Verhalen over de Tweede Wereldoorlog

De Honigdirectie in opstand

De vier directieleden van de Koogse zetmeelfabriek De Bijenkorf, de latere Honigfabriek, kwamen op uiteenlopende manieren in opstand tegen de Duitse bezetter. Een van hen moest dat met de dood bekopen.

Uitgezonderd de twee gebroeders Sabel van de gelijknamige Zaandamse verffabriek belandden er waarschijnlijk geen Zaanse meerkoppige directies zo diep in het verzet als de vier leden tellende Honigleiding. Meindert (1900), zijn tweelingbroers Cornelis en George (1905) en hun neef Evert (1914) vormden ten tijde van de Duitse bezetting de top van stijfselfabriek De Bijenkorf in Koog aan de Zaan. De nieuwe machthebbers hadden zich amper in Nederland gevestigd of de eerste Honig begon al met tegenacties.

V.l.n.r. George, Evert en Meindert Honig in 1939 (Honig Heraut).

Evert Honig was niet alleen de eerste die in opstand kwam, hij nam ook de grootste risico’s binnen de sauzen- en soepenfamilie. In augustus 1940 sloot hij zich aan bij een onderdeel van de Ordedienst dat vooral aanhang vond in Koog aan de Zaan en Zaandijk. Het was een vriendengroep die contact onderhield met een Haagse verzetsorganisatie. De nazi’s zouden dit netwerk later bestempelen tot de ‘Stijkelgroep’, een verwijzing naar de jonge Haagse academicus Han Stijkel die ze als groepsleider zagen.

Evert Honig (I. Honig).

“Het was een stilzwijgende code over die dingen niet te praten.” 

Hilko Glazenburg in 1947

De aan de Lagedijk 33 wonende Evert Honig hield zich vooral bezig met het verzamelen van spionagemateriaal. Zijn vriend Hilko Glazenburg – een van de weinige Stijkelgroepleden die hun gevangenschap zouden overleven – vertelde in 1947 aan een medewerker van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie dat hij de oogst tussen september en december 1940 vervoerde van Koog aan de Zaan naar een contactpersoon in Den Haag. “Evert vertelde mij niet wat er in de enveloppen zat, maar ik had wel mijn vermoedens. Het was echter een stilzwijgende code over die dingen niet te praten.” Het was de bedoeling om de verzamelde informatie van de hofstad over te brengen naar Groot-Brittannië, met een illegale zender en/of per boot. “Glazenburg vond het werk vrij ongeorganiseerd”, aldus het RIOD-verslag. “Te hooi en te gras werd er wat gespionneerd of gestolen in een van de fabrieken.”

Hilko Glazenburg (Stijkelgroep.nl).

Evert Honig probeerde de bezetter ook op een andere manier de voet dwars te zetten. Hij richtte een – overbodige – nachtwakersdienst op, een fabrieksbrandweer voor Zaanse werklozen. Door hen in dienst te nemen, hoopte hij te voorkomen dat ze in het kader van de verplichte werkverschaffing naar Duitsland werden gestuurd.

Infiltratie

Het weinige Nederlandse verzet stond in 1940-’41 nog in de kinderschoenen. De Duitsers wisten dan ook relatief makkelijk en op meerdere manieren de Stijkelgroep te infiltreren, onder meer via een beruchte V-Mann van de Sicherheitsdienst, Johnny van Ligten. Zich voordoend als een Britse geheim agent legde hij contact met twee wankelmoedige personeelsleden van het Koogse hotel-café De Waakzaamheid, eigendom van het verzetsechtpaar Ero. Hilko Glazenburg: “Hij vroeg de kelners [Jacob Kerkhoven en Theodorus van Kleef] of zij een mogelijkheid voor hem wisten om contact met Engeland te krijgen, opdat zijn zender van de nodige onderdelen vanuit Engeland kon worden voorzien. De kelners, die wel het een en ander wisten van de groep waar Ero in zat, brachten een briefje in het Engels geschreven aan Honig over, waarin verzocht werd van zijn radioverbinding gebruik te mogen maken.” Evert Honig reageerde argwanend. “Het briefje was in een stuntelig Engelsch geschreven, men zou zeggen: het was vertaald Duitsch!” Onderzoek wees uit dat de afzender vermoedelijk een agent van de Sicherheitsdienst was. Glazenburg: “De kelners kwamen kort daarop bij Honig aan met het bericht dat zij de ‘Engelsman’ vermoord hadden en zijn lijk in het water hadden gegooid. Zij eischten nu zwijggeld van Honig! Dit werd dus de reinste chantage. Honig twijfelde ook weer aan de juistheid van dit verhaal.”

Evert Honig (Zaanlands Lyceum).

“Zij eischten nu zwijggeld van Honig! Dit werd dus de reinste chantage.”

Hilko Glazenburg in 1947

Het was al te laat. In april 1941 arresteerden de Duitsers Evert Honig en tientallen andere leden van wat de geschiedenis in zou gaan als de Stijkelgroep. Op 4 juni 1943 vonden 32 leden na een showproces in Berlijn-Tegel de dood voor het vuurpeloton. Naast Evert Honig stierven die dag twee andere Bijenkorf-medewerkers: Jan Groot en Piet Smit. Het Honigverzet bleef dus niet beperkt tot de directie, al had die er wel een belangrijk aandeel in.

Gedenksteen bij de Honigfabriek in Koog aan de Zaan.

Pamflet

Cornelis Johan (‘Kees’) Honig roerde zich op een andere manier. Zich storend aan de toenemende uitsluiting van joden schreef hij met enkele anderen een pamflet waarin hij winkeliers en restauranthouders opriep om te weigeren de verplichte mededeling ‘Joden niet gewenst’ achter het raam te hangen en zich niet te laten gebruiken als werktuig van de vijand.

De doopgezinde Zaanse socialist Cor Inja reisde het land af om geld in te zamelen, joodse kinderen naar veilige plekken te brengen en schuiladressen voor vervolgden te regelen. Vanaf 1943 stuurde hij via de Werkgemeenschap van Doopsgezinden en Geestverwanten duizenden levensmiddelenpakketten naar concentratiekampen in binnen- en buitenland. In zijn dagboek noteerde hij vooral veel geld en goederen te ontvangen van de firma’s Verkade en Honig. Hij had daartoe regelmatig contact met George en Kees Honig, bij wie hij ‘nooit tevergeefs aanklopte’.

Kees Honig, 1938 (Gemeentearchief Zaanstad).

De sociale betrokkenheid van Kees Honig was al voor de oorlog zichtbaar. In de jaren dertig keerde hij zich zowel tegen het stalinisme als het opkomende fascisme. Toen in november 1940 de razend populaire Nederlandse Unie naar zijn zin te veel begrip toonde voor het Nationaal Front zegde hij zijn Unielidmaatschap op. Liever de Nederlandse Unie ontbinden, vond hij, dan toenadering zoeken tot de tegenpartij. Hij weigerde financieel bij te dragen aan de nationaalsocialistische steunorganisatie Winterhulp. Pas toen zijn zwager hem waarschuwde dat Meindert en George Honig het risico liepen om in het concentratiekamp te belanden, ging hij overstag. Maar hij verleende vooral op eigen houtje hulp aan mensen die het nodig hadden.

Meindert Honig

Kees’ broer Meindert was aanvankelijk onder de indruk van de nationaalsocialistische beginselen. De door de NSB gewenste overheidsmaatregelen, de politieke geestdrift in Duitsland en Italië en het Nationaal Front-idee om Vlaanderen bij Nederland te voegen, spraken hem aan. Maar toen het er tussen 1940 en 1945 op aan kwam, verborg Meindert Honig onderduikers in zijn huis en deed hij het uiterste om zijn neef Evert uit de gevangenis te krijgen.

George Honig

Door George Nicolaas Honig (1905-1974) nagelaten artikelen uit zijn oorlogscollectie, zoals zijn BS-helm, officiersriem, BS-handleiding voor wapens en springstoffen en een gedropt Welfare-blik met kaakjes (ww2museum.eu).

De Bijenkorf schonk voor de oorlog 37.000 gulden om met een aantal andere Zaanse fabrieken luchtafweergeschut te kunnen kopen en dat beschikbaar te stellen voor de landsverdediging. In mei 1940 diende George Honig als korporaal bij het Vrijwillig Landstormkorps Luchtafweerdienst en bemande hij met anderen het afweergeschut in de Kalverpolder. Bekend is ook dat George vijf jaar later lid was van de Binnenlandse Strijdkrachten en in de Hongerwinter maaltijden verzorgde voor hulpbehoevenden. Hij zou twee joodse onderduikers hebben gehuisvest. De Bijenkorfdirectie stelde verder 25.000 gulden beschikbaar voor het vrijkopen van terdoodveroordeelden en leende 100.000 gulden aan het Nationaal Steunfonds, de ‘bankier van het verzet’.

Stijfselfabriek De Bijenkorf, 1938 (Gemeentearchief Zaanstad).

Ook Everts weduwe Agnes Anna Catharina Honig-Klinkenberg liet zich niet onbetuigd. Driekwart eeuw na de bevrijding ontdekte een bewoner van Ons Huis in Koog aan de Zaan – Lagedijk 33 – een luik in de vloer van de zolderverdieping. Eronder bleek zich een ruimte te bevinden die net groot genoeg was om één persoon te herbergen. In de schuilplaats lag, naast wat oud gereedschap, een leeg sigarettenpakje, merk Miss Blanche. Een oorlogssouvenir, afkomstig van een geallieerde vliegenier die bij Agnes Honig was ondergedoken?

Betty Jane

Na de arrestatie van haar man in 1941 gaf Agnes namelijk heimelijk onderdak aan neergehaalde bemanningsleden van Engelse of Amerikaanse vliegtuigen. Hun namen zijn niet overgeleverd, maar denkelijk betreft het vliegeniers van de Betty Jane. De bemanning sprong op 11 september 1944 uit deze aangeschoten bommenwerper en werd daarna op verschillende Zaanse adressen ondergebracht, onder meer in Koog aan de Zaan. Wellicht ook op de zolder van Lagedijk 33, waar Agnes Honig enkele schuilplaatsen had laten bouwen. Dochter Ineke, geboren in 1939, herinnerde zich driekwart eeuw later dat ‘sommige van de piloten die bij ons in huis waren geweest aan mij Engelse kinderboeken stuurden. En zo leerde ik mijn eerste nursery rhymes en gedichten.”

Lagedijk 33 voor de oorlog (Gemeentearchief Zaanstad).

“A narrow escape.”

Jack Verhagen in zijn oorlogsdagboek

Het verzet van de weduwe Honig bleef niet beperkt tot het verlenen van onderdak aan vliegeniers. Op 9 maart 1945 werd de enige nog niet opgerolde illegale zender van gewest XI – Noord-Holland Noorderkwartier- om veiligheidsredenen verhuisd van Wormerveer naar huize Honig. De man die de zender bediende, Jack Verhagen, was daar al ondergedoken sinds 17 februari. “[Mede-marconist Jan] Zandbergen en ik spannen daar ’s nachts een antenne, die dwars over de straat moest lopen”, memoreerde Jack Verhagen. “Het toppunt van de spanning wordt bereikt als Jan aan de overzijde van de straat staat en ik in de tuin van Agnes met de antenne in mijn hand. Een moffenpatrouille nadert en ik zie nog juist kans om de draad strak te trekken, zodat de patrouille er onderdoor kan. Jan weet zich in het stikdonker goed te verbergen en ik ben tussen de bomen ook onzichtbaar. A narrow escape.”

Peilauto’s

De vijandige soldaten hadden niets in de gaten, het zenden kon beginnen. Verhagen: “Op 31 maart in Koog a/d Zaan maak ik de eerste verbinding met G[ewest] 18 [in het al bevrijde Eindhoven]. De bedreiging door vijandelijke peilauto’s houdt aan, doch door aanhoudend de afspraaktijden te verwisselen krijgen de Duitsers niet voldoende vat op ons. Het Duitse peilstation in kasteel Marquette bij Heemskerk wordt op ons verzoek door de RAF gebombardeerd en tevens worden aldaar enige radiowagens stukgeschoten.”

Jan Zandbergen (links) en Jack Verhagen bij hun zender, 1945.

Jack Verhagen in een dagboeknotitie van 14 april: “Vanmiddag een gesprek met Agnes. Zij vindt het bezwaarlijk om vanuit haar huis te blijven seinen. Er logeren hier kinderen, er is dienstpersoneel en die worden allen aan gevaar blootgesteld, zonder dat zij het beseffen. Ik beloof haar naar een ander adres te laten uitzien.” Een week later verhuisde de zender voor de laatste maal in bezettingstijd, dit keer naar de leegstaande Phoenixfabriek aan de Oostzijde in Zaandam.

Noodorganisatie

Agnes Honig kon zich weer volledig richten op een andere clandestiene bezigheid. Ze was in het najaar van 1944 toegetreden tot de Noodorganisatie, die mensen die niet in staat waren om op hongertocht te gaan van voedsel voorzag. Ook dat liep goed af.
Kort na de bevrijding gaf ze haar woning weg aan de Koogse gemeenschap, opdat er een buurthuis kon worden gevestigd. Lagedijk 33 zou tientallen jaren als zodanig blijven functioneren. Agnes verhuisde met dochter Ineke naar Bergen, waar ze in 1948 hertrouwde met Cornelis Lambertus Koster. Met hem kreeg ze nog twee kinderen. Ze overleed in 1998 in Zwitserland, tachtig jaar oud. Schuin tegenover haar voormalige woning hangen enkele plaquettes die herinneren aan de turbulente oorlogsgebeurtenissen in en rond de Honigfabriek.

De Kift

De Koger band De Kift is momenteel bezig met het maken van een documentairereeks waarin Lagedijk 33, haar thuisbasis, een belangrijke rol speelt. De jaren 1940-’45 komen daarin ook aan bod. De filmpremière vindt plaats in 2022.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en dit wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

ValutaBedrag





1 gedachte over “De Honigdirectie in opstand”

  1. Ik heb Ineke Honig destijds tijdens een 4 mei herdenkings bijeenkomst op de ere-begraafplaats in den Haag ontmoet. Mijn vader, Pieter Adrianus Smit, kon heel goed tekenen en maakte tekeningen van Duitse militaire objecten. In de gevangenis heeft hij veel getekend en opstellen geschreven. Na de oorlog hebben wij dat materiaal teruggekregen.
    Het is recentelijk geschonken aan het Zaans Museum.
    Mijn naam is Nanne Smit

    Beantwoorden

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.