De onbekende verzetsgroep Kempenaar

In mei 2021 ontving het Gemeentearchief een flinke stapel documenten en foto’s van de Zaandamse firma P. & K. Bets. Tussen de papieren van deze binnenvaartschippers zaten veel verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog. Directeur Klaas Bets bleek deel te hebben uitgemaakt van de verzetsgroep Kempenaar, een nauwelijks bekende ondergrondse organisatie.

De vrachtvaarders van de Zaanse familie Bets opereerden met twee bedrijven. In Zaandijk zat Bets & Zonen, in Zaandam P. & K. Bets. De Zaandijkse tak kon in de oorlog blijven varen met een paar motordekschuiten die, bij gebrek aan andere brandstoffen, waren uitgerust met kolenvergassers. Bekend is het verhaal van een reis die beide schepen tijdens de Hongerwinter naar Friesland maakten. Na een IJsselmeertocht vol hindernissen kwam de bemanning terug met een lading aardappelen en een Friese onderduiker. Die was in de machinekamer van de ‘Zaanlander 2’ achter een dubbele wand verstopt.

Reijer Bets (1866), de directeur van Bets & Zonen, woonde aan de Lagedijk 12. Deze streng gelovige aanhanger van de Nederlands-Hervormde kerk zou er voor hebben gezorgd dat zijn joodse buurtgenote Judith van Thijn (1865) vanaf 1943 onderdak kreeg in ‘Ons Verpleeghuis’, dat in Koog aan de Zaan stond. Door daar onder te duiken, overleefde ze de oorlog. De firma Bets & Zonen keerde zich dus op meerdere manieren tegen de bezetter. Opvallend is echter dat de verzetsdocumentatie die het Gemeentearchief Zaanstad in 2021 ontving niet de Zaandijkse scheepvaarders betrof, maar hun familieleden uit Zaandam.

Houten Bets

Ook het Zaandamse familiebedrijf P. & K. Bets was ondergronds actief, maar dat lijkt alleen in kleine kring bekend te zijn. Deze binnenvaartschippers vervoerden voornamelijk hout, vandaar dat de onderneming in de volksmond bekendstond als ‘Houten Bets’. Klaas Bets (Zaandam, 22-6-1897) en zijn echtgenote Theodora Wilhelmina Gräfe (Zaandam, 21-12-1899) woonden op de Prins Hendrikkade 6a. Recht tegenover hun deur lag hun bezit in de Voorzaan, binnenvaartschepen met namen als ‘De Trouw’ en ‘Het Vertrouwen’.

Klaas Bets, 1941 (Gemeentearchief Zaanstad)

Het opvallendste document in het bedrijfsarchief dat naar de oorlog verwijst, betreft een door motten aangevreten ‘Oorkonde ter herinnering aan den verzetstijd van groep “Kempenaar”.’ De in november 1945 opgestelde papieren waardering betreft het tijdvak 6 september 1944 tot 8 augustus 1945. De periode dus tussen Dolle Dinsdag en de atoombom op Nagasaki, die het einde van de Tweede Wereldoorlog bezegelde. Op 5 september 1944 ontstonden de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, de bundeling van de belangrijkste gewapende organisaties. Ook de groep Kempenaar -een vernoeming naar een type binnenvaartschip- was vanaf die dag een (bescheiden) BS-onderdeel. De oorkonde geeft echter geen aanwijzingen waaruit Klaas Bets’ ‘hulpverleening aan het Land, gedurende en na de bezetting door den vijand’ binnen de groep Kempenaar bestond.

In de collectie-Bets zitten meer stukken die naar de jaren ’40-’45 verwijzen. Maar wat deed toch die groep Kempenaar waarvan Klaas Bets deel uitmaakte?

Klaas en Reijer Bets, hout overladend bij de loswal van de Prins Hendrikkade (Gemeentearchief Zaanstad)

Vaartuigendienst

Op 19 juni 1945 liet een verslaggever van De Nieuwe Dag weten: “Een bijzondere verzetsgroep van de B.S. heeft gedurende de bezetting zooveel mogelijk het werk voortgezet van het ‘Vaartuigendepot Amsterdam’ van de Ned. Marine. Zoo vond de sectie ‘Inland Water Transport’ van het Can.[adese] leger in den ‘Vaartuigendienst’, zooals de voortzetting van het ‘Vaartuigendepot’ werd genoemd, aanstonds na de bevrijding een orgaan, bekwaam en bereid om alle Duitsch geverfde scheepsruimte terug te brengen naar de oorspronkelijke eigenaars.”

De Duitsers hadden tussen 1940 en 1945 duizenden schepen gevorderd, om ze te kunnen gebruiken bij hun strijd tegen de geallieerden. Begin mei 1945 waren er van de 21.000 vooroorlogse binnenvaartschepen nog maar zo’n 10.000 in handen van de rechthebbenden. Er werd echter dag en nacht doorgewerkt om de diefstallen terug te draaien. De Nieuwe Dag op 19 juni: “Reeds 10.665 schepen heeft deze Verzetsgroep Kempenaar in Amsterdam opgespoord en 400 daarvan konden onmiddellijk aan de eigenaren worden teruggegeven.”

De groep Kempenaar probeerde dus, zodra de Duitse capitulatie was bezegeld, geroofde schepen te inventariseren en terug te bezorgen bij de rechtmatige eigenaars. Daags na de bevrijding ontving de tot BS-sergeant benoemde Klaas Bets al een schriftelijke oproep om ‘zich met spoed te begeven naar het Zeemanshuis, Kadijksplein 17-18 te Amsterdam, en zich onder de bevelen van den Commandant dier groep [Kempenaar] te stellen’. Het Zeemanshuis, tot het door de Duitsers werd ingepikt een goedkoop hotel voor zeelieden, was voor even het hoofdkwartier van de botenspeurders.

De mobilisatie-oproep voor de verzetsgroep Kempenaar viel in de bus bij met name mannen uit Amsterdam en Badhoevedorp. En bij nog één andere Zaandammer: sergeant Jacobus Geilings (Fijnaart en Heiningen, 9-11-1906). Die woonde in de Burgemeester ter Laanstraat 118, een paar honderd meter van de firma Bets.

Tot zover het werk van de groep Kempenaar na de bevrijding. Maar wat deden de leden tijdens de bezetting? En wat was de rol van Klaas Bets? De stukken bij het Gemeentearchief Zaanstad bevatten geen harde feiten, hoogstens wat aanwijzingen. Zoals die brief uit mei 1943. De bezetter had zojuist verordonneerd dat de Nederlandse oud-militairen zich moesten melden voor de Arbeitseinsatz. Onder hen bevonden zich ook de nodige mannen die inmiddels werkzaam waren in de scheepvaart. Kuindert M. Poll riep daarop zijn betrouwbaar geachte collega’s op om gul te doneren voor de familieleden van de getroffen ex-militairen. De opstandigheid spatte van het papier. Of Poll betrokken was bij de latere groep Kempenaar blijft in het ongewisse, maar de toon was gezet.

Het voormalige illegale blad Vrij Nederland lichtte op 23 juni 1945 een tipje van de sluier op aangaande de groep Kempenaar. “Een van de meest rasechte ondergrondsche organisaties was de groep ‘Kempenaar’, waarin een deel van het verzet van de binnenschippers zich afspeelde”, schreef de dienstdoende redacteur. “De oorsprong van die groep lag in den Vaartuigendienst van het Nederlandsche leger, en in September 1944 werden deze mannen opnieuw met hun schepen ingeschakeld, nu in het strijdend gedeelte van de BS. Er werd goed werk verricht, onder meer voor clandestiene voedselvoorziening in den afgelopen hongerwinter.”

Daar bleef het niet bij. VN: “In April kreeg deze groep opdracht alle te Amsterdam aanwezige schepen, die Duitsch of Duitsch-gevorderd waren, te registreeren en te controleren, teneinde deze na de bevrijding zo snel mogelijk ten gebruike van de bevolking te brengen. Over den heele haven van Amsterdam werden zoodoende circa 1000 schepen gevonden. Na een week of 4 kon er reeds weer een 200-tal in de vaart worden gebracht.” En medio juni 1945 waren er dus al ruim 10.000 eerder geconfisqueerde schepen opgespoord, zoals De Nieuwe Dag enkele dagen eerder berichtte.

Het werk van Klaas Bets, Jacobus Geilings en hun tientallen kameraden was wellicht niet zo spectactulair als dat van hun schietende en rovende collega’s die een andere tak van het ‘strijdend gedeelte’ vormden, maar voor het vlot op gang krijgen van de Nederlandse economie waren ze onontbeerlijk.

Wie meer wil weten over de firma P. & K. Bets -voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog- kan terecht bij het Gemeentearchief Zaanstad.

Nationaal Archief

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag



0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.