Verhalen over de Tweede Wereldoorlog

Grete Weil in Koog aan de Zaan

Grete Weil was een van de belangrijkste naoorlogse Duitse auteurs. Deze met literaire prijzen overladen kroongetuige van het joodse leven in Nederland gedurende de jaren dertig en veertig dook in 1943 onder in Amsterdam. Maar waarom verliet ze haar onderduikadres om naar Koog aan de Zaan te gaan?

Liberaal milieu

Het leven lonkt naar de kleine Margarete Elisabeth Dispeker (18-7-1906/14-5-1999). Als jongste kind van de befaamde, in München gevestigde advocaat Siegfried Dispeker (5-1-1865/23-8-1937) en zijn echtgenote Isabella Goldschmidt (17-8-1874/1961) heeft ze een zorgeloze jeugd. De omgeving van Grete, zoals haar roepnaam luidt, wordt bepaald door het liberale milieu dat verbonden is met de literaire avant-garde van Duitsland. Ze is joods, maar zich daar amper van bewust. Haar schijnbaar veilige omgeving verandert door het toenemend antisemitisme in Beieren. Wanneer Adolf Hitler in 1923 in München een staatsgreep in gang zet, ontvlucht Siegfried Dispeker met zijn dochter hun woonplaats. Na enkele dagen kunnen ze terugkeren; de putsch is mislukt.

Wanneer Adolf Hitler in 1923 in München een staatsgreep in gang zet, ontvlucht Siegfried Dispeker met zijn dochter hun woonplaats.

Isabella Dispeker met haar dochter Margarete (‘Grete’) Elisabeth rond 1912 bij hun Beierse landhuis (Wikipedia).

‘Land zonder bergen’

Tien jaar later heeft Hitler wel succes, hij wordt alleenheerser over een ‘Duizendjarig Rijk’. Zijn dictatoriale agenda voorziet onder meer in de uitroeiing van de joden. De wereld van de Dispekers wordt met de dag kleiner en gevaarlijker. Grete verruilt daarom in 1935 Duitsland voor, zoals ze later schrijft, ‘het land zonder bergen’. Ze gaat haar echtgenoot achterna, de dramaturg Edgar Weil. Hij is twee jaar eerder al naar Amsterdam geëmigreerd. In de hoofdstad volgt Grete een cursus fotografie. Daarna neemt ze in de Beethovenstraat een fotostudio over. Die wordt omgedoopt tot ‘Foto WeDis’, een nauwelijks te missen verwijzing naar Weil-Dispeker.

Grete Dispeker-Weil rond 1932 (Joods Museum München).

Beethovenstraat

In 1938 volgt Bella Dispeker haar dochter en schoonzoon naar de Beethovenstraat. Ze is inmiddels weduwe. Haar echtgenoot is in 1937 overleden. Net als eerder haar van communistische sympathieën verdachte schoonzoon hebben de nazi’s ook haar man al eens gevangen gezet. Zijn baan was Siegfried Dispeker toen al kwijt. In de vier jaar voor zijn dood degradeerde de gevierde jurist tot de status van een verschoppeling, en met hem zijn hele familie. Bella Dispeker hoopt in Amsterdam de veiligheid te vinden waaraan het joodse Duitsers in hun eigen land inmiddels volledig ontbreekt.

Isabella en Siegfried Dispeker in 1894 (Monacensia Literaturarchiv).

Nadat de Duitsers in mei 1940 Nederland zijn binnengevallen, verandert de door veel joodse vluchtelingen veilig gewaande haven in een kolkende zee. Edgar Weil ondervindt al in de voorzomer van 1941 de gevolgen. Hij wordt op 11 juni bij een razzia gearresteerd, op de hoek van de Beethoven- en de Euterpestraat. Zijn in Duitsland aangelegde Gestapo-dossier maakt de situatie nog hopelozer dan hij toch al is. Acties om hem los te krijgen, maken geen kans. Edgar wordt naar Mauthausen gedeporteerd. Op een kaart die Grete van hem uit dat kamp ontvangt, laat hij doorschemeren hoe slecht hij ervoor staat. ‘Met zijn dood moest ik me maar verzoenen, schreef hij, op zijn hoede voor de censor’, noteert Grete Weil in haar boek Leb ich denn, wenn andere leben, kort voordat ze in 1999 zelf overlijdt. Edgar Weil wordt op 17 september 1941 inderdaad vermoord in Mauthausen. ‘Geef me een fakkel, dan steek ik de wereld in brand’, beschrijft zijn totaal verslagen echtgenote wanneer ze de doodstijding ontvangt.

‘Met zijn dood moest ik me maar verzoenen, schreef hij.’

Edgar Weil rond 1938 (Monacensia Literaturarchiv).

‘Mevrouw Diopeker’

Wanneer Grete Weil op 5 juli 1942 bij haar moeder luncht, krijgt ze een telefoontje van een Nederlandse vriendin. Een joodse vluchteling dient zich voor dwangarbeid in Duitsland te melden bij het Centraal Station. Hij probeert daaraan te ontkomen en wil met een vals paspoort Nederland ontvluchten, maar daarin moet nog een foto gemonteerd. Grete haast zich naar Beethovenstraat 48 en maakt daar in haar studio wat pasfoto’s van haar landgenoot. Daarna fietst ze terug naar haar moeder. ’s Avonds hoort ze dat de politie bij haar thuis is geweest. Ze zochten een ‘mevrouw Diopeker’ – een tikfoutje bij het Bevolkingsregister –, vertellen haar buren. Die hebben zich van de domme gehouden; ze kennen niemand die zo heet.

De archiefkaart met het tikfoutje (Stadsarchief Amsterdam).

In de wetenschap dat kamp Westerbork dreigt, solliciteert Grete Weil bij de Joodse Raad naar een baantje. Het lukt. Ze kan aan de slag en ontvangt wegens vermeende ‘onmisbaarheid’ een Sperre. Dat betekent uitstel ‘bis auf weiteres’ van gedwongen vertrek voor haarzelf en haar moeder.

Transvaalbuurt

Sinds 11 augustus 1943 verblijft Isabella Dispeker op het adres President Steynstraat 5. Reinjan Mulder in literair magazine De Parelduiker (nummer 1-2024): ‘Voorlopig kan ook zij nog thuis blijven wonen, in de voor “Joden” gereserveerde wijk Transvaal. Tussen 3 en 5, wanneer ook Joden de straat op mogen, gaat ze daar haar boodschappen doen, waarbij ze haar tas zo houdt dat niemand de zespuntige, gele ster op haar jas ziet. De rest van de dag bezoekt ze bekenden, zoals de vrouw die vroeger bij haar als “dienstmeisje” heeft gewerkt. Deze “boerenvrouw” biedt haar zelfs aan om bij haar onder te duiken. Maar Bella Dispeker wil daar nog niets van weten. Zij heeft nog haar dochter bij de Joodse Raad.’ 

Amsterdamse gezinskaart van Isabella Dispeker-Goldschmidt (Stadsarchief Amsterdam).

Laatste razzia

Het uitstel betekent geen afstel. Op 29 september 1943 ondernemen de nazi’s hun laatste grote razzia in Amsterdam. Ze pakken vijfduizend joodse mannen, vrouwen en kinderen op. Ze worden via het Amstelstation afgevoerd naar kamp Westerbork. Ook de resterende leden van de Joodse Raad belanden in de Duitse fuik, onder wie Grete Weil. Ze weet na haar arrestatie net op tijd te ontsnappen uit de Hollandsche Schouwburg, de Amsterdamse verzamelplaats voor af te voeren joden. Dankzij vrienden kan ze onderduiken in Amsterdam.

De hoofdstad is Judenrein, verklaren de machthebbers na de razzia van 29 september. Ze vergissen zich.

De hoofdstad is Judenrein, verklaren de machthebbers na de razzia van 29 september. Ze vergissen zich, en niet alleen vanwege de vele onderduikers in Amsterdam. Wanneer enkele geüniformeerde mannen zich ’s morgens melden bij Bella Dispeker doet zij de voordeur open, gekleed in een ochtendjas zonder Davidster. Ze weet niets af van joden in haar huis, bluft ze in vlekkeloos Duits tegen het ongenode bezoek. ‘Volgens haar dochter konden de SS’ers zich gewoon niet voorstellen dat de blonde, blauwogige Duitse vrouw die daar in haar ochtendjas aan de deur stond een arme Jodin uit de Transvaalbuurt was’, schreef Reinjan Mulder.

Grete Dispeker en Heinz-Günther Knolle (Wikipedia).

Koog aan de Zaan

Bella Dispeker realiseert zich dat er geen ontsnappen aan is. Ook haar wacht het kamp, tenzij ze onderduikt. Ze installeert zich eerst een paar dagen in Amsterdam bij de schilderes Hedda von Kaulbach, die op de Vinkeleskade woont. Daarna verhuist ze naar Zuid-Holland, naar familie van haar vroegere dienstmeisje. Wanneer er daar gevaar dreigt, wordt ze overgebracht naar de Zaanstreek. Naar Zaandam, schrijft haar dochter, maar dat moet Koog aan de Zaan zijn. Bella Dispeker komt daar in 1944 terecht bij de familie Van Ree; vader Hendrik Eliza (‘Henk’), moeder Maria (‘Mies’) en hun twee zonen Kees en Hans. Zij wonen op het adres Sportstraat 8. Henk van Ree is bedrijfsleider bij de Koogse voedselproducent Honig.

Tweede huis van rechts is Sportstraat 8 in Koog aan de Zaan (Weekblad De Zaan, 31-3-1937).

‘Wirklich gut’

De onderduikster heeft het ‘wirklich gut’ bij het gezin Van Ree, schrijft haar dochter. De waardering is wederzijds. Hans van Ree (1928-2004) stuurt, reagerend op een tv-documentaire waarin ze figureert, in 1982 een brief naar Grete Weil. Daaruit valt niet alleen op te maken hoezeer Van Ree ’tante Bella’ waardeert, maar ook dat Grete in 1944 een bezoek brengt aan zijn ouderlijk huis. Ze verricht inmiddels verzetswerk, heeft een vals identiteitsbewijs en kan dus relatief ongestoord rondreizen. Het geeft haar de mogelijkheid om haar moeder te bezoeken.

Brief van Hans van Ree aan Grete Weil (Monacensia Literaturarchiv).

‘Goede nazi’

Volgens Hans van Ree verblijft Bella Dispeker ‘maanden’ in zijn ouderlijk huis. Waarschijnlijk vanwege het risico op ontdekking moet ze toch weg. Ze komt een paar honderd meter verder terecht, bij Frans Berkhout en E. Berkhout-Weissenborn met hun twee zonen. Die wonen op de Lagedijk 31. Frans Berkhout werkt net als Henk van Ree bij Honig, als chemicus. Grete Weil schrijft in haar memoires weinig vleiend over het nieuwe gastgezin: ‘De vrouw zou een goede nazi zijn, maar het lijkt nu opportuun iets tegen de vijand te doen. En de oude jodin is als kinderjuffrouw goed te gebruiken.’ Een naoorlogse lijst van het Nationaal Steunfonds, de ‘bank’ van het nationale verzet, vermeldt zonder nadere specificatie dat er maandelijks 125 gulden wordt betaald aan onderduikgevers op de Lagedijk in Koog aan de Zaan. Dat betreft dus het echtpaar Berkhout.

‘De vrouw zou een goede nazi zijn, maar het lijkt nu opportuun iets tegen de vijand te doen.’

Lagedijk 31 en 33 (Gemeentearchief Zaanstad).

Peilwagen

Wellicht komt Grete Weil na de verhuizing van haar moeder naar de Berkhouts nogmaals naar Koog aan de Zaan, maar daarover bestaan geen getuigenissen. Rens, de zoon des huizes, meent dat Bella Dispeker ongeveer anderhalf jaar, tot een paar dagen na de bevrijding, bij de familie verblijft. Ze heeft een nierbekkenontsteking en ligt daarom vaak op bed. Af en toe verschijnt er een peilwagen in de straat, die ongetwijfeld op zoek is naar een bij de buren op Lagedijk 33 ondergebrachte illegale radiozender van het regionale verzet. Telkens laait daardoor de angst op dat er een inval zal volgen bij de familie Berkhout. Isabella Dispeker is niet van plan om in handen van de nazi’s te vallen en houdt daartoe een cyaankalipil paraat.

Prinsengracht

Zowel Bella Dispeker als Grete Weil overleeft de jodenvervolging. Vanaf juli 1945 wonen ze aanvankelijk samen op de Prinsengracht 257 huis, Gretes laatste onderduikadres en voordien bewoond door de in augustus 1942 om het leven gebrachte joodse verzetsman Alexander Salomon de Leeuw. Daarna keert Bella Dispeker terug naar de Beethovenstraat (na eerst een klein jaar in Bloemendaal te hebben gewoond), op 29 april 1948 gevolgd door de Herman Gorterstraat 13 huis in Amsterdam.

Na de oorlog vraagt Bella Dispeker het Nederlanderschap aan. Het verzoek wordt in 1951 gehonoreerd. Ze blijft nog vijf jaar wonen in de Amsterdamse Gorterstraat 13. Op 9 oktober 1956 emigreert ze voor de tweede en laatste keer, naar het Zwitserse Lugano. Daar woont haar zoon Fritz. In 1961 overlijdt ze in Lugano, 87 jaar oud.

Berichtgeving over Isabella Goldschmidts verzoek tot naturalisatie (Staatscourant, 1951).

Grete Weil, die op 14 september 1956 naar Frankfurt vertrekt, groeit in de naoorlogse decennia uit tot grande dame van de Duits-joodse literatuur. In veel van haar romans en uiteraard ook in haar memoires refereert ze aan haar jaren in Nederland. Zij sterft op 14 mei 1999 in Grünwald bij München.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en dit wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag





Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.