘Bij de A.I. moesten Harry Boringa, Henk Dekker en ik Nederlands zeven centimeter luchtdoelgeschut gereed maken voor verzending naar Duitsland’, vertelde Gerrit de Ruijter bijvoorbeeld. ‘We hebben toen wat koperen kettingen georganiseerd, koper vreet namelijk zo lekker in, weet je.’

Douwe Soepboer (zie hieronder) bevestigde het verzetswerk van de Boringa’s. ‘Een van de plaatsen waar wij een voorraad wapens onderbrachten was de woning van de opzichter Borringa [Boringa, sic], die evenals [Dirk] Dral en ik woonachtig was in een dienstwoning (de Delftse rij) grenzende aan het fabrieksterrein aan de Havenstraat. Harrie, de zoon van Borringa, had hiertoe een gelegenheid gemaakt onder de vloer van hun woning en belastte zich met het onderhoud van de wapens.’ 

De zogeheten ‘Delftse rij’ in de Havenstraat, met ongeveer in het midden nummer 120 (Gemeentearchief Zaanstad).

Havenstraat 136 – Douwe Soepboer (2-4-1903)

Douwe Soepboer was de onbetwiste leider van het verzet bij de Artillerie/Inrichtingen, maar hij voerde ook daarbuiten tal van gewaagde acties uit waar de Duitsers last van hadden. Een deel van zijn ondermijnende activiteiten is hier terug te vinden.

‘Wanted’-foto’s van Dirk Dral en Douwe Soepboer in het Nederlandsch Algemeen Politieblad (8-8-1943).

Havenstraat 141 – Dirk Dral (25-6-1890)

‘Dral was voor het nemen van drastische maatregelen.’

Last but not least: Dirk Dral. Al in de zomer van 1940 nam deze A.I.-opzichter samen met Douwe Soepboer het initiatief om wapens en springstoffen het Hembrugterrein af te smokkelen, ten bate van de illegaliteit. ‘Deze was onderluitenant geweest in voormalig Ned. Indië en was voor het nemen van drastische maatregelen’ [tegen de bezetter], noteerde Soepboer na de oorlog. ‘Al spoedig kwam de heer Dral mij opzoeken en deed me het voorstel om samen met de hulpopzichter Fleurbaaij het verzet aan de A.I. te organiseren en daaraan zo mogelijk leiding te geven.’ In naoorlogse Amerikaanse documenten is te lezen dat Dral zich ook bezighield met de hulp aan gestrande vliegeniers en lid was van de spionagegroep Albrecht. Hoewel de nazi’s in 1943 de jacht op hem openden, wist hij op vrije voeten te blijven. Hoe het hem na de oorlog verging, is me onbekend.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en dit wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag





Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.