46 Zaanse oorlogsmonumenten (plus nog 27)

Op de onvolprezen website Monumenten Spreken valt te lezen dat ‘in de Zaanstreek 28 oorlogsmonumenten te vinden’ zijn. Dat is te bescheiden; het zijn er minimaal 18 meer. En dan bestaan er ook nog tientallen monumenten elders in Nederland die herinneren aan Zaanse oorlogsslachtoffers en -gebeurtenissen. Hieronder een overzicht, in alfabetische volgorde. Aanvullingen zijn welkom via info@schaapschrijft.nl.

Assendelft

  • Dorpsstraat 370 

Het oude gemeentehuis van Assendelft herbergt een in 1947 gemaakte houten oorlogsherinnering. Op de bovenrand staat de tekst “Opdat wij niet vergeten.” Onderaan vermeldt de lijst zestien namen ‘ter nagedachtenis der inwoners van Assendelft die [in] 1940-45 vielen door oorlogsgeweld en terreur’. Een vogel en een paard completeren het houtsnijwerk.

  • Dorpsstraat 570

Op het kerkhof achter de Sint Odulphuskerk is een gedenksteen te vinden met de namen van zes buiten Assendelft gestorven mannen. Van hen is alleen Eduard Philippus Buijck in zijn woonplaats ter aarde gesteld, hoewel hij in 1944 stierf in het Duitse Brandenburg. Theodorus Rijkhoff werd geëxecuteerd, omdat hij deelnam aan de April-meistaking van 1943, Klaas Winter was betrokken bij de hulpverlening aan joodse onderduikers.

  • Dorpsstraat 570

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Met dit monument in de tuin van de Sint Odulphuskerk worden de inwoners van Assendelft herdacht die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op een ingemetselde steen zijn hun namen vermeld, in totaal zestien personen, plus de zin “Een wereld zonder geheugen, heeft geen toekomst.” De achterliggende, door Bert Neelen ontworpen roestvrijstalen sculptuur is verdeeld in vijf vlakken die de oorlogsjaren symboliseren.             

                                                                                        Koog aan de Zaan

  • Koogerpark, Hoogstraat 46

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Op de verticale gedenksteen in het park staan de namen van zestien omgekomen verzetsstrijders. De meesten werkten met elkaar samen, in de zogenoemde Stijkelgroep (zes personen), de ‘wilde’ verzetsgroep Koog-Bloemwijk (drie) en het illegale Zaanse drukkersnetwerk (twee). Dit monument werd al op 5 mei 1946 onthuld, na een collecte in Koog aan de Zaan en Zaandijk.

  • Lagedijk 5

Foto: Doopsgezinde gemeente

Naast de kantine van Tate&Lyle (destijds Stijfselmakerij De Bijenkorf) en in kopie op de Lagedijk hangt een plaquette voor directeur Evert Honig, constructeur Piet Smit en boekhouder Jan Groot. Ze namen deel aan een van Nederlands eerste verzetsorganisaties, door de nazi’s Stijkelgroep genoemd. Door verraad belandden de meeste deelnemers al snel in gevangenschap. Veel leden van de Stijkelgroep zijn op 4 juni 1943 in de buurt van Berlijn doodgeschoten.

  • Provincialeweg, ter hoogte van Breedweer

Dit gedenkzuiltje is na de bevrijding in de wegberm tussen NS-station Koog-Bloemwijk en de Mallegatsloot geplaatst als herinnering aan de vliegtuigbom die daar in september 1940 neerkwam. De blindganger werd in juni 2002 onklaar gemaakt, waarna het weggezakte herinneringspaaltje in ere werd hersteld. Dat duurde niet lang: een grasmaaier maakte een eind aan het monumentje. Sindsdien liggen de brokstukken op de gemeentewerf in Zaanstad, in afwachting van herstel en een derde herrijzenis.

  • Schipperslaan 15

Foto: Gedenkboek P.M. Duyvis

Jacobus (‘Ko’) Goris was SDAP-raadslid in zijn woonplaats Zaandam en magazijnmeester bij de Koogse machinefabriek P.M. Duyvis en Co. Als fervent tegenstander van het fascisme verspreidde hij onder meer illegale periodieken als Het Parool en Paraat. Dat ging goed tot 27 januari 1945, toen Landwachters hem na spertijd betrapten met exemplaren van het ondergrondse blad Strijd. Op 12 maart werd hij met 35 andere Todeskandidaten als represaille in Amsterdam gefusilleerd. Een plaquette bij zijn voormalige werkgever herinnerde of herinnert -dat is niet duidelijk- aan deze verzetsman.

  • Wezelstraat 7

Jan Groot wordt niet alleen geëerd op het monument in het Koogerpark en op de plaquette bij Tate&Lyle, maar ook middels een gedenkplaat bij korfbalvereniging KZ. Hij was daar namelijk voorzitter. Ieder jaar wordt er op 4 mei even stilgestaan bij zijn dood voor het vuurpeloton, op 4 juni 1943 om zes over tien in het Duitse Tegel.

                                                                               Krommenie

  • H.D. Arinkplein

Foto: De Orkaan

Met de voortijdig gekapte herdenkingsboom verdween in maart 2014 ook het bijbehorende gedenkplaatje uit de Krommenieër Weverstraat. Boom en plaatje stonden daar al bijna zestig jaar. Op het H.D. Arinkplein werd -weer bij een boom- een nieuwe plek gevonden voor de herinnering met de tekst “Herdenking bevrijding 5 mei 1945-1955.” De onthulling vond plaats in 2016.

  • Saendelverlaan

Foto: J. Berghuis

Op 23 februari 2007 onthulden vier mensen uit evenveel generaties de gedenkplaat met de naam van Jan Brasser. Deze communistische verzetsman gaf in het laatste oorlogsjaar leiding aan het gewapend verzet van de Binnenlandse Strijdkrachten in Noord-Hollands Noorderkwartier. De van Uitgeest naar Krommenie getrokken Brasser hield zich vooral bezig met sabotage en liquidaties. Hoewel de Duitsers fanatiek naar hem op zoek waren, kwam hij heelhuids door de oorlog. De naar hem genoemde tunnel, met daarin het monument, bevindt zich onder de Provincialeweg.

  • Zuiderhoofdstraat, naast nummer 141

Foto: Wikipedia

De April-meistaking van 1943 vond in de Zaanstreek weinig weerklank, maar wel bij de Vereenigde Blikfabrieken in Krommenie. Uit protest tegen het plan om 300.000 voormalige Nederlandse militairen in het kader van de Arbeitseinsatz af te voeren naar Duitsland legden honderden Verblifa-arbeiders het werk neer. Op 1 mei namen de Duitsers wraak. Ze pakten dertien werknemers op, van wie er vier werden geëxecuteerd. De anderen belandden in het concentratiekamp. Slechts vier stakers zouden de ontberingen overleven. Kort na de oorlog werd ter nagedachtenis dit monument opgericht.

  • Zuiderhoofdstraat, naast nummer 151

Foto: Wikipedia

Arie van den Bergs Ad perpetuam rei memoriam kreeg in 1952 een plek aan de zijkant van de Nicolaaskerk, naast het voormalige gemeentehuis. Het natuurstenen reliëf van drie vrouwen die gebukt gaan onder een balk en worden vergezeld door twee kinderen en twee vogels staat voor de last die een groot deel van de Nederlandse bevolking tussen 1940 en 1945 moest dragen.

Oostzaan

  • Kerkbuurt 12

Foto: Anton van Daal

In de Grote Kerk van Oostzaan hangt een marmeren plaat die herinnert aan de klokkenroof door de bezettingsmacht. In 1943 lieten de nazi’s in heel Nederland kerkklokken naar beneden takelen. Ze waren bestemd voor de Duitse smeltovens. De legering van de klokken was bij uitstek geschikt om er kanonnen van te gieten. Het ingehuurde Limburgse aannemersbedrijf van Peter Meulenberg haalde in totaal 6700 klokken op. Pas drie jaar na de oorlog kon er een vervangend exemplaar in de toren worden gehesen.

  • Kerkplein 1

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Het monument op het Kerkplein refeert aan de Tweede Wereldoorlog en -algemener- aan de mensen die vervolgd werden op grond van ras of geloof. Het ontwerp van Roel Bentink werd onthuld op 4 mei 1978. Aanleiding voor de plaatsing was de gewelddadige dood van de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsstrijder Steve Biko. De stoel en het muurtje symboliseren de eenzaamheid, het mozaïek een gevangeniskoepel en de vogel de geketende vrijheid. De plaquettetekst luidt: “Waar recht tot onrecht wordt, wordt verzet een plicht.” Een tweede tekst herinnert aan Nanne Zwiep, de verzetsdominee die van 1924 tot 1927 in Oostzaan preekte en op 24 november 1942 omkwam in Dachau.

  • Hannie Schaftplein 1

Foto: Anjo Kan

Beeldhouwster Truus Menger maakte het eerbetoon aan haar medestrijdster en vriendin Hannie Schaft. Hannies vader was een Oostzaner en als kind kwam ‘het meisje met het rode haar’ regelmatig in het dorp. Op de tekst onder de plaquette staat dat Hannie Schaft op 23-jarige leeftijd werd gefusilleerd. In werkelijkheid was ze een jaar ouder toen ze op 17 april 1945 een gewelddadige dood vond in de duinen bij Bloemendaal.

Wormer

  • Dorpsstraat 187

Foto: Wikipedia

In een steeg naast de op dit adres gevestigde weverij M. Koster & Co. stierf op 29 november 1944 Jan Kuijper. De Wormer badmeester was de communistische spil van het dorpsverzet. Hij werd neergeschoten toen de Duitsers hem aanzagen voor een vluchtende onderduiker die een soortgelijke jas aanhad. Op 10 mei 1945 werd op deze plek een monumentje voor Kuijper onthuld. Het maakte later plaats voor een aan hem gewijde plaquette.

  • Jan Houtmanhof/Kees Jongensstraat

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Op het zogeheten Ketelhuisterrein staat een monument voor acht verzetsstrijders uit Wormer. Hun namen staan op de zuilen. Het betreft Jan Albert Allan, Wilhelmus Binken, Jan van Hinte, Jan Houtman, Cornelis Jongens, Johannes Kamp, Willem van de Kappelle en Jan Kuijper. Het keramiek op beton werd in 1989 gemaakt door de kunstenaars Reinier den Adel en Klaas de Boer.

  • Zaandammerstraat/Dorpsstraat

Foto: Wikipedia

Dat de namen van de Wormer oorlogsslachtoffers pas 54 jaar na de bevrijding het monument bij de Zaandammerstraat vulden, had alles te maken met de tijdgeest. Het betonnen eerbetoon verrees al enkele jaren na de oorlog. Maar omdat een aantal van de gevallenen in het dorp communist was, werd er simpelweg niemand op gezet. Het duurde tot 1999 voor er alsnog vijftien in brons gezette namen op het herdenkingsmonument kwamen, een initiatief van de toenmalige burgemeester. In mei 2000 volgde de officiële onthulling.

Wormerveer

  • Provincialeweg, tegenover Nagtegaalkade

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Op 14 april 1945 werd onder leiding van Jan Brasser een spoorbrug in Wormerveer opgeblazen, in een poging troepentransporten naar Den Helder te vertragen. Als represaille schoten de Duitsers een dag later naast de Provincialeweg zeven uit Amsterdam opgehaalde gevangenen dood. Een op die plek geplaatst stenen monument vermeldt hun namen.

 

 

  • Zaandijkerweg/Zuideinde

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Nadat het gewapend verzet op 15 december 1944 op de Zaan een met geroofde machines van papierfabriek De Eendracht gevulde Rijnaak tot zinken bracht, executeerden de Duitsers vijf mannen die niets met het voorval te maken hadden. Hun namen staan vlakbij de plek van de aanslag op een bronzen gedenkplaat.

  • Zaanweg, tegenover Stationsstraat

Foto: Wikipedia

Het aan de oever van de Zaan geplaatste witstenen monument met de naam ‘Vrouwe Justitia’ herinnert aan ‘hen die vielen 1940-1945’. Het werd in 1949 onthuld. Dit symbool van rechtvaardigheid staat aan het eind van de Stationsstraat, waar in de oorlog een overval door het verzet plaatsvond op het gemeentehuis en waar een geallieerde vliegtuigaanval op het station slachtoffers maakte.

 

  • Zaanweg, tegenover 86

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Op 11 oktober 1944 werden op deze plek aan de Zaanoever vijf mannen gefusilleerd. Het was een wraakactie vanwege een dodelijke aanslag op de ‘foute’ politiecommandant Jan Willem Bouwens, vier dagen eerder. De slachtoffers waren vier niet-Zaankanters en één Wormerveerder. Ze waren geen van allen betrokken bij de liquidatie van de SS’er. 

 

 

 

  • Locatie onbekend

Ergens in Wormerveer, onbekend is waar, hing of hangt deze gedenkplaat met de namen van drie voortijdig gestorven mannen. Het betreft Hendrikus ten Napel (Wormerveer, 28-4-1923/Schwesing-Engelsbrug, 27-11-1944), Jan Arend Grobbe (Alphen aan de Rijn, 18-2-1917/Westerbork, 12-10-1944) en Willem de Jong (Wormerveer, 18-4-1922/Zaandam, 5-10-1945).

 

Zaandam

  • Harenmakersstraat 17

Foto: H. Homma

In september 2017 werd bij de Harenmakersstraat 17 een bewerkte tegel onthuld die herinnert aan de Februaristaking. Op dit woonadres werd in de nacht van 25 op 26 februari 1941 het pamflet gestencild waarin CPN-leden de Zaanse bevolking opriepen om het werk neer te leggen uit protest tegen de jodenvervolging. Minstens vijftienduizend mensen gaven daaraan gehoor, wat het maakte tot de grootste Zaanse staking ooit.

  • G.L. Jambroesstraat 6/hoek W. Brinkmanstraat

De straten in een van de eerste naoorlogse Zaandamse buurtjes zijn vernoemd naar zes lokale verzetsstrijders die de oorlog niet overleefden. Op de hoek van de George Louis Jambroesstraat (een slachtoffer van het Englandspiel) en de Willem Brinkmanstraat (een provinciaal leider van de Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers) is sinds 1950 een gevelsteen zichtbaar die herinnert aan de jaren 1940-1945.

  • Kalf 162

Foto: Anton van Daal

Bij de Maria Magdalenakerk staat een ‘aan Christus Koning’ gewijd stenen monumentje met als opschrift: “Geschonken krachtens een belofte op 10 dec. 1944 door de dankbare parochianen van ‘t Kalf voor redding uit den nood van den oorlog 1940-1945.”

  • Kapelaan Gerrit Grootstraat/hoek Cor Geugjesstraat

Foto: Monumenten Spreken

Het met mozaïek aangeklede torentje dat decennialang de kapel van het voormalige St. Janziekenhuis sierde, veranderde gaandeweg van kunstwerk in oorlogsmonument. Ieder jaar legden de Vrienden van het Verzet er op 4 mei bloemen. Op zich begrijpelijk, zo in het hart van dit naar verzetslieden vernoemde buurtje Driekwart eeuw na de bevrijding werd de herdenkingsstatus alsnog geformaliseerd door een bordje aan het werk te bevestigen dat herinnert ‘aan de Zaanse verzetsstrijders uit WO II’.

  • Leeghwaterweg

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Op 13 september 1944 werden drie Wormerveerders en een Zaandijker naast de Leeghwaterweg gefusilleerd. Het was een represaille voor het -door anderen- verborgen houden van een groep Amerikaanse vliegeniers. Die waren twee dagen eerder boven de Zaanstreek uit hun aangeschoten bommenwerper gesprongen en met hun parachutes in de regio geland, waar het Zaanse verzet hen verborg. Het Duitse dreigement om nog meer onschuldigen te doden, maakte dat de illegaliteit de meeste vliegeniers overdroeg.

  • Oostzijde 14

Foto Anjo Kan, Wikipedia

Het voor de St. Bonifatiuskerk geplaatste stenen beeld ‘Christus Koning’ werd in 1948 onthuld en herinnert aan de parochieleden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kerk fungeerde het laatste halfjaar van de bezetting als gewestelijk hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten. Achter het orgel en het altaar lagen wapens verborgen, de kerk en pastorie werden gebruikt als illegale vergaderlocaties en de eerste edities van het vanaf 12 oktober 1944 gemaakte ondergrondse blad De Typhoon werden in de pastorie getikt en gestencild.

  • Oostzijde, tegenover 238c

Naast de Prins Bernhardbrug -door de nazi’s in de oorlog hernoemd in Troelstrabrug- staat een monument ter nagedachtenis aan de vijf Alkmaarse verzetsstrijders die op 10 maart 1945 op enkele tientallen meters van deze plek werden gefusilleerd. Het was een wraakactie voor de liquidatie van de collaborerende Zaandamse waterpolitiechef Willem Ehlhardt door het Zaanse verzet, negen dagen eerder.

  • Plantsoen van het Verzet

Foto: Wikipedia

Op 4 mei 1948 werd een monument onthuld ter nagedachtenis aan alle Zaandammers die omkwamen in de Tweede Wereldoorlog. Centraal in het plantsoen staat een door Theo van Reijn gemaakt vrouwenbeeld, getiteld ‘Bezinning’ (in de volksmond is het overigens bekender als ‘Dikke Bertha’). Op de sokkel staat, naast een reeks namen van omgekomen verzetsstrijders, de zin: “Laat hen niet vergeefs gestorven zijn.”  Van Reijn was ook de maker van het beeld op de Haarlemse Jan Gijzenkade, waarop -net als op dat in Zaandam- onder anderen Walraven van Hall wordt genoemd.

  • Plantsoen van het Verzet

In een hoekje van dit plantsoen is een bordje geschroefd met de tekst “Geertruida Pel-Groot, geb 1889. Omgekomen in concentratiekamp Ravensbrück – 1945. Zij hielp een Joods kind overleven.” Geertje Pel had ondanks haar voortijdige dood geen plek gekregen op het monument in het Plantsoen van het Verzet. Tientallen jaren later werd dit verzuim een klein beetje goedgemaakt met een inmiddels overigens wel erg armoedig aandoend plakkaatje.

  • Prins Hendrikkade/hoek Burcht

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Op 9 februari 1945 werden op de loswal tegenover de Prins Hendrikkade tien mannen gefusilleerd, allen Todeskandidaten van buiten de Zaanstreek. Het was een represaille voor de liquidatie van politieman Frans D. Willemse, vier dagen eerder. Hij werd verdacht van activiteiten tegen de illegaliteit en zou van plan zijn om een aantal lokale ondergrondse bladen uit te schakelen.

 

  • Symon Spiersweg 18

Foto: Plekker.net

In het kantoor van olie- en transportbedrijf Pieter Bon hangt een herdenkingsplaat met de namen van vier werknemers die de oorlog niet overleefden. De bronzen plaquette werd in 1952, bij de viering van het tweehonderdjarig bestaan van de toenmalige oliefactorij, aangeboden namens het personeel. De herinnering betreft Willem Vaneveld, Hendrik Jacob Weerman, Jan Dirk Hoveling en Petrus Franciscus Smits. De twee laatsten zijn op 14 september 1944 doodgeschoten in het Duitse Emden.

  • Stadhuisplein 100

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

In het gemeentehuis bevinden zich vier werken die aan de oorlog herinneren. Het eerste is een door de Stichting Voormalig Zaans Verzet 1940-1945 aangeboden drieluik dat de oorlogsdreiging symboliseert. Aan de wand -het tweede monument- hangt een penning waarmee vijftig jaar bevrijding wordt herdacht. In de hal staat een vitrine op een marmeren zuil. Daarin bevindt zich een boek met de namen van 171 omgebrachte Zaanse joden. Boven dit gedenkteken is een replica zichtbaar van het monument voor de Februaristaking.

  • Stadhuisplein 100

Foto: Gemeentearchief Zaanstad

In de raadzaal van het gemeentehuis zijn 39 namen van prominente Zaankanters te vinden, evenveel als er zetels van raadsleden zijn. Drie van de geëeerden staan bekend als verzetsstrijder: Jan Brasser, Walraven van Hall, Geertje Pel. Daaraan kan Marcus Bakker worden toegevoegd. Hij genoot bekendheid als Tweede Kamerlid, maar was vanaf eind 1943 ook actief binnen de Zaanse illegaliteit.

  • Irene Vorrinkplein

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Naast de ingang van het zogenoemde Maison d’Essence hangt een bronzen plaat met de namen van de joodse directie- en personeelsleden van geur- en smaakstoffenfabriek Polak & Schwarz die de bevrijding niet haalden. Het zijn er 22. De onthulling van het monument bij dit zwaarst getroffen Zaanse bedrijf, waar verhoudingsgewijs veel joden werkten, vond plaats op 4 mei 2003.

  • Vincent van Goghweg 42

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Op de eerste verdieping van het Zaanlands Lyceum hangt een grote plaquette met de namen van 27 oud-leerlingen en -docenten, ‘allen omgekomen tengevolge van de oorlogshandelingen in de jaren 1940-1945’. Het is een gemêleerd gezelschap: verzetsstrijders, joden, dwangarbeiders en andere slachtoffers.

 

 

 

  • Westzanerdijk 310-312

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Het monument op de joodse begraafplaats aan de voet van de Westzanerdijk herdenkt de Zaanse joden die stierven tijdens de Tweede Wereldoorlog. De begraafplaats was de enige Zaans-joodse plek die de nazi’s tijdens de bezetting ongemoeid lieten.

 

 

 

 

 

 

  • Westzijde 39

Foto: Pim Sturm, Wikipedia

Op 21 juni 1944 schakelden Hannie Schaft en Jan Bonekamp vlakbij dit adres de Zaandamse NSB-politiechef Willem Ragut uit. Schafts schot was niet onmiddellijk dodelijk, waardoor de van zijn fiets gevallen Ragut kon vuren op de naar hem toegekomen Bonekamp. Ragut stierf ter plekke, de zwaargewonde Bonekamp enkele uren later in Duitse gevangenschap. Na de oorlog werd voor beide omgekomen verzetsstrijders een monument opgericht voor het gebouw van de toenmalige Kamer van Koophandel.

  • Westzijde 42-44

Foto: eigen collectie

Op de plek waar tot 1964 het huis stond dat Walraven en Tilly van Hall met hun drie kinderen tussen 1940 en 1945 bewoonden, verrees in 2020 een klassiek ogend appartementencomplex. Het is vernoemd naar het beroep van de voormalige verzetsleider: ‘De Bankier’. Op de noordelijke zijgevel prijkt een in baksteen vormgegeven citaat. Het is afkomstig van Marie Boissevain, een ver familielid dat als medewerkster bij de Binnenlandse Strijdkrachten met Van Hall samenwerkte: “Als Wally binnenkwam, was iedereen in vijf minuten gelukkig.”

  • Westzijde 75

Screenshot De Orkaan

De Zaandamse dominee Jan Eikema preekte in de Bullekerk en liet daarbij nauwelijks omfloerst weten hoeveel moeite hij had met de bezetter. Dat, plus zijn hulp bij het zenden van illegale boodschappen naar Londen, was aanleiding om hem in februari 2021 te eren met een plaquette. Die heeft een plek gekregen in de Westzijderkerk, zoals de Bullekerk officieel heet.

 

  • Westzijde 80

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Aan een binnenmuur van de Doopsgezinde Vermaning hangt een gedenkplaat voor Geertruida (‘Geertje’) Pel-Groot. Zij verborg in haar woning in de Prins Hendrikstraat een joodse baby, Marion Swaab, maar werd verraden en op 20 februari 1945 in Ravensbrück vergast. De ijlings elders ondergebrachte Marion overleefde de oorlog wel, omdat een van Pels dochters haar op tijd in veiligheid bracht.

 

  • Wilhelminabrug

Foto: Wikipedia

Beeldhouwster/oud-verzetsstrijdster Truus Menger maakte in de Zaanstreek niet alleen een herinnering aan haar vriendin Hannie Schaft -in Oostzaan-, maar ook een beeldengroep die de Februaristaking van 1941 symboliseert. Het monument werd in 2001 onthuld, staat naast het Zaantheater op de rand van de Wilhelminabrug en heet ‘Staakt, staakt, staakt!’.

Zaandijk

  • Tuinstraat 27

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Zowel in als buiten de voormalige lagere school De Gortershoek hangt een gedenkplaat voor oud-lerares Tieke Jansma. Zij verzorgde in haar Amsterdamse woning jarenlang twaalf joodse onderduikers. Jansma raakte echter in de Hongerwinter besmet met tyfus en stierf op 12 januari 1945, slechts 31 jaar oud.

Zaanstad

Foto: De Zuidkanter

Een gebroken lint van struikelstenen toont, verspreid over Zaanstad, waar tot hun wegvoering joodse Zaankanters woonden. De Stolpersteine liggen voor de voormalige huizen van deze Holocaustslachtoffers, in totaal ruim 180 mannen, vrouwen en kinderen. In de Europese landen die tijdens de oorlog bezet waren door de nazi’s zijn inmiddels duizenden van deze messing plaatjes in het plaveisel geplaatst. Het idee komt van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig.

Overig Nederland

Aerdenhout

  •  Bentveldsweg 102

Foto: Marlies ter Borg

Marlies ter Borg beschikt sinds de zomer van 2020 over een bronzen beeld ter ere van Walraven en Gijs van Hall. Deze verzetsbroers woonden gedurende hun jeugd in haar huis met de naam Zonnehof. Het door Frans van der Ven gemaakte beeld is getiteld “Gijs en Wally bedankt!” Links is Gijs te zien, één hand beschermend om de zuil met tientallen miljoenen verworven guldens voor het verzet en de onderduikers, de andere reikend naar zijn broer Wally. Die op zijn beurt een kind omhoog houdt, dat symbool staat voor de 150.000 mensen die het Nationaal Steunfonds -de door de Van Halls in 1943 gestichte illegale bank- hielp.

  • Meester H. Enschedeweg

Foto: Marlies ter Borg

Dit silhouet is een afgeleide van het beeld dat te vinden is op het adres Bentveldsweg 102. Het bevindt zich sinds 2020 te bij basisschool SAB. Die werd in 1924 gesticht door bankier Aat van Hall, de vader van de latere verzetsstrijders Walraven en Gijs van Hall.

Amsterdam

  • Amstelpark

Foto: Wikipedia

De 26-jarige Zaandamse magazijnbediende Jan Brand belandde op 12 maart 1945 in de gevangenis, als verdachte van een inbraak. De Sicherheitsdienst bracht hem naar de gevangenis aan de Weteringschans en plaatste hem op een lijst met Todeskandidaten. Op 31 maart werd Brand met vier anderen gefusilleerd bij de Amsteldijk, als represaille voor een schietincident bij Stompetoren, tien dagen eerder. Op fusilladeplaats Rozenoord herinneren 140 stoelen aan naar schatting evenveel doodgeschoten mannen.

  • Beursplein 5

Een paar jaar na de bevrijding bekostigden zijn oud-collega’s in het gebouw van de Effectenbeurs, zijn voormalige werkplek, een eerste herinnering aan Walraven van Hall. De tekst op de plaquette luidt: ”Gedreven door zyn groote zin voor naastenliefde gaf onze vriend Wally van Hall zijn zorgen aan het welzijn van hen, die in nood waren en bracht daarvoor het offer van zyn leven. 10 febr. 1906 12 febr. 1945.”

  • Eerste Weteringplantsoen

Foto J.M. Luijt, Wikipedia

 

Op 9 maart 1945 viel de Sicherheitsdienst een gebouw aan de Stadhouderskade binnen waar de Groep 2000 haar hoofdkwartier had. Een dag later keerden enkele leden van deze verzetsgroep er terug, waarna er een vuurgevecht ontstond. Daarbij liet SS-Hauptscharführer Ernst Wehner het leven. Als represaille executeerden de Duitsers op het Eerste Weteringplantsoen dertig gevangenen, onder wie Zaandammer Jacobus Goris. Ter plekke verrees nadien het monument ‘De gevallen hoornblazer’.

  • Frederiksplein

Foto: Wikipedia

Met een liggende bronzen boom eert de Spaanse kunstenaar Fernando Sánchez Castillo de ‘gevallen reus’ Walraven van Hall. Op de achtergrond ontspruit een nieuwe twijg, teken van hoop. Het monument staat naast De Nederlandsche Bank. Dat instituut werd door de broers Van Hall beroofd van schatkistpromessen ter waarde van tientallen miljoenen guldens. De immense buit kwam ten goede aan het verzet, onderduikers en tienduizenden stakende spoorwegbeambten.

  • Kruislaan 126

Op begraafplaats De Nieuwe Ooster staat een zuil met op de sokkel de namen van achttien geëxecuteerde mannen. Onder hen de Oostzaner Pieter van den Heuvel. Hij werd op 19 november 1942 samen met 32 anderen doodgeschoten in Soesterberg (zie aldaar). In een boekje over In de teksten over de ’33 van Soesterberg’ is alleen te vinden dat de toen 26-jarige Van den Heuvel één van de twee gefusilleerden was ‘die afzonderlijk verzetsactiviteiten hadden bedreven en niet tot enige verzetsgroep hadden behoord’. Over hem is verder weinig bekend.

  • Stationsplein 1

Foto: Wagner De Cunto, Wikipedia

Op een roodkoperen plaquette in het Amsterdamse Centraal Station staat tussen de namen van 48 andere omgekomen medewerkers van de Nederlandse Spoorwegen uit de regio ook Wormerveerder Klaas Landsman. Toen hij op 3 juli 1943 aan het werk was bij de spoorlijn bij het station van zijn woonplaats raakte de Wormerveerder gewond als gevolg van een geallieerde luchtaanval. Hij overleed vijf dagen later, 40 jaar oud.

 

  • Valeriusplein 15

In het Amsterdams Lyceum hangt een plaquette met de namen van 96 docenten en (oud-)leerlingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog om het leven kwamen. Onder hen ook de latere Zaandammer Walraven (‘Wally’) van Hall. Zijn naam en portret zijn daar tevens zichtbaar in een fotolijst waarop de meeste slachtoffers te zien zijn.

 

 

  • Hoek Van Walbeeckstraat/Antillenstraat

Tegenover de woning waar ze in de Tweede Wereldoorlog  wordt op 10 oktober 2021 een standbeeld onthuld van Jacoba van Tongeren woonde, de leidster van Verzetsgroep 2000. Op een begeleidende plaquette zijn de namen te lezen van de tweehonderd medewerkers van deze hulporganisatie voor onderduikers. Daarop staan ook de Zaandamse echtparen Cor Inja en Ellen Inja-Weijl en Anton Stam en Amy Stam-Duif vermeld. 

  • Zuideinde 443

Foto: Joods Monument Zaanstreek

Op de zijgevel van een woning aan het Zuideinde 443, hoek Jacob Honigstraat, hangt sinds 2005 een plaquette. Die herinnert aan de 75 buitenlandse vluchtelingen van joodse komaf die tussen 1933 en 1939 in Oostzaan belandden. Op dit woonadres vonden dertig van hen een tijdelijk onderdak. Veel van de genoemden werden alsnog achterhaald nadat de troepen van Hitler Nederland bezetten. Het Zuideinde en directe omgeving veranderden als gevolg van een gemeentelijke herindeling in 1966 van Oostzaans in Amsterdams grondgebied.

Castricum

  • Pad van de Mensenrechten

Foto: Rob Berkemeier, Wikipedia

Dit oorlogsmonument herinnert aan de twintig gevangenen die zijn doodgeschoten op de Provincialeweg tussen Limmen en Uitgeest, als vergelding voor aanslagen op twee Duitsers. Onder de slachtoffers was Machiel van Marle, een Zaandams KP- en BS-lid. Hij werd op 13 maart 1945 in zijn woonplaats aangehouden met documenten over ‘foute’ Zaankanters op zak. Op 6 april werd hij gefusilleerd, twee dagen voor zijn dertigste verjaardag.

Den Haag

  • Ockenburgstraat 27

Foto: Wikipedia

Op begraafplaats Westduin is een collectief monument opgericht voor de leden van de Stijkelgroep, een van Nederlands eerste verzetsorganisaties. 43 hardstenen kruizen markeren de graven waar -voor zover teruggevonden- de stoffelijke resten liggen van de omgebrachte Stijkelgroepleden. Onder hen acht Zaankanters: Jan Groot, Hendrik en Louise Ero, Jan van Hinte, Jan Neuteboom, Pieter Smit, Dick de Vries en Evert Honig.

Diemen

  • Muiderstraatweg, tegenover 61

Oostzaner Hendrik Cornelis Swart (1917) werd op 6 januari 1945 met vier andere mannen in Diemen gefusilleerd. Het was een wraakneming voor een door de illegaliteit uitgevoerde bomaaanslag op de spoorlijn Amsterdam-Hilversum. Opvallend is dat ook Petrus M. Pijpers en Marinus Smit op het monument vermeld staan. Zij waren geen verzetsdeelnemers. Pijpers was lid van de NSB en werkte voor het Nationalsozialistisches Kraftfahrerkorps. Ook Smit was NSKK-chauffeur. Hij pleegde bovendien ten eigen bate overvallen op burgers. Ook OD-lid Henk Swart zou begin januari 1945 een overval hebben gepleegd, op een Oostzaanse veehouder, waarna hem arrestatie en executie wachtte.   

Haarlem

  • Jan Gijzenkade

Foto: Anton van Daal

Aan de Haarlemse Jan Gijzenkade staat sinds 1950 een in Franse kalksteen uitgehouwen beeldengroep. Theo van Reijn heeft een knielende man en vrouw gecreëerd die samen een krans neerleggen. Op het voetstuk staat de bijbeltekst: “En nu blijft geloof hoop en liefde deze drie doch de meeste van deze is de liefde.” Het beeld herinnert aan het drama dat zich 25 meter verderop afspeelde, op 12 februari 1945. Als represaille voor een schietpartij met dodelijke afloop door een roofbende werden die dag acht Todeskandidaten uit hun cellen aan de Weteringschans gehaald en op de Jan Gijzenkade gefusilleerd. Onder wie Walraven van Hall, die twee dagen eerder zijn 39-ste verjaardag beleefde. Zijn laatste woorden waren voor zijn echtgenote: “Ik denk aan je, Tilly.”

Hierden

  • Zuiderzeestraatweg 199

Foto: Carel van der Linde

Aan de zijkant van het Hierdense kasteel De Essenburgh hangt een plaquette waarop de bewoners worden genoemd die daar gedurende en kort na de Tweede Wereldoorlog hun dagen sleten. Het was een bont gezelschap. Tussen ‘Duitse Wehrmacht’ en ‘Herman Göring Divisie’ staat daar de tekst ‘Bejaarden uit de Zaanstreek’. Wie die senioren waren en waarom ze tijdens de oorlog in dit Gelderse Veluwedorp verbleven, is vooralsnog een raadsel.

Markelo

  • Bergweg 44

Foto: Wikipedia

Tussen de namen op dit in 1946 onthulde oorlogsmonument staat ook Geert Schoonman. De Zaandammer kwam in 1943 bij de Knokploeg-Enschede terecht, die tientallen gewapende acties uitvoerde. In oktober 1944 werd hij gearresteerd en kort daarna doodgeschoten. Schoonman ligt overigens begraven in Zaandam.

 

Obdam

  • Burgemeester Dekkerstraat 3

Een ingemetselde plaquette van wit natuursteen vormt de blijvende herinnering aan Johan Dirk Antoon Hellema (1896-1945). Deze Zaandamse papierwarenfabrikant vervoerde onder meer wapens in een schip met een dubbele bodem. Op 10 februari 1945 werd hij met enkele verzetskameraden gearresteerd en opgesloten in het gemeentehuis van Obdam. Een ontsnappingspoging daaruit werd Hellema fataal; een schot in het hoofd bezegelde zijn dood.

Overveen

  • Stoopplein 7

Foto: Frans van der Ven

Sinds 2020 liggen er in de tuin van het Kennemer Lyceum twee zogenoemde ‘granieten dijkjes’ met daarop afgebeeld de geschiedenis van het Nationaal Steunfonds. In het verhaal zijn onder anderen de Zaandamse vrienden Walraven van Hall en Jaap Buijs te zien. Van Hall was een leerling van deze middelbare school. Marlies ter Borg uit Aerdenhout (zie aldaar) maakte dit monument mogelijk.

Sliedrecht

  • Thorbeckelaan 10

Foto: Wikipedia

Zaandammer Jan Sint (1914) werkte als soldaat bij het Rode Kruis. Op 11 mei 1940 liep de Actinia, het schip waarmee hij en zijn collega’s gewonden zouden vervoeren, bij Werkendam op een magnetische mijn die even eerder was afgeworpen door een Duitse vliegtuig. De namen van de dodelijke slachtoffers van dde explosie, onder wie Sint, vullen sinds 1941 een gedenksteen van het Rode Kruis op de begraafplaats in Sliedrecht.

 

 

  Soesterberg

  • Verlengde Paltzerweg 3

Het ‘Monument voor Gefusilleerde Verzetsmensen’ bij het Nationaal Defensiemuseum bevat de namen van 33 mannen die op 19 november 1942 zijn doodgeschoten. Onder hen Pieter van den Heuvel. Uit het boek De drieëndertig van Soesterberg: “Hij woonde te Oostzaan en was actief in het plegen van verzetsdaden, doch behoorde niet tot een plaatselijke verzetsorganisatie. Zijn arrestatie, waarvan de datum ons onbekend gebleven is, heeft niet in zijn woonplaats plaatsgevonden.” Veel meer is er niet over Van den Heuvel bekend.

Urk

  • Monumentenlaan

Foto: B. de Vries, Wikipedia

Dat Harm Hendrik Gerssen (1912) vermeld staat op het in 1946 geplaatste Monument voor de Gevallen Urkers komt doordat deze in 1932 naar Koog aan de Zaan verhuisde visverkoper geboren en getogen was in Urk. In de Zaanstreek werd hij actief binnen de ‘wilde’ verzetsgroep Koog-Bloemwijk. Vanaf de zomer van 1943 was die verantwoordelijk voor meerdere sabotages en aanslagen op ‘foute’ personen. De Sicherheitspolizei wist de groep te infiltreren. Dat leidde tot meerdere arrestaties. Gerssen en zes andere groepsleden werden op 23 februari 1944 gefusilleerd in de duinen bij Overveen.

Utrecht

  • Maliebaanstation 16

Foto: Spoorwegmuseum

Op 5 februari 1948 werd in het Wormerveerse treinstation een bronzen gedenkplaatje onthuld voor de plaatselijke spoorwegmedewerker Klaas Landsman, die vijf jaar eerder tijdens het werk omkwam bij een luchtaanval. Zijn naam is ook te vinden op NS-monumenten in Amsterdam en Utrecht (zie aldaar). Het monumentje verhuisde op enig moment naar het Spoorwegmuseum, waar het sindsdien in de opslag ligt.

  • Moreelsepark 1

Foto: Wikipedia

Het ‘Monument voor Gevallen Spoorwegpersoneel’ bevat 477 namen, onder wie Wormerveerder Klaas Landsman (zie hiervoor). Het bestaat uit een vier meter hoge, in Franse kalksteen uitgehakte beeldengroep met twee mannen, twee vrouwen en een kind. Aan de voorzijde staat een gedicht van Hendrik de Vries: “Aan hen die nimmer bukten/’t geheim en hecht verbond/van wrekers der verdrukten/voor wie geen recht bestond./Der weerloos weggerukten/gekwelden en gesarden/waar zoveel wachtensmoeden/in rouw en vrees verstarden./Wat slagen ook mislukten/wat makkers wreed verbloedden./Zij streden en volhardden.”

Velsen

  • Wenckebachstraat

Foto: Noord-Hollands Archief

Het plantsoen voor het oorlogsmonument van de voormalige Hoogovens is sinds 4 mei 2021 vernoemd naar de Krommenieër verzetsleider Jan ‘Witte Ko’ Brasser. Deze aanvoerder van het gewapend verzet in Noord-Hollands Noorderkwartier werkte, voor hij noodgedwongen onderdook, bij de Hoogovens in IJmuiden. Na de bevrijding was hij daar vanwege zijn communistische ideeën niet meer welkom. Tata Steel, de ‘erfgenaam’ van Hoogovens, besloot in 2021 tot eerherstel door het creëren van het Jan Brasserplantsoen.

Vught

  • Lunettenlaan 600

Foto: Daan Noske, Wikipedia

Het in 1947 onthulde monument op de voormalige fusilladeplaats van kamp Vught bevat 329 namen van mannen die hier zijn doodgeschoten. Onder hen drie Zaandamse verzetsstrijders: Albert Huisman, Cornelis van Vugt en Josephus Swolfs. Zij waren het slachtoffer van hun plaatsgenoot Franci de Munck-Siffels, die de Sicherheitsdienst in november 1943 tientallen namen en adressen verschafte van (al dan niet vermeende) communistische illegalen.

Zutphen

  • Marspoortstraat 1/hoek IJsselkade

Walraven van Hall was tot 1940 bankdirecteur in Zutphen, zijn woonplaats van destijds. Op zijn toenmalige werkplek bij Oyens en Van Eeghen wordt in 2021 een plaquette aangebracht die aan hem herinnert. 


Waardeer dit artikel

De content op deze website is in en uit principe gratis, maar het maken ervan kost wel geld. Vond je het de moeite waard? Laat het blijken met een kleine bijdrage en help bij het mogelijk maken van onafhankelijke artikelen.

Bedrag



Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag



Nu uit: ‘Bekanntmachung / Bekendmaking’

Nederland werd tussen 1940 en 1945 volgeplakt met overheidsaffiches. De bezettingsmacht maakte zijn bedoelingen duidelijk met een niet aflatende stroom aanwijzingen, verordeningen en bekendmakingen. Tussen de regels kon de bevolking lezen hoe de oorlog verliep. In 1940 was er meestal nog sprake van zachte drang, maar gedurende de tweede oorlogshelft nam het aantal genadeloze bevelen snel toe. Honderden opeenvolgende nazistische muurbiljetten koppelden een mengeling van ge- en verboden aan straffen voor overtreders. Hoe ernstiger de tekst en zwaarder de sancties, hoe moeilijker het regime standhield.

Het boek Bekanntmachung/Bekendmaking. Het nazisme in affichevorm (1940-1945) bevat een selectie van vijftig affiches die tijdens de Tweede Wereldoorlog de Zaanstreek kleurden. In deze regio kwam alles samen. Hier vond zowel de Februaristaking (1941) als de April-meistaking (1943) en de Spoorwegstaking (1944/’45) plaats, die de bezetter dwongen tot felle tegenacties. Zaandam was begin 1942 de eerste gemeente die ‘Judenrein’ werd gemaakt. De machthebbers waren gebeten op de socialistische Zaanstreek, waar nogal wat weerstand tegen de bezetter leefde. Het gewapend verzet liquideerde er bovengemiddeld veel (vermeende) collaborateurs, met dodelijke represailles tot gevolg. En de Hongerwinter hield flink huis aan de boorden van de Zaan.

Al deze en nog veel meer gebeurtenissen komen terug op de posters van het dictatoriale bewind. Ze zijn exemplarisch voor heel Nederland en geven de repressie weer die vijf jaar lang het dagelijks leven bepaalde. In de begeleidende tekst wordt, met de affiches als leidraad, het oorlogsverloop verteld.

Bekanntmachung/Bekendmaking. Het nazisme in affichevorm (1940-1945) is verkrijgbaar via elke boekhandel. De prijs bedraagt €16,95.

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag



Hier en daar een monumentaal missertje

De argeloze passant zal het niet snel opvallen, maar wanneer u al dan niet toevallig langs een Zaans oorlogsmonument loopt, kijk dan eens nauwkeurig naar de begeleidende tekst. Die zou zomaar een missertje kunnen bevatten.

De plaquette in Oostzaan vermeldt bijvoorbeeld dat Hannie Schaft op haar 23-ste werd gefusilleerd. In werkelijkheid werd ze een jaar ouder.

Een van de Wormerveerse plakkaten bevat ook zo’n leeftijdsfout. De aan de Zaanweg doodgeschoten verzetsman Cornelis Dijksterhuis werd niet geboren op 1 september 1918, zoals daar voor de eeuwigheid staat gebeiteld, maar liefst drie jaar later.

Het oorlogsmonument in het gemeentehuis van Zaanstad toont een foto uit de Eerste in plaats van de Tweede Wereldoorlog.

Met twee Stolpersteine tegenover hun voormalige woning aan de Westzijde 262 wordt het joodse echtpaar Polak herdacht. Maar waar ze volgens die stenen met een tussenpoos van tien dagen de gaskamer van Auschwitz in werden gedreven, gebeurde dat toch echt op dezelfde rampdag in 1942.

Naast de tel- staan er hier en daar ook nog wat taalvergissinkjes (‘Eisenhouwer’, ‘prins Bernard’) op de herdenkingstekens. Kan gebeuren. Het zou desondanks aardig zijn als de monumenten foutloos waren.

De grootste fout is wellicht te vinden op het monument in de Zaandammerstraat in Wormer. Want zeg nu zelf; horen Jacob Kerkhoven en Theodorus van Kleef daar, als medeverantwoordelijken voor de arrestatie van de illegale Stijkelgroep, een eerbetoon te krijgen?

Foto: Anjo Kan, Wikipedia

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag



Expositie in de Zaandamse synagoge

Op 11 februari 2021 rondde het Zaandijkse communicatieadviesbureau De Geheime Dienst de vormgeving af van een expositie in de voormalige synagoge op de Gedempte Gracht in Zaandam. Door de monumentale, al eerder gerestaureerde bovenverdieping van het gebouw aan te kleden met foto’s, teksten en materialen is nu de geschiedenis van het gebedshuis veel zichtbaarder dan de afgelopen decennia. In de synagoge -nu nog in gebruik als belwinkel- worden verder een aantal oude foto’s getoond en aan de buitenzijde is een plaquette met aanvullende informatie bevestigd. Bovendien mocht ik een brochure schrijven over de geschiedenis van het gebouw en haar gebruikers sinds 1865. De brochure is gratis verkrijgbaar in de winkel en hier digitaal door te bladeren.
Hieronder zowel de voorkant van dit drukwerk als een aantal foto’s, gemaakt door Monique Botschuijver (De Geheime Dienst).
Laten we hopen dat de tentoonstelling de eerste stap is op weg naar het in oude luister herstellen van deze sjoel.


 

De moord op Walraven van Hall

Op 12 februari 1945 stierf Walraven van Hall in Haarlem voor een vuurpeloton. Hieronder een fragment uit het slothoofdstuk van mijn biografie over deze Zaandammer, Nederlands belangrijkste verzetsleider tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Sicherheitsdienst heeft Walraven op 27 januari naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans gebracht. Tevergeefs proberen ze om hem aan het praten te krijgen. Zijn broer Gijs: ‘Aanvankelijk was er nog hoop. De SD wist nog niet dat zij met Van Hall de lang gezochte “Van Tuyl” gevangen had.’ Bij zijn arrestatie heeft Walraven weliswaar een (vervalst) identiteitsbewijs op zak, maar dat staat op zijn eigen naam en leidt dus niet naar een van zijn alter ego’s. Die onwetendheid duurt in ieder geval tot 6 februari. Op een organogram over de Nederlandse illegaliteit dat de SD die dag aanlegt, wordt Van Hall nog altijd aangeduid onder zijn schuilnaam. Het overzicht is opgesteld door Teus van Vliet. ‘Hij heeft de oorlog overleefd, mede omdat hij voor de Duitsers een schema heeft gemaakt waarin de gehele illegaliteit beschreven werd, inclusief de namen van de verschillende organisaties met erbij de schuilnamen van de leiders voor zoverre die hem bekend waren en dat waren de meesten’, aldus Gijs van Hall. Vrij snel daarna ontdekken de Duitsers alsnog dat ze diens broer in handen hebben. Gijs: ‘Een andere gevangene verried zijn identiteit. Daarmee was zijn lot bezegeld.’
Remmert Aten: ‘Niets hebben wij vermogen te doen. Wij waren allen bereid, maar de leiding heeft geen teken gegeven. De kans op redding moet anders gelegen hebben. Dat deze gefaald heeft en niets het noodlot heeft kunnen afwenden is ontzettend.’ Gijs: ‘Achteraf beschouwd… misschien hadden we hem kunnen loskrijgen wanneer we als illegaliteit contact met Seyss-Inquart hadden opgenomen. Die contacten waren toen al mogelijk. Maar een politieman uit Zaandam, met wie we contacten hadden, zei ons – en dat was toen, achteraf beschouwd, terecht –: “Ze weten niet wie hij is.” Toen dachten we: als dat zo is, kunnen we hem beter als onbekende laten zitten dan speciaal de aandacht op hem vestigen. Later wisten ze dus wel wie hij was.’

De Persoonsbewijzencentrale maakte in 1944 een vervalste identiteitskaart voor
Walraven van Hall. Daarop is zowel zijn beroep als zijn geboortedatum aangepast.

Na een week belandt Walraven in de cel naast zijn vriend Jaap Buijs. Het lot? Buijs in zijn dagboek: ‘2 februari. Opeens ging mijn celdeur open en tot mijn grote ontsteltenis kwam Wally tussen twee Duitse wachtmeesters mijn cel binnen. Of dit opzet of een vergissing was, weet ik niet. Daarna hoorde ik de cel naast mij opengaan en werd hij daar in opgesloten. Even daarna begon hij te tikken, maar daar ik nooit enig contact met een andere gevangene had gehad, verstond ik dat niet. Hij kwam toen met zijn mond voor de spleet van z’n raam, riep mij en vertelde dat hij 27 januari was gearresteerd. Hij had eerst in een lichte cel aan de overkant doorgebracht en was nu overgebracht.
“Hoe komt het in Godsnaam dat jij in zo’n smerige cel zit?”
Ik zei hem dat ik niets had bekend en dat dat waarschijnlijk de straf was. Hij legde me toen uit hoe het tikken in z’n werk ging en we hebben toen tot ‘s avonds laat, zeer tot ongenoegen van onze medegevangenen, met elkaar tikkend gesproken. Ik was toen zo moe, door de inspanning, dat ik voor het eerst vast heb geslapen.’

De omstandigheden in de gevangenis zijn beroerd. De cellen zijn verduisterd. Voor verwarming, water en zeep wordt niet gezorgd. Voedsel is nauwelijks voorhanden, en post of bezoek ontvangen is er al helemaal niet bij. Buijs noteert: ‘Mijn behandeling werd hoe langer hoe slechter. Weinig eten, verrotte aardappels, geen vet en geen verwarming. Twee zeer dunne dekens en een strozak zo goed als zonder stro op de stenen vloer. Bovendien geen licht.’ Af en toe klinkt er iets door uit een andere cel, zoals de stem van dominee Henk de Jong, een van de gearresteerden op 27 januari. Bij het vallen van de avond zingt hij: “Ik wil u, o God, mijn dank betalen. U prijzen in mijn avondlied.”
Buijs: ‘3 februari. Ik werd uit mijn cel gehaald en zag toen Wally buiten zijn cel staan. We werden tegenover elkaar gezet. We gaven er geen blijk van elkaar te kennen. Men wist dus blijkbaar niet dat hij bij mij in de cel was geweest.’ Van Hall kan alleen communiceren met zijn ondervragers en met Buijs. ‘Door klopseinen op de muur hadden wij contact met elkander en daardoor, omdat onze zaak niet zo somber leek, voor zover dit ging, goede en prettige gesprekken met elkander. Hij was zich gaan inbeelden dat zijn vrouw en kinderen ook wel gearresteerd zouden zijn en ik wist hem dit gelukkig uit zijn hoofd te “kloppen”. Later werd zijn zaak echter voortdurend ernstiger. Op 8 februari wist het tuig dat ze Van Tuyl in handen hadden en toen werd zijn zaak hopeloos. Wat hebben we veel met elkaar gesproken in die dagen en wat een strijd heeft deze beste kerel gestreden om van zijn gezin afscheid te nemen’, aldus Buijs in het vriendenboek Walraven van Hall. 10 februari 1906-12 februari 1945. Koerier Weeda, alias Brinkie: ‘Toen we uit Zaandam moesten vluchten en ons intrek ergens in Amsterdam namen, zaten we weer iedere avond bij elkaar en werd er altijd eerst even over de Westzijde 42 gebabbeld. Dikwijls zei hij dan: “Brinkie, dat is mijn enige angst, dat ik mijn gezin achter moet laten als er eens iets gebeurt.” Inderdaad was dit z’n enige angst, want voor het overige vreesde hij niets en niemand.’

Tilly en de kinderen zijn onmiddellijk na Walravens arrestatie ondergedoken. De twee oudsten, Attie en Aad, worden ondergebracht op verschillende adressen in Zaandam. Tilly trekt met de 4-jarige Mary-Ann in bij de Amsterdamse familie Goedkoop. Het huis aan de Westzijde wordt door vrienden ontdaan van waardevolle spullen. Via de achtertuin worden ze op een dekschuit geladen, over de Zaan afgevoerd en elders opgeslagen. Als na enige tijd duidelijk is dat de Duitsers de gezinsleden met rust laten keren zij en hun bezittingen terug naar de Westzijde.

In januari 1945 arresteren de Duitsers verschillende kopstukken van het Nederlandse verzet, onder wie Walraven van Hall. De Sicherheitsdienst slaagt er op 6 februari in om een overzicht van de illegaliteit te maken. Daarop is zichtbaar dat de SD weet de NSF-leider in handen te hebben (‘Van Tuijll: festgenommen’).

De al op 12 januari naar de Weteringschans overgebrachte Trouw-medewerker Jan Smallenbroek vangt vanuit zijn cel nog één keer een glimp op van Walraven. ‘Door een luik kregen we zwarte koffie. Toen dat luik openging, zag ik iemand zitten die ik heel goed kende, Van Hall.’ Een mogelijkheid om met hem in contact te komen is er niet. Arie van Namen slaagt daar wel in, vertelt hij vier jaar na de oorlog. ‘Op zaterdag 27 januari werd mij door klopsignalen bekend dat Hugo naast mij in een cel zat op de Weteringschans te Amsterdam. Ik schrok daar erg van, omdat ik bang was dat bij een eventueel verhoor van Hugo mijn leugens bekend zouden worden bij de SD. (…) Op 27 januari 1945 bemerkte ik gelijktijdig dat de mij bekende Walraven van Hall aan de andere zijde van mijn cel zat ingesloten. Deze gaf als zijn mening te kennen dat zijn arrestatie het gevolg moest zijn geweest van een aantekening in een zakboekje van Hugo dat door de SD op deze was gevonden. Ik heb dit op verzoek van Van Hall door klopseinen aan Hugo gevraagd, die hierop geen positief antwoord heeft gegeven.’
Jaap Buijs, die korte tijd later in dezelfde cel belandt als Van Namen, doet iets soortgelijks. Van Hall ‘heeft mij toen verteld dat hij dacht dat verdachte iets had gezegd, maar dat hij, Van Hall, het niet begreep. Van Hall heeft het woord verraad gebruikt. Op 8 februari 1945 heeft hij mij medegedeeld dat Hugo of Goedkoop de zaak verraden had, want dat de Duitsers alles, letterlijk alles, wisten.’
In zijn aantekeningen beschrijft de Zaanse houthandelaar uitgebreid de laatste dagen die hij, gescheiden door een stenen muur, doorbrengt met zijn vriend.
‘7 en 8 februari. Bitter koud. Eten ellendig en veel te weinig. Echter vele goede gesprekken met Wally, die echter vooral de 8ste zeer somber was en veel steun nodig had, daar ze alles van hem wisten, ook dat hij Van Tuyl was. Beiden probeerden wij te gissen wie dit allemaal gezegd kon hebben. Wat is het ellendig als je dan een makker alleen maar kunt troosten door dat koude tikken. Je zou hem zo graag eens de hand willen drukken en hem laten voelen hoe je meeleeft. (Later bleek dat Hugo een tekening van de illegaliteit had gemaakt, 6 februari door hem ingeleverd, en alles had verraden. De rotvent!).
‘9 februari. Opnieuw verhoord. Ze bleken nu ook van mij alles te weten. Alleen het NSF-verband wisten ze niet. Toch was ik nu overtuigd dat ik er ook niet door zou komen. Dit met Wally besproken, die mij toen vertelde dat daar toch wel kans op was. Er scheen iets tussen te zijn, waardoor dit niet zou gebeuren. ‘t Was gek, maar er zat een zekere troost in dat Wally nu niet alleen die ellende doormaakte, maar je zelf ook onder dezelfde druk leefde. (‘t Zat als volgt: [verrader Johan van] Lom had gezegd ons wel te willen verraden, mits wij niet gefusilleerd werden. Viebahn en Rühl wilden die belofte houden. Lages niet, toen bleek wie we waren.)’
’10 februari. Wally jarig. Diep ontroerend was deze dag, daar zijn zaak er steeds slechter voor kwam te staan en hij thans beslist overtuigd was er niet door te komen. ‘s Middags weer verhoord. Rühl zei dat hij nu verlangde dat ik los zou komen en zou zeggen hoe het NSF werkte. Hugo had alles gezegd en ontkennen gaf niet. Als bewijs zei hij dat Van Hall hoofd van het NSF was en ik zijn plaatsvervanger. Ook thans alles weer ontkend. (In Scheveningen heb ik aan Hugo gevraagd of dit waar was. Hij ontkende dit heftig. Later bleek het echter volkomen waar te zijn.)’
’11 februari. Opnieuw verhoord. Heb bekend dat ik voorzitter van de Kern en van Natura was, doch heftig ontkend dat ik iets van het NSF afwist. Dit teneinde niet gedwongen te zijn iets van Wally te moeten zeggen. Heb geen enkele naam genoemd. Rühl noemde mij echter keurig alle deelnemers aan de Kernvergadering op, die hij op een lijstje had (Hugo!!).’

Het oorlogsmonument bij de Jan Gijzenbrug (Anton van Daal)

Aan de Haarlemse Jan Gijzenkade staat sinds 1950 een in Franse kalksteen uit-gehouwen beeldengroep. De maker, Theodoor van Reijn, heeft een knielende man en vrouw gecreëerd die samen een krans neerleggen. Op het voetstuk staat de bijbeltekst ‘En nu blijft geloof hoop en liefde deze drie doch de meeste van deze is de liefde.’ Het beeld herinnert aan het drama dat zich 25 meter verder, aan de andere zijde van de weg, heeft afgespeeld. Dat drama begint voor Van Hall op 10 februari 1945, zijn 39ste verjaardag. Die zaterdag pleegt een groepje voormalige RVV-leden, dat zich de voorgaande weken heeft ontwikkeld tot een roofbende, een gewapende overval op een rijwielhandelaar. Ze rijden met hun buit door Haarlem-Noord. Daar willen leden van de Feldgendarmerie hun auto als onderdeel van een routinecontrole doorzoeken. Om te kunnen wegkomen schiet een van de inzittenden met een machinegeweer op de Duitsers. Een onderofficier valt dodelijk gewond neer, een soldaat en een burger raken gewond. Dezelfde avond licht de Haarlemse politie de Amsterdamse SD in over de gebeurtenis.
De Sicherheitspolizei, die sinds juli 1944 in de plaats treedt van de opgeheven rechtbanken, neemt zoals gebruikelijk represailles. Dat verloopt via meerdere schijven. In opdracht van Aussenstelle-leider Willy Lages belt zijn ondergeschikte Friedrich Viermann met SiPo-bevelhebber Karl Schöngarth. Die geeft opdracht om acht gevangenen te executeren. Viermann, in 1949: ‘Ik heb toen aan Dr. Schöngarth acht namen van zg. Todeskandidaten opgezonden, die stonden bovenaan de lijst van terdoodveroordeelden.’
Uit de aantekeningen van Jaap Buijs: ’12 februari. Een der ellendigste dagen van mijn leven. Wally werd twee keer achter elkaar uit zijn cel gehaald. De tweede keer zei hij dat hij hoed en jas had moeten inleveren en dat dit het einde betekende. Hij verzocht mij verder te luisteren en gaf bepaalde wensen op voor toezicht op zijn kinderen, enzovoort. Ik zei hem dat ik, wanneer ik er doorkwam, zoveel mogelijk de kleine zorgen voor zijn gezin zou trachten dagelijks weg te nemen en verder zou doen wat ik kon. Hij zei dat hij dat mij niet eens wilde vragen. Omdat hij mij kende sprak dat voor hem vanzelf. Half vier werd hij weer gehaald en toen hij terugkwam, zei hij dat hij ‘s avonds met anderen gefusilleerd zou worden. Hij vroeg mij aan Til mee te delen dat zijn laatste gedachten bij haar en de kinderen zouden zijn. Daarna zei hij dat hij een vreselijke strijd had om van zijn liefste te scheiden, en nam toen afscheid. Totaal kapot was ik. Wat is de vrijheid duur gekocht. Toen ik het barse bevel hoorde om uit zijn cel te komen, wist ik me geen raad meer.’ Wat Buijs niet opschrijft is dat hij vraagt – onbekend is aan wie – of hij Walravens plaats voor het executiepeloton mag innemen. Het wordt geweigerd.

Samen met zeven andere gevangenen uit het cellencomplex aan de Weteringschans wordt Van Hall op 12 februari 1945 per overvalauto naar de Jan Gijzenkade in Haarlem-Noord vervoerd. De Duitsers drijven intussen een groep burgers naar de executieplaats, een lege plek voor een betonnen tankmuur. Onder hen bevindt zich ook de bekende Haarlemse verzetsstrijder Hannie Schaft. De 10-jarige Jan Heerze is er die maandag eveneens bij. Hij beschrijft de gebeurtenissen in het kinderboek Februari ’45. Een verhaal uit de hongerwinter. ‘Duitsers waren zenuwachtig. Onderofficieren liepen snauwend heen en weer, soldaten hielden voortdurend hun machinepistolen op de mensen gericht. “Ze willen ons vermoorden!”, schreeuwde opeens een vrouwenstem uit de menigte. Er ontstond beweging in de rijen. Verwarde uitroepen. Een Feldwebel brulde: “Stilte! Stilte!” Een man die een stap naar voren deed, kreeg een stoot met een geweerkolf tegen zijn borst. Hij tuimelde achterover. Op hetzelfde moment naderden over de Rijksstraatweg met grote snelheid drie overvalauto’s. Het rumoer verstomde. Uit de eerste wagens sprongen SS’ers. Een paar gingen vlak voor de toeschouwers staan, anderen stelden zich op in een lange rij, het geweer aan de voet. Toen ging de klep van de achterste wagen open. Het werd doodstil op de Jan Gijzenbrug. Een man viel half de auto uit, en nog een, en nog een.’
Ingeborg de Wit, in 1945 17 jaar oud, schrijft later een brief aan de weduwe van dominee Henk de Jong, een van de acht slachtoffers. ‘Op de dag van de fusillade waren mijn broer en ik op weg om sprokkelhout te vergaren voor mijn moeder. De vorige dag waren wij getuige van het neerschieten van een Duitse officier op een fiets, die over de brug reed. We vlogen vlug terug naar huis van angst om onze moeder hiervan te vertellen. Op diezelfde plaats, een beetje verder van de brug, is uw man vermoord, de volgende dag op dezelfde tijd. Wij werden ruw door Duitse soldaten langs de kade geforceerd tezamen met andere mensen op een zekere plaats te staan. Toen arriveerde de Duitse overvalwagen met SS’ers en soldaten en acht schamel geklede personen.’
Ook de 9 jaar oude Rob Hahn moet die maandag toekijken. In 2002 vertelt hij: ‘Ze werden eruit geknuppeld met de kolven van geweren. Anders dan iedereen denkt zijn ze niet op de plaats van het monument neergeschoten, maar aan de overkant. Ze stonden zo dat het schootsveld van de Duitsers over het water van de Jan Gijzenvaart lag.’ De toeschouwers worden gedwongen te kijken. Het is vijf uur ‘s middags. De leider van het executiepeloton, Hans Stöver, geeft zijn Wachzug het bevel om te schieten. Ingeborg de Wit: ‘Ik herinner mij nog de explosie van de geweren van de Duitse soldaten. Wij waren verslagen, bang en vol haat. We werden geforceerd langs de slachtoffers te lopen, maar ik wilde niet kijken.’
Kort voor de fatale schoten klinkt er een schreeuw. Walraven houdt zich aan de belofte die hij in zijn cel deed. Omstanders horen hem roepen: ‘Ik denk aan je, Tilly.’ Luttele seconden later valt hij dodelijk getroffen neer.

Als Rob Hahn later op de dag teruggaat naar de plek van de executie ziet hij de acht lichamen in de loopgraven naast de Rijksstraatweg liggen. ‘Hoe lang ze daar gelegen hebben, weet ik niet meer.’ De Amsterdamse begrafenisondernemer en trouw SS’er en NSB’er Johannes Bleekemolen en garagehouder Pierre van Lee halen de slachtoffers in de vroege avond op en vervoeren ze per vrachtwagen naar het Kennemerduingebied. Daar verwijdert Bleekemolen hun schoenen en ringen. De schoenen neemt hij mee naar huis. Ze dienen als brandstof voor zijn kachel. De ringen overhandigt hij aan de Sicherheitspolizei. De lichamen worden begraven in het duinzand nabij de Zeeweg. Vijf dagen later stuurt Bleekemolen de begrafenisrekening, ƒ195,- per persoon, naar de gemeente Haarlem. 

De plaats van de executie, mei 1945 (Noord-Hollands Archief)

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag



Ad van Liempt en Rolf Baas: ‘Hier is het gebeurd’

In zijn nieuwe boek, Hier is het gebeurd, staat Ad van Liempt samen met fotograaf Rolf Baas stil bij vijftig historische plekken uit de Tweede Wereldoorlog. Een van die vijftig locaties is de Dam in Zaandam, waar zich op 25 februari 1941 -deze maand tachtig jaar geleden- honderden mensen verzamelden om te protesteren tegen de jodenvervolging. Op Van Liempts verzoek leverde ik onderstaande foto voor zijn nieuwe publicatie. Wie het boek wil kopen of er meer over wil weten, kan terecht bij de uitgever. De betreffende foto van de Februaristaking staat hieronder. Het is één van de slechts zes op 25 en 26 februari 1941 gemaakte stakingsfoto’s die wereldwijd bekend zijn. Daarvan komen er vier uit Zaandam.

Mei tot mei nu ook via Twitter

Voor de Twitter-bezitter: Mei tot mei is vanaf nu ook te volgen via mijn Twitter-account @meitotmei. Dagelijkse nieuwtjes, verse publicaties, boekrecensies en andere medelingen over de Tweede Wereldoorlog. Soms Zaans georiënteerd, vaak ook landelijk.

Wally is terug

De officiële onthulling moet nog plaatsvinden, maar wie door de Zaandamse Westzijde loopt, kan sinds deze week ter hoogte van nummer 42-44 deze in steen vastgelegde tekst lezen. ‘Als Wally binnenkwam was iedereen in vijf minuten gelukkig’, staat er. Het citaat is een eerbetoon aan de man die tussen 1940 en 1945 op dit adres woonde, Walraven van Hall. Het kostte wat tijd en een beetje moeite, maar mede dankzij de welwillende eigenaar van de nieuwbouw, de betrokken architect en de gemeente Zaanstad mag het resultaat er zijn. Dank! Nederlands belangrijkste verzetsstrijder (1906-1945) is terug op de plek waar hij thuis was.

Onderzoek naar onteigend joods vastgoed in de Zaanstreek: een reactie

Was het naoorlogse rechtsherstel voor joodse huiseigenaars zo voorbeeldig als het college van B&W in Zaanstad lijkt te suggereren? Of zijn daar kanttekeningen bij te maken? Een reactie op het Nader onderzoek naar de aankoop van onteigend (Joods) vastgoed in de Tweede Wereldoorlog door de voormalige Zaangemeenten.

Het Gemeentearchief Zaanstad (GAZ) onderzocht in 2020 de (ver-)koop van het tijdens de Tweede Wereldoorlog onteigende joods vastgoed binnen de voormalige Zaangemeenten en het naoorlogse rechtsherstel voor de slachtoffers. De gemeentelijke inventarisatie vloeide voort uit vragen van het tv-programma Pointer (KRO/NCRV) en van journalistiek platform Follow The Money, die gezamenlijk de Nederlandse gemeenten doorlichtten op hun betrokkenheid bij de onteigening en verkoop van joods vastgoed. Het overgrote deel van de Zaanse verkopen verliep tussen particulieren. Het archief bekeek echter met name de zes transacties (negen panden) waarin Zaangemeenten -Zaandam en Zaandijk- de (beoogde) kopers waren.  In het GAZ-onderzoek zijn de particuliere overdrachten wel geïnventariseerd, maar niet aan een nadere beschouwing onderworpen.

De uitkomsten van het GAZ-onderzoek leidden op 15 oktober 2020 tot een persbericht van het Zaanstedelijk college van B&W. Daarin was vooral opluchting leesbaar. “Wat blijkt? Na de oorlog hebben deze [Zaanse] gemeenten met bijna alle gedupeerden een regeling getroffen in het kader van rechtsherstel”, luidde de conclusie. Er was slechts één uitzondering. De gemeente Zaandijk kocht tijdens de oorlog een ‘joods’ gebouw waarvan de eigenares na de bevrijding afzag van een al dan niet minnelijke financiële regeling. Maar ook dat liep schijnbaar goed af. “Het lijkt erop dat ze dit pand heeft geschonken, omdat elk bewijs van een financiële vergoeding ontbreekt.”

Kritisch

Uit het persbericht kan worden opgemaakt dat de zeven voormalige Zaangemeenten destijds aan de goede kant stonden. Zo niet in de oorlog, dan toch zeker daarna. Des te opmerkelijker dat gemeentearchivaris Frans Hoving, onder wiens leiding het onderzoek plaatsvond, in een vraaggesprek met Dagblad Zaanstreek (15-10-2020) wèl kanttekeningen plaatst bij de handelwijze van de Zaanse gemeenten. Niet alleen is hij -logisch- kritisch op hetgeen daar tussen 1940 en 1945 gebeurde, ook de naoorlogse werkwijze kan zijns inziens niet altijd de toets der kritiek doorstaan. Enkele citaten uit zijn mond: “Opmerkelijk is te zien dat de Joden hun panden terugkregen, maar nog wel de lokale belastingen moesten betalen voor de periode dat ze er niet woonden. Stel je voor: je hebt in een kamp gezeten, komt terug en moet nog achterstallige straatbelasting betalen…” Over het aangekochte en mogelijk daarna door de eigenares aan de gemeente Zaandijk geschonken pand reageert Hoving ook aanmerkelijk genuanceerder dan het college van B&W: “Alsof ze hiermee heeft willen zeggen: ‘Gemeente, je bent goed voor me geweest. Hier is mijn huis, doe er mee wat je wilt.’ Maar je kunt er net zo goed een negatief verhaal aan ophangen, als archivaris kan ik niets bewijzen.” Verder is in het onder Hovings verantwoordelijkheid verschenen onderzoeksrapport te lezen dat ‘er geen reden is om te veronderstellen dat de opstelling van de voormalige Zaangemeenten afwijkt van het algemene beeld van de Nederlandse overheid, dat wil zeggen dat deze opstelling uiterst zakelijk was en men uitsluitend overging tot compensatie wanneer er een wettelijke noodzaak toe bestond.’

Reactie van het Nederlands Beheersinstituut op een verzoek van het synagogebestuur om financiële clementie, omdat er door de oorlog bijna geen leden en -dus- financiën beschikbaar zijn om de hypotheek te betalen, 1953.

Een goed voorbeeld van de naoorlogse overheidskilte is de omgang met de door de bezettingsmacht en de naar brandstoffen speurende Zaankanters verwoeste synagoge in Zaandam. Het handjevol overlevenden dat de sjoel na de oorlog weer in de oude luister probeerde te herstellen, kwam van een zeer koude kermis thuis. De -in dit geval landelijke- overheid toonde geen enkele clementie en luidde daarmee de definitieve ondergang in van het gebedshuis op de Gedempte Gracht.

Onderzoek

De makers van het GAZ-onderzoek stellen vast dat van de plaatselijke overheden alleen de gemeenten Zaandam en Zaandijk gedurende de oorlog onroerend goed kochtten. Die gebouwen waren eerder onteigend -zeg maar: gestolen- door de bezetter. Het betrof vooral bezit dat voordien eigendom was van joodse inwoners. Afgaand op de informatie uit de Verkaufsbücher -de Duitse administratie van de verkopen- komt het Gemeentearchief uit op 32 transacties van vooral joods vastgoed. Daarbij zijn tijdens de oorlog 54 Zaanse panden aan nieuwe eigenaars verkocht.

De lijst lijkt niet compleet. In het naoorlogse strafdossier van de Zaandamse NSB-wethouder annex makelaar Jacob IJdenberg staan bijvoorbeeld zes woningen vermeld die voorheen het bezit waren van de Portugees Israëlietische Gemeente in Amsterdam, de oudste joodse gemeente van Nederland. Het betrof de Lijsterbesstraat 13 t/m 23 in Zaandam (waar overigens geen joden woonden). De koper was Zaandammer Krijn Vens, die ook vastgoed kocht in Amsterdam en Heemstede. De Zaanse transactie wordt niet vermeld in de Verkaufsbücher. Wellicht omdat er een deel van deze inventarisatiereeks is zoekgeraakt?

Ook het Zaandamse Gemeenteziekenhuis ontbreekt in de lijst met kopers. Het volledig onder gemeentelijk beheer opererende ziekenhuis betaalde in 1943 bij monde van Amsterdammer A. van den Akker achtduizend gulden voor de riante woning van de joodse Overvener I. Coppers (wellicht een tikfoutje: de naam Coppens lijkt logischer). Het betrof dus weliswaar geen Zaans ‘roofpand’, maar de overdracht vond wel plaats onder verantwoordelijkheid van het Zaandamse gemeentebestuur. Aanvullend onderzoek kan wellicht uitwijzen of het naoorlogse college heeft gezorgd voor rechtsherstel.

En hoe zit het met de Zaandamse Stationsstraat 61 en de bijbehorende, eveneens geconfisqueerde beheerderswoning op nummer 59? Beide gebouwen waren eigendom van de Vrijmetselaars, maar die organisatie werd in 1940 verboden. Hun Anna Paulownaloge werd onteigend en vervolgens omgebouwd tot NSB-hoofdkwartier. Op nummer 59 kwam NSB-kringleider G.M. Zuidervliet te wonen. Op de Vrijmetselaarssite is in het kort te lezen hoe het de loge in en na de oorlog verging. Zou deze organisatie na de bevrijding afdoende zijn gecompenseerd?

Door de diepte in te gaan, kan veel meer boven water komen over de omgang met het roofgoed. Nog een voorbeeld. In het GAZ-onderzoek wordt ingegaan op de voorgenomen gemeentelijke aankoop van Hoogendijk 66. Dit huis was in de oorlog eigendom van Elsje de Jong-Lelie. Ze werd in 1943 vermoord in de gaskamer van Sobibor. Haar op de Hoogendijk inwonende zoon Simon en zijn gezin doken onder en overleefden de oorlog. Het archief concludeert dat de verkoop van hun onderkomen aan de gemeente Zaandam, in 1943, niet doorging. Wat er vervolgens met het pand gebeurde, wisten de onderzoekers niet te reconstrueren. Ze wierpen, behalve op de eigen dossiers, nog wel een blik op het Joods Monument Zaanstreek-lemma over Elsje de Jong, maar lijken het lemma over haar inwonende zoon te hebben gemist. Daar valt namelijk meer te lezen over de omgang met de leeggekomen woning. De betreffende informatie op het Joods Monument Zaanstreek is afkomstig van het NIOD in Amsterdam.

Jacob IJdenberg

De al eerder genoemde wethouder/makelaar IJdenberg verdient een nadere beschouwing. Als officiële vertegenwoordiger van de Grundstücksverwaltung -de Duitse organisatie die het joodse bezit te gelde maakte- verhuurde en verkocht hij huizen waarin voordien Zaanse joden woonden. “Hiervoor ontving ik de normale vergoeding, nl. 1 procent”, zou hij tijdens een naoorlogs verhoor bekennen. “Ik meen dat ik in totaal een zeven à acht verkopingen heb gedaan.” IJdenberg overleed in 1946 in gevangenschap, maar een Tribunaal verklaarde hem een jaar later postuum schuldig aan een reeks misdrijven. Eén daarvan was ‘dat hij als wethouder tijdens de oorlog (in welke functie hij als NSB’er door den NSB-burgemeester Van Ravenswaay is aangesteld) in totaal f 5.900 verdiend heeft en als beheerder van en makelaar in Joodsche huizen (aangesteld door de Niederländische Grundstücksverwaltung) in totaal f 1.757,13.’

Helderse Courant (2-10-1943)

Aanvullend onderzoek in de zogeheten NBI- en CABR-dossiers over Jacob IJdenberg zou meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de omvang van en omgang met het joodse roofgoed in en na de oorlog. Afgaand op IJdenbergs NBI-dossier kom ik al op ruim vijftien Zaanse woningen die door IJdenberg werden verhuurd, overwegend roofgoed. Ook de met IJdenberg samenwerkende Amsterdamse makelaar Johannes Everout hield aardig huis in de Zaanstreek. De Zaandamse Rijksduitser Anton Kamps kocht eveneens meerdere Zaans-joodse panden. In diens naoorlogse strafdossier is daarover niets terug te vinden, maar wellicht geeft het dossier dat het Nederlands Beheersinstituut over Kamps opstelde duidelijkheid. Zowel de (niet-openbare) CABR- als de (openbare) NBI-dossiers zijn in te zien bij het Nationaal Archief in Den Haag.

Slachtoffers

Niet alleen over de daders, maar ook over veel (joodse) slachtoffers van de nazi’s zijn NBI-dossiers gemaakt. Daarin zijn vooral gegevens vastgelegd over hun financiële situatie in en -voor zover ze de Holocaust overleefden- na de oorlog. De eerder genoemde omgang met de eigenaars van de Zaandamse synagoge laat al zien dat de toenmalige overheid flinke steken liet vallen. Maar ook particulieren en hun nabestaanden kregen vaak een nieuwe kras op hun ziel. Synagogebestuurder Jacob Drukker, om maar een bijna willekeurig voorbeeld te noemen, ontving zijn woning op de Gedempte Gracht pas terug na inschakeling van een advocaat. Na zijn gedwongen vertrek uit Zaandam, in januari 1942, was Drukkers woning verkocht. De huurder van het huis weigerde na de bevrijding te vertrekken. Het lijkt er niet op dat de gemeente een bemiddelende rol heeft gespeeld bij het teruggeven van de woning aan de rechtmatige eigenaar.
Zelfs driekwart eeuw na de bevrijding ontving ik nog een mail van een dame op leeftijd wier ouders -moeder joods, vader niet-joods- na de oorlog onheus bejegend zouden zijn. De oud-Zaandamse schreef dat ze nog altijd de correspondentie bewaarde over de kille gemeentelijke afwijzing van de door haar ouders gevraagde schadevergoeding. Dat die in 1942 door de gemeentepolitie op straat waren gezet en drie jaar lang onder grote bedreiging in Amsterdam hadden moeten overleven, werd niet als ‘rechtstreekse oorlogsschade’ gezien.

Quickscan

Het onderzoek van het Gemeentearchief Zaanstad is een quickscan. Het archief heeft zich moeten beperken tot de eigen dossiers, een paar websites en de Verkaufsbücher. Er volgt nog een onafhankelijke toetsing van de gevonden resultaten (door wie?). Die moet meer helderheid geven over de omgang met het joodse (en wellicht ook niet-joodse?) gestolen vastgoed in de Zaanstreek. Frans Hoving zei het al in Dagblad Zaanstreek: “Ik ben me ervan bewust dat het onderzoek meer vragen dan antwoorden heeft opgeleverd. Ik begrijp veel zaken nog niet. Er valt nog genoeg uit te zoeken.”

 

 

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand te houden.

Bedrag



Archiveren moet je leren

Een van de trotse verzamelaars in Allen tegen allen.

In de prachtige documentaire Allen tegen allen (2019), over het vooroorlogse Nederlandse fascisme, komt een keur aan verzamelaars langs. Een logo van de NSB, het paspoort van Mussert, zeldzame partijspeldjes; de trots op en begeerte naar nazistische parafernalia spat uit hun ogen. De extreemrechtse collecties zijn hen gegund. Maar toch…

Toen ik in 2017 vier foto’s van de Februaristaking in 1941 in de schoot geworpen kreeg, was mijn aarzeling kort. Tot dan toe waren er van die werkonderbreking tegen de jodenvervolging wereldwijd slechts twee foto’s bekend. Het kwartet aanvullingen was dus uitermate zeldzaam en daarmee -ook vanuit geschiedkundig oogpunt- kostbaar. Mijns inziens hoorden ze niet in een particuliere collectie, maar in een voor iedereen toegankelijk archief. De foto’s verhuisden daarom naar het Gemeentearchief Zaanstad.

Hetzelfde gebeurde toen ik wat later vele honderden originele oorlogsdocumenten ontving met de namen, adressen en andere gegevens van ‘foute’ Zaankanters. De papieren bevinden zich nu in een veilige omgeving, onder ideale klimatologische omstandigheden. En, minstens zo belangrijk, iedereen die er onderzoek naar wil doen, heeft daartoe nu de gelegenheid.

Het schilderij van Frans Mars.

Soms krijg ik privécollecties onder ogen die me doen watertanden. Dat de eigenaar van een door Frans Mars gemaakt schilderij (een kado in mei 1945 van de even eerder uit de gevangenis bevrijde Zaandamse verzetsman Jaap Buijs voor zijn stadgenoot/medestrijder Bob Pel; handgeschreven opschrift op de achterkant: ‘Ter herinnering aan onze prachtige samenwerking’) het kunstwerk in de familie wilde houden, begrijp ik ten volle. Maar hoe graag zou ik op basis van de binnen dezelfde familie circulerende documenten en verhalen over agent Pel een biografie over diens leven willen maken. Dat is nu lastig tot onmogelijk; ik kan niet bij de originele bronnen komen.

Ook meer dan jammer: enige tijd terug mocht ik een blik werpen in een reeks dagboeken die geschreven waren door een in Krommenie ondergedoken joods echtpaar. Ze hadden de schuiltijd op zolder onder meer besteed aan het schrijven van een mooi toneelstuk over de omstandigheden waarin ze moesten zien te overleven. Het geheel was verlevendigd met bijzonder mooie tekeningen van onder meer de decors die het stuk moesten aankleden. Het was en is uniek materiaal, waarvan ik geen equivalent ken. Helaas ging de dagboeken na de bezichtiging weer in de tas mee naar huis. Ik hoop van harte dat ze op enig moment in een archief belanden. En wat zou ik graag dat toneelstuk eens opgevoerd zien worden.

Kiddoesjbeker

Niet voor een archief, maar voor een museum lijkt me -vanwege het achterliggende verhaal- de kidoesjbeker die ooit het eigendom was van Gabriël Pais een aanwinst. Hij werd in 1942 vermoord in Auschwitz, zijn voor de sabbath bedoelde drinkbeker met de initialen G.P. bleef bewaard en verhuisde met een familielid naar Curaçao. Het enig resterende aandenken aan Gabriël Pais is of wordt dit jaar geschonken aan een dertienjarige naamgenoot in België. Een prachtig gebaar natuurlijk, maar -persoonlijke voorkeur- ik had de beker liever gezien bij een publieke organisatie.

Max Lewin op het Binnenhof.

Nog een voorbeeld. Voor mijn te schrijven boek over de joodse radiopionier, politicus en spion Max Lewin mocht ik van een familielid tal van persoonlijke documenten lenen. Zonder die nalatenschap had Lewins levensverhaal er een stuk kaler uitgezien. Bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis ligt namelijk wel wat informatie over deze bijzondere man, maar dat is slechts een fractie van het originele materiaal dat ik in handen had. Het zou fijn zijn wanneer alle gegevens in het IISG bij elkaar komen. Dan kunnen anderen er ook van genieten.

Een laatste illustratie. Helaas pas nadat begin 2020 mijn boek over verzetsman/verrader Johnny de Droog was uitgegeven, belden er twee Gelderse broers. Hun moeder speelt een belangrijke rol in de biografie. Ze werkte in 1941/’42 -zonder zich daarvan bewust te zijn- samen met collaborateur De Droog, in de veronderstelling dat hij nog altijd actief was binnen en voor de illegaliteit. Haar ‘vriend’ schonk haar een gesigneerde foto van zichzelf, schreef ansichtkaarten naar haar en liet wat van zijn bezittingen bij haar achter. De broers hadden van hun moeder een bureau geërfd waarin ze deze spullen bewaarde. En wellicht nog meer, maar vooralsnog hadden haar zoons dat nooit uitgezocht. Ik mocht langskomemn, een kijkje nemen en de waardevolle spullen zelfs meenemen. Helaas liep het contact daarna dood. Ik ben bang dat de unieke documentatie -van Johnny de Droog, een van Nederlands grootste verraders, is zo goed als niets bewaard gebleven- op enig moment bij het vuil verdwijnt.

Resumerend: wees zuinig op uw oude artikelen. Leg het in geval van twijfel voor aan iemand die er kijk op heeft. Zorg dat hetgeen van belang is voor de geschiedschrijving een plek krijgt in een museum of archief. En waar dat gewenst is, ben ik graag uw intermediair.